Wederopbouw, onze ouders in de pers
 

16 januari 1989

De jaren vijftig: je tikt er tegen en het swingt


door Kester Freriks

Voorstelling: Wederopbouw, onze ouders; van Matin van Velhuizen en Moniek Merkx
door Mug met de Gouden Tand
Toneelbeeld: Hans Klasema
Regie: Matin van Veldhuizen
Spelers: Maureen Teeuwen, Joan Nederlof e.a.
Gezien 14 januari Theater De Brakke Grond, Amsterdam
Te zien t/m 21 januari aldaar, daarna elders in het land

De jaren vijftig zijn op het ogenblik, ruim dertig jaar later, mode én geschiedenis. Het uitdagende en befaamde gedicht Oote oote boe van Jan Hanlo dat ooit tot vragen in de Kamer leidde, behoort al evenzeer tot onvervreemdbaar Nederlands cultuurgoed als de schilderijen van Karel Appel. Het woord nozem klinkt mij op een vertrouwde manier ouderwets in de oren, alsof het dateert uit een ver verleden. De jaren vijftig: je tikt er tegen en de jazz swingt. Je stampt op de grond en er is een feest. W.F. Hermans schreef een roman over de desillusies van de jeugd in de roemruchte jaren, Ik heb altijd gelijk. De eerste televisie, het generatieconflict, de koude oorlog. De opstand van jongeren en kunstenaars tegen de verveling, ouders geloofden nog in de gevoelswaarde van het volkslied en de geur van spruitjes. Een kopje koffie heette 'een bakje troost'. Op de radio de familie Doorsnee.

Het theater kon na de overdadige aandacht van de beeldende kunst voor de jaren vijftig niet achterblijven: regisseur Matin van Veldhuizen en dramaturg Moniek Merkx schreven met het toneelstuk Wederopbouw, onze ouders een homage vol luchtige satire en verfijnde weemoed aan die tijd. Bij het zien van de hoela hoepels in een mooie, lang aangehouden scène voelde ik de draaiingen in mijn heupen alweer opkomen. Wel miste ik de pettycoats, Elvis Presley en de werkelijk snerpende jazz. De saxofoonmuziek die op de achtergrond klonk was te tam, meer atmosfeer dan agressie, bedeesde improvisaties uit de studio in plaats van uit doorrookte nachtclubs.

Het is tekenend voor de jonge tonelisten van het gezelschap Mug met de Gouden Tand dat in een voorstelling als Wederopbouw, onze ouders de rebellie is gedempt. Het lijkt alsof de leden zo ze de jaren vijftig bewust hebben meegemaakt wat ik voor enkelen van hen ten zeerste betwijfel, zich eerder moeten laten leiden door de stem der nostalgie, dan door een realistische waarheidsgetrouwe uitbeelding. Hoewel de verwikkelingen binnen een ogenschijnlijk keurig huisgezin zorg moeten dragen voor een tamelijk dunne verhaallijn, zijn het vooral losse scènes die de voorstelling dragen.

Natuurlijk draait moeder gehaktballen en draagt vader pantoffels, smacht de dochter met een hunkerend lichaam naar opwinding en extase, verstoot de luidruchtige poëzie van Lucebert de sensueel intieme gedichten van Herman Gorter - toch maken deze gebeurtenissen niet de kracht van de voorstelling uit. Die blinkt en schittert als er reden is voor een feest der herkenning, zoals de vlijmscherpe imitatie van het koninklijk huis naar aanleiding van de inhuldiging van Koningin Juliana op 6 september 1948. Prins Berhard rookt zijn pijp en praat slissend en bedachtzaam met zijn tanden op elkaar; de dochters lieve keurig opgevoede prinsesjes.

Het decor is sober en strak. Jaren vijftig meubilair staat verspreid over de ruime speelvloer. Het enige moderne element is een foeilelijke ghettoblaster, symbool van de jaren tachtig, die troont op een stijlvolle, oude radio met een houten ombouw en aan de voorzijde bespannen met zachtgeel doek. Nergens in de voorstelling wordt erop gezinspeeld, maar toch zag ik het contrast tussen beide apparaten als een teken van veel lelijkheid in de huidige tijd. Auto's uit de jaren vijftig hadden immers chroom en stroomlijn en allure, die van nu zijn het nauwelijks waard gadegeslagen te worden. Allemaal eender.

Het gaat mis in Wederopbouw, onze ouders als de voorstelling diepere betekenissen wil uitdrukken of als men gaat psychologiseren. Daartoe leent zich speelstijl noch dramatisch verloop. Gaat het eerste hoofdstuk over toen, het tweede en laatste behandelt het heden. Dezelfde familie aan een kale tafel, vader is dement, moeder verworden tot sloof zo bleek als een natte theedoek en zoon- en dochterlief scheldende verslaafden. Geen aanbidding voor poëzie en jazz meer maar heroïne is hun held. Moet ik nu geloven dat de jeugd van de jaren vijftig die zichzelf met hun pas verworven vrijheid het hoogste geluk schonk, dertig jaar later in de goot is beland, trillend van ontwenning als de fix uitblijft? Dat is te simpel gedacht en te makkelijk uitgevoerd. Een filosofietje van de koude grond. De explosie aan het slot heeft niets te maken met het stuk, alleen met een dwangmatig aangebrachte moraal. Zo vergaat het een voorstelling als er te weinig innerlijke samenhang is; ze valt aan gruzelementen, is niet hard en gesloten, er is meer toeval dan noodzaak.

Maar ik wens die coda te vergeten. Blijft over een met verve en in jazzy stijl gespeelde voorstelling die hilarisch is, soms droefgeestig en vol weemoed, een palet even wisselend en rijk als bij terugblik de jaren vijftig blijken te zijn.

 

Wederopbouw, onze ouders in de pers
 

16 januari 1989

Een cabaratesk weerzien met familie Doorsnee


door Martin Schouten

Wederopbouw, onze ouders door Mug met de Gouden Tand
Regie: Matin van Veldhuizen
Amsterdam, Brakke Grond t/m 21 januari, tournee tot half april

Thee of koffie? Dat waren de jaren vijftig. Niets te kiezen en een dikke kans dat het toch thee werd. Als de meerderheid in de huiskamer zich uitsprak voor het duurdere alternatief kreeg je warme melk met een vel en een vaag vermoeden van koffie dat uit een busje kwam waar Buysman's extract op stond.

Thee of koffie? Die vraag is een terugkerend refrein in Wederopbouw, onze ouders de voorstelling die Mug met de gouden tand maakte over Nederland in de jaren vijftig. Plaats van handeling is de huiskamer, het enige vertrek waar de kachel brandt. Men prijst zich aan tafel gelukkig dat er vandaag geen 'harde aardappels' bij zijn, geniet rond de radio van de familie Doorsnee en luistert naar pa die regeert van achter Het Parool.

Voor afwisseling zorgen een fietstochtje, een bioscoopje en een heuse filmster die de aftrap verricht van een voetbalwedstrijd. Een grote gebeurtenis is de entree van de koelkast die als vanzelf uitmondt in een optreden van Karel Appel: 'Ik ben een barbaar in een barbaarse tijd'.

Het knusse Nederlands is 'een gaskamer van verveling' en wie daaruit wil ontsnappen kan emigreren, communist worden, de radio hard zetten als er jazz op is of de moderne kunst omhelzen. Zuivere koffie behoort intussen ook tot de verworvenheden.

Dit alles wordt op lichte toon doorgenomen in een onderhoudende, cabareteske voorstelling waarvoor ondermeer is geput uit het werk van Anna Blaman, Remco Campert, Maurits Dekker, Lucebert en Annie M.G. Schmidt. Als een accolade om de voorstelling ligt de troonsaanvaarding van Juliana in 1948 en een tv-interview waarin onze nationale familie Doorsnee te Soestdijk herinneringen ophaalt aan dat moment.

Als een soort toegift volgt het eerste bedrijf van Gerardjan Rijnders' zedenschets van het hedendaagse gezin, De Hoeksteen. De koelkast is stuk en de tv, die meer dan wat ook een eind maakte aan het oude knusse Nederland van de gesloten gordijnen, wordt gestolen door aangetrouwde familie die dringend wat heroïne moet scoren. Ook dat is dus lachen.

 

Wederopbouw, onze ouders in de pers
 

16 januari 1989

Existentialistische 'Wederopbouw'


door Erik de Ruijter

Voorstelling: Wederopbouw, onze ouders; groep: Mug met de Gouden Tand
script: Matin van Velhuizen, Moniek Merkx
Regie: Matin van Veldhuizen
Spel: Mouna Goeman Borgesius, Evert van der Meulen, Marcel Musters, Joan Nederlof, Marueen Teeuwen
Gezien: De Brakke Grond, Amsterdam

Een theaterstuk over de wederopbouw in Nederland: het doet onmiddellijk denken aan eerlijk zweet en dampende aardappelen, maar ook aan existentialisme en verzet tegen de benauwenis van het leven. Matin van Veldhuizen en Moniek Merkx schreven een stuk waarin de jaren vijftig een opmaat zijn voor nu.

In bijna elke scène schemert wel iets door van het vrijgevochten, ongestructureerde leven in de jaren tachtig. Vanuit die optiek brengen de beide schrijfsters het stuk ook tot een einde: na een korte pauze volgt een epiloog waarin en ongenuanceerde en absurde kijk wordt gegeven op de effecten van al die werklust, familiezin en vooral van het opkomende existentialisme. Het heeft de modelfamilie, Van de Grubbe kennelijk geen goed gedaan. Zoonlief en kostgangster zijn verslaafd, pa is dement en de armoede is schrijnender dan dertig jaar terug toen de VUT in ieder geval nog lekker vet was.

Tijdgeest
Voor de pauze is de aandacht ook al voor een groot deel uitgegaan naar de existentiële tijdgeest. De verwijzingen naar onze vaderlandse helden op dat gebied zijn legio en zorgen bovendien voor mooie spelmomenten, zoals het staaltje 'action-painting à la Karel Appel' of de persiflage op het ongebreidelde bohemien-leven van onze beruchte Cobra-aanhangers in Parijs. Toch is me de 'name-dropping' evenals het te beklemtoond te berde brengen van het taalgebruik uit de jaren vijftig, iets te veel van het goede en met name overbodig. De teksten leggen het in het algemeen in deze voorstelling af tegen het spel en het beeld.

Wat aangenaam opvalt, is het ontbreken van een logische structuur. Globaal valt wel te zeggen dat het om iets vaags gaat als het 'levensgevoel', maar eigenlijk springt de voorstelling van de hak op de tak. Het is een spontaan en speels principe, waarmee Matin van Veldhuizen in haar regie de scènes in elkaar laat overlopen. De spelers voelen zich daar bijzonder wel bij en dobberen met gemak van statische familietaferelen naar poëzievoordracht. Dat energieke en frivole maakt van 'Wederopbouw, onze ouders' een heel prettige en ontspannen vertoning, waarbij het gebrek aan diepgang zonder probleem gecompenseerd wordt door allerlei vondsten en zelfs een paar momenten van esthetisch en speltechnisch kippenvel.

 

Wederopbouw, onze ouders in de pers
 

17 januari 1989

'Wederopbouw' mengt dagelijks leven en kunst op spitse wijze


door Dirkje Houtman

Amsterdam (Brakke Grond, tot en met 21 januari) en Tilburg (Schouwburg, 27 januari) Tot half april elders.

De jaren vijftig. De natie herstelt zich van de oorlog. De eerste wankele schreden van de wederopbouw zijn een feit. Over die periode maakte Mug met de Gouden Tand, samen met regisseur Matin van Veldhuizen en dramaturge Moniek Merkx, de voorstelling 'Wederopbouw, onze ouders'.

Het was een solide, overzichtelijke wereld, aldus het programma, die gaandeweg verstoord werd door de jazz, de experimentelen en de koude oorlog. De behoefte aan veiligheid en vooruitgang en het verlangen naar vrijheid zijn in de enscenering knap verweven. Het gezin als hoeksteen is op het eerste gezicht het uitgangspunt, maar in hun jaren vijftig uitmonstering kunnen deze gezinsleden even goed doorgaan voor bejaarden die terugkijken op hun verleden. Die verhouding tussen heden en verleden, maar ook tussen leven en kunst bepaalt de kleur van de voorstelling.
De enscenering is net zo overzichtelijk als het leven toen. Elke speler heeft zijn eigen plek op het toneel, dat door een gordijn in het midden in tweeën is gesplitst. Een scheiding die de breuk tussen de oude en de nieuwe tijd zichtbaar maakt. De ouders staan op de achtergrond; de moeder draait gehaktballen, de vader leest de krant. Daar staat ook de radio waar het gezin zich omheen groepeert voor de Familie Doorsnee. Een luistergenot dat toen nog wreed verstoord kon worden doordat de elektriciteitsmuntjes op waren.

Knus
Dit knusse leven raakt doordrenkt van een nieuwe tijd, waarin de kinderen de vanzelfsprekendheid van hun bestaan in twijfel trekken. Zij houden zich voor op het toneel op, waar ze discussiëren over het existentialisme en de experimentelen in de poëzie. Het dagelijks leven en de kunstopvattingen uit die tijd zijn hier nauw met elkaar verweven. Gedichten van Lucebert en Jan Hanlo worden geïntegreerd in een dialoog over de waarde en betekenis van de Vijftigers; de schilderkunstige opvattingen van Karel Appel worden zichtbaar gemaakt bij de presentatie van de nieuwe ijskast.
Het is een interessant tijdsbeeld dat, ondanks de spitse mengeling van dagelijks leven en kunstopvattingen, het karakter houdt van een documentaire waarin de makers zich vooralsnog onthouden van een persoonlijke uitspraak over die tijd. Die doen ze wèl na de pauze, met een heel ander stuk: een deel uit 'De Hoeksteek' van Gerardjan Rijnders. Gezeten achter en tafel en messcherp spelend, creëren de acteurs van De Mug een monument van pijnlijke ontluistering, dat moet aantonen waar die vrijheidsdrang van de ouder toe geleid heeft. Maar de stap is te groot en de lijnen naar nu zijn te grof.

Andere orde
Het asociale klimaat dat het gezin in 'De hoeksteen; teistert met geldgebrek, ziekte en aan drugs verslaafde kinderen, is van een heel andere orde dan het intellectuele klimaat van weleer waarin hun ouders opgroeiden. De wederopbouw van toen wordt gespiegeld aan de afbraak van nu, zonder een enkele verwijzing naar de dertig jaar die er tussenliggen. Daarmee wordt gesuggereerd dat het (culturele) besef uit de jaren vijftig niets heeft opgeleverd. En dat weiger ik te geloven. Wat de voorstelling wel duidelijk maakt, is dat het pessimisme over de kunstbeoefening van nu: kunst zaaide twijfel in de jaren vijftig, zo blijkt uit het eerste deel; in het huidige tijdperk laat zij (via de hand van Rijnders) alleen nog de vertwijfeling zien over het hier en nu

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder Wederopbouw, onze ouders