Wilhelm Meisters Leerjaren in de pers
 

4 november 1985

Artistiek toneelcredo uit Goethe als spectaculair uitgedost 'ballet'


door Jac Heijer

Voorstelling: Wilhelm Meisters
Leerjaren, naar J.W. Goethe, vertaling Pim Lukkenser, door Mug met de Gouden Tand
Productie: Kerngroep Bijzondere Projecten Rotterdam
Vormgeving: Hans Klasema
Regie: Jan Ritsema,
Spelers: Mouna Goeman Borgesius, Sjef van Leunen, Evert van der Meulen, Marcel Musters, Joan Nederlof, Maureen Teeuwen, Chris Vinken, Erik de Vogel.
Gezien op 2/11, De Lantaren Rotterdam.

Opeens stroomt de kale toneelvloer vol met de wonderlijkste kostuums. Vijf acteurs en drie actrices glijden naar hun plaats in de wijde, tot de grond reikende rokken. Die van de vrouwen staan bol, die van de mannen zijn kegelvormig. Op hun hoofd dragen ze hoeden, waarop enorme witte rococo-pruiken zijn gemonteerd, zodat alleen de stijve rand zichtbaar is. De kleuren zijn uitbundig: goud, zilver, steenrood, lichtblauw, mosgroen. Sjerpen, slippen, draperieën met glinsteringen en veren voltooien het geheel. De achttiende eeuwse hofmode is uit haar naden gebarsten, op postmoderne wijze weer in elkaar gezet en schitterend afgewerkt. Ontwerp: Hans Klasems, uitvoering: Helena Bonte, Tiena Kroes.

Na deze adembenemende opkomst staan de spelers roerloos stil, alsof ze willen zeggen: wij zijn nieuw en hebben iets ongehoords en belangrijks mee te delen. Ze zijn pas afgestudeerd aan de toneelschool of het conservatorium, een enkele heeft bij Baal gespeeld en ze noemen zich 'Mug Met De Gouden Tand'. Dat belooft nog eens wat anders dan al die groepen met namen als Issue, Extra, De Zaak, Het Hof, De Onderneming. De boekhandelaar en regisseur Jan Ritsema heeft de leiding en de groep debuteert met fragmenten uit Goethes 'Wilhelm Meisters Leerjaren' (1795), in de vertaling van Pim Lukkenaer. Het tweede project zal Years zijn, naar een roman van Virginia Woolf.

De gespeelde passages uit Goethes Bildungsroman hebben betrekking op de keuze voor een houding in liefde en leven en vooral op toneelspelen. Wilhelm Meisters Leerjaren zou verplichte lectuur moeten zijn voor toneelspelers. Er staan prachtige opmerkingen in. Goethe beschrijft de taak van musici en vervolgt dan: 'Zouden wij (toneelspelers) niet even precies en even spiritueel te werk moeten gaan, daar wij een kunst beoefenen, nog veel subtieler dan welke soort muziek ook, daar wij er toe zijn geroepen om de meeste gewone èn de exquise uitingen van de mensheid smaakvol en plezierig voor te stellen? Kan er wel iets afschuwelijker zijn dan er tijdens de repetities met de pet naar te gooien en zich bij de voorstelling op stemming en goed geluk te verlaten? We zouden er ons hoogste geluk en genoegen in moeten vinden met elkaar te harmoniëren, om elkaar wederzijds te behagen en ook slechts in zoverre het applaus van het publiek te appreciëren, als we dit elkaar als het ware al hadden gegarandeerd'. Kan een artistiek credo beter geformuleerd worden?

Vrouwen

De plot en de karakterisering van de figuren zijn hier weggelaten, alsof Goethes personages minder belangrijk zijn dan wat ze zeggen. Teksten die duidelijk van vrouwen afkomstig zijn, worden somtijds een man in de mond gelegd. Dat iedereen een rok draagt duidt op de opvatting dat de strenge indeling naar rolpatronen, die door de sekse zijn bepaald aan Goethes tijd voorbijgestreefd is.

Al kijkt men wel eens naar elkaar, interactie komt weinig voor. De spelers glijden van de ene naar de andere plaats, draaien om hun lengteas of zijgen even op de grond. Zo wordt een individualistische levenshouding bedrukt, wat de figuren iets eenzaams en melancholisch geeft. Ritsema heeft het artistieke credo van de groep geënsceneerd als een langzaam, statisch ballet. Ook door opera is hij geïnspireerd: af en toe zingen de tenor Sjef van Leumen en de actrice met de mooie sopraan, Mouna Goeman Borgesius, a capella enige liederen van Goethe (in het Duits, wat de verstaanbaarheid niet bevordert).

De weg naar de speelstijl is voorbereid door het Onafhankelijk Toneel en Discordia, zonder dat er van epigonisme sprake is. Veel hangt daarbij af van de persoonlijkheid van de spelers en die is in de meeste gevallen nog niet sterk genoeg. Joan Nederlof en Maureen Teeuwen hebben de stijl al aardig te pakken en Goeman Borgesius is heel ontroerend als ze zingt. Van de mannen bevredigt alleen Evert van der Meulen en af en toe Chris Vinken.

De ambitie die uit de openingsscène spreekt wordt nog niet echt waargemaakt in deze voorstelling. Het gebrek aan ervaring en ook wel aan spreektechniek speelt parten. Maar ik geloof dat er zoveel eigenzinnige wil in de groep bestaat, dat we van een veelbelovend debuut mogen spreken.

 

Wilhelm Meisters Leerjaren in de pers
 

4 november 1985

Meisters Leerjaren in boeiende toneelversie


Ritsema's enscenering Goethe bijzondere ervaring

door Marian Buijs

Voorstelling: Wilhelm Meisters
Leerjaren van J.W. Goethe
Regie: Jan Ritsema
Vormgeving: Hans Klasema
Spelers: Mouna Goeman Borgesius, Sjef van Leunen, Evert van der Meulen, Marcel Musters, Joan Nederlof, Maureen Teeuwen, Chris Vinken, Erik de Vogel.
Productie: Fact, Rotterdam
Première: 2 november, de Lantaren, Rotterdam. Van 11 t/m 23 november in de Brakke Grond, Amsterdam, 18 en 19 december in de Toneelschuur, Haarlem.

Als acht reusachtige poppen glijden de acteurs de kale speelvloer op, gehuld in kleurige crinolines en getooid met enorme poederpruiken die als een hoed op- en afgezet worden. Ze stellen zich op in een tableau dat in een wassen-beelden-museum niet zou misstaan en hullen zich in stilzwijgen.

Pas na geruime tijd neemt één van hen het woord: een ontboezeming over de keuze van zijn kledij. Een tweede heeft het over haar ambitie hogerop te komen. De ene monoloog volgt op de andere, op een vlakke onopgesmukte manier uitgesproken, soms met een lichte ironie. Slechts een enkele keer richten de spelers zich tot elkaar. Ondanks het ontbreken van enige dramatische opbouw boeit de voorstelling van begin tot eind. De atmosfeer, die iets plechtstatigs heeft, wordt op enkele momenten met weldadige humor doorbroken. Het heeft iets weg van een sensitivity-training uit de achttiende eeuw. Maar Freud was nog niet geboren en de mens heeft nog weinig houvast om zijn zieleroerselen te duiden. Toch hebben de teksten die kris-kras uit Goethes boek Wilhelm Meisters leerjaren zijn geplukt, ons nog veel te zeggen. Het eeuwige zoeken naar een doel in het leven is na twee eeuwen nog onveranderd. Wilhelm Meister was een burgermanszoon die toneelspeler wilde worden. Daarom zijn er heel wat fragmenten over het toneel in de voorstelling opgenomen. Maar ook over de liefde, de dood en de zin en onzin van het leven. Rollen worden er niet gespeeld, soms zegt een man een vrouwentekst en regelmatig klinkt er een - verrassend goed gezongen - lied. Slechts eenmaal wordt er een scènetje gespeeld waarin geestig het toneelspel wordt geparodieerd. De concentratie van de spelers zorgt echter voor een weldadige aandacht. En de tableaus die gedurig van vorm veranderen, doen de rest. Op een raadselachtige wijze ontstaat er een spanning tussen de spelers en het publiek waardoor deze statische voorstelling mateloos boeit. En dat is nieuw.

 

Wilhelm Meisters Leerjaren in de pers
 

7 november 1985

Jan Ritsema's leerlingen maken van Goethe schone schijn


door Ruud Gortzak

Voorstelling: Wilhelm Meisters Leerjaren van J.W. Goethe. Door: Mug met de Gouden Tand. Regie: Jan Ritsema. In: De Lantaren Rotterdam

Het begin is verrassend: acht spelers komen glijdend als porseleinen poppen de zwarte speelvloer op, zetten grote pruiken op hun hoofd, kiezen positie als kostbaarheden in een uitstalkast en zwijgen. Pa na lange tijd spreekt één van hen. Er klinkt een citaat uit Wilhelm Meisters Leerjaren. De anderen luisteren, schuiven naar een nieuwe positie en wachten op een volgende spreker. Zo zal het vijf kwartier doorgaan. Maar na een kwartier is de verrassing er wel af. Een Toneel Voorstelling noemen de spelers van De Mug met de Gouden Tand dit. Zij zijn een groep afgestudeerde en bijna afgestudeerde leerlingen van de toneelschool en het conservatorium, die onder regie van Jan Ritsema debuteren. Het is een poppenspel. Dialogen passen daar helemaal niet in en gebaren nauwelijks. Het resultaat heeft het meest weg van een voordracht, 'waarbij niemand op het idee komt om tijdens de solo van een ander, vervroegd in te vallen'.

In dit hoorspel, dat dankzij de schitterende kostuums ook enigszins een kijkspel is, schuiven de figuren als mechanische zetstukken over het speelvlak. De acteurs spreken vlak en monotoon. E&eacutee;n van hen zegt: 'Tot schijn is de toneelkunstenaar geroepen'. En dit citaat onderstreept de bedoeling van de voorstelling: geen realisme, geen inleven in een rol. Maar zo wordt het wel een schijnvertoning.

Aan de voorstelling ligt Wilhelm Meisters Leerjaren van Johann Wolfgang von Goethe ten grondslag. Dat is een roman, maar wel één waarin voor het toneel ruim plaats is. Er vinden diepgaande gesprekken plaats over Hamlet, Shakespeare, muziek en theater. En over liefde en hoop. Het is te begrijpen dat spelers het de moeite waard vinden zich met deze romanstof bezig te houden. Het is ook begrijpelijk dat een regisseur als Jan Ritsema het een uitdaging vindt om met de jongeren hier iets van te maken. Het is van deze tijd.

Nog niet zo lang geleden was dat anders. Toen begonnen acteurs hun loopbaan met maatschappij hervormende onderwerpen een theatrale vorm te geven. Na gesprekken met mensen in de praktijk ontstonden er uit improvisatie toneelvoorstellingen over problemen die men bij wijze van spreken uit de krant haalde. Het Werktheater was voor jonge toneelspelers het lichtende voorbeeld en het publiek stroomde in drommen toe.

Dat is nu anders. Toneel gaat nu niet zo erg meer over de maatschappij en bemoeit zich nauwelijks meer met de actualiteit. Het is nu gebruikelijk bestaande teksten te kiezen. Veel voorstellingen gaan over de positie van de toneelkunstenaar, het onderzoek naar diens functioneren in het theater en de polemiek over wat theater in de jaren tachtig moet zijn.

Toneel over toneel is de mode. De grote voorbeelden zijn het Onafhankelijk Toneel en Discordia.

'Iedereen poogt te spelen wat hem is opgedragen en zich zo goed mogelijk uit te drukken', klinkt het in deze voorstelling. Zo is het precies. Discipline wordt hier voornamelijk zichtbaar. Zo nu en dan wordt er ook gezongen. Liederen als Kennst du das Land en Nur wer die Sehnsucht kennt. Maar het is allemaal zonder spanning. De afstandelijkheid die de spelers jegens elkaar en het publiek in stand houden, voorkomt elke mogelijkheid om mee te leven met wat er op het podium gebeurt. De toeschouwer krijgt iets esthetisch voorgeschoteld maar hij ontkomt niet aan de gedachte slechts een kunststuk te hebben aanschouwd. Een kunststuk.

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder Wilhelm Meisters Leerjaren