mugmetdegoudentand
(English summary)
 
mugmetdegoudentand actueel projecten | werkwijze | mugweb | te koop | reacties | contact
niks
 
vara
Vara TV Magazine week 44

 

Door: Gert Hage

Na een uitstapje naar de vrijdag ('de Bermuda-driehoek van de kijkcijfers') is de VPRO dit najaar teruggekeerd naar de zondag. Bevalt het? VPRO's televisie. bazin Daniëlle Lunenborg en haar voorganger Hans Maarten van den Brink denken er -voorzichtig gezegd- nogal verschillend over.

Plots was een instituut niet meer. Na zeventien jaar verdween de VPRO-zondagavond in 1999 geruisloos van de buis. Opmerkelijk was dat niemand er een traan om liet. Niet de leden, die toch jarenlang met de trouw en toewijding van de kerkganger op zondagavond op de omroep hadden afgestemd. En ook binnen de VPRO stak geen storm van protest op, na het besluit van de toenmalige netcoördinator van Nederland 3, Tom Kamlag. 'Gevoelsmatig was de VPRO-zondag de plaats waar "ons soort mensen" elkaar ontmoetten. Maar niet alle VPRO-programma's werkten goed in elkaars buurt,' lichtte Kamlag destijds zijn voorkeur toe voor een gezamenlijke programmering op de zondagvond.
Zonder morren had Janny Langbroek, hoofd inkoop van de VPRO, zich bij dat besluit neergelegd. 'Natuurlijk is het een soort instituut dat verloren gaat, maar we konden het echt niet meer tegenhouden. Sinds we A-omroep zijn, maken we veel meer televisie. En dan wordt een hele avond VPRO wel wat zwaar. De zondagavond kon wel wat lucht gebruiken,' zei Langbroek in NRC Handelsblad.
Dat Hans Maarten van den Brink, de toenmalige televisiehoofdredacteur van de VPRO geen moeite had met het verlies van de zondagavond, wekte minder verbazing. Een paar jaar eerder al had Van den Brink vraagtekens gezet bij de vanzelfsprekendheid van de VPRO-zondagavond. 'Ik heb weleens de indruk dat zo'n zondagavond een verplicht nummer is geworden, waarbij de kijkers denken: "Hartstikke mooi dat het er is, maar ik weet het wel. Ik voel niet een absolute noodzaak om te kijken,"' aldus Van den Brink, een jaar na zijn aantreden. Drie jaar later leverde Van den Brink na ingewikkelde onderhandelingen de zondag in. 'Ik vond het belangrijker op goede uren in de rest van de week aanwezig te zijn, dan vast te houden aan alleen de zondag,' blikt hij terug. 'Liever ook dinsdagavond rond negen uur, dan zondag van vijf uur 's middags tot na middernacht. Natuurlijk heeft de zondag ook voordelen voor wat betreft de herkenbaarheid, maar het is een reservaat. Zo van, "op zondag kijken toch weinig mensen, doe daar die rare VPRO-programma's maar." Het gevaar dreigt dat je als omroep dan sterft in schoonheid.'
Na het vertrek van Van den Brink in 2001 blijft de zondag nog twee seizoenen het domein van de gezamenlijke omroepen, om vanaf september dit jaar weer terug te keren naar de avond die, zo licht de huidige tv-hoofdredacteur Daniëlle Lunenborg, toe, 'mede dankzij ons vanouds een eigen kleur heeft en dus bij uitstek een avond is voor VPRO-programma's'. Om daaraan direct waarschuwend toe te voegen dat met de terugkeer van de zondagavond niet alle problemen in een klap zijn opgelost. 'Wat tien jaar geleden telde, telt nu niet meer. De tijden zijn veranderd.'

Met de terugkeer naar de zondag hoopt de vrijzinnige omroep de kijker weer aan zich te binden. Want die laat het de afgelopen jaren nogal afweten. In tien jaar tijd verloor de VPRO de helft van het aantal kijkers van gemiddeld 400.000 naar 200.000 duizend nu. Het is koren op de molen van de critici die al sinds jaar en dag stellen dat de VPRO zichzelf heeft overleefd. Niet vernieuwend, niet langer spraakmakend en dus overbodig, luidt kort samengevat hun commentaar. De terugkeer naar de zondag is hun ogen een teruggrijpen naar een verleden dat definitief voorbij is, een wanhoopsdaad die tot mislukken is gedoemd.
Op die kritiek valt nogal wat af te dingen. Want welke omroep kan kort nadat bekend werd dat J.M. Coetzee de Nobelprijs voor de literatuur heeft gewonnen een ijzingwekkend interview met hem uitzenden? Wie heeft Zomergasten? Wie Villa Achterwerk? En van welke omroep is het onvolprezen Tegenlicht? Inderdaad, van dezelfde omroep die al regelmatig dood is verklaard.
Het zijn onder meer deze programma's die de eigen bijzonder plek van de VPRO in het bestel rechtvaardigen. Maar is het niet weinig? Kan en moet de VPRO niet meer brengen dan wat zij nu doet? 'Ja,' antwoordt Hans Maarten van den Brink volmondig: 'Ik heb geprobeerd de VPRO te veranderen van een gesloten, in zichzelf gekeerd bolwerk, naar een open, op samenwerking met andere omroepen gerichte organisatie, die stevig de vinger aan de pols houdt van allerlei maatschappelijke veranderingen. Het gaat over de maatschappij, de politiek, de wereld, hield ik hen voor, niet over dat wij het met z'n allen zo knus moeten hebben. En het hoefde van mij ook niet altijd even mooi en artistiek te zijn, je moet ook iets niet mooi durven te maken. Ik vrees dat het me niet is gelukt de VPRO hiervan te doordringen. Blijkbaar vindt mijn opvolger het belangrijker het met elkaar gezellig te hebben in het reservaat op de zondagavond dan om belangrijke en vernieuwende programma's te maken. Het resultaat: minder prijzen, minder kijkers en minder uren.'
Lunenborg voelt niet de behoefte te reageren. 'Ik ga me niet vergelijken met H.M. van den Brink. Nadat ik hem ben opgevolgd heb ik met zeker honderd mensen uitgebreid gesproken. Wat me opviel, is dat over de VPRO werd gesproken op een wijze alsof men er zelf geen onderdeel van was. Ik trof een omroep aan met veel verschillende programma's, ieder meteen eigen redactie en eindredactie. Men kende elkaar nauwelijks. Uiteindelijk hebben die gesprekken geleid tot het besluit om vorig seizoen in drie blokken te programmeren, waarbij verschillende redacties in elkaar zijn geschoven. Tegenlicht bijvoorbeeld bestaat uit de redacties van De Nieuwe Wereld, Zeven dagen en Noorderlicht. Er zijn nu veel minder eilanden.'
De terugkeer naar alleen de zondag staat hier los van, benadrukt Lunenborg. 'Dat was geen vurige wens van de VPRO, maar het gevolg van allerlei veranderingen in het uitzendschema.'

'De VPRO weet eindelijk weer haar plaats,' zo luidde de omroep het vorige seizoen in. Met nieuwe programma's. op kijkbare tijden en rotsvaste plaatsen'. De nieuwe programma's waren R.A.M., Tegenlicht en onder meer Propaganda, de opvolger van De Plantage. De 'kijkbare tijden' waren de late dinsdag voor cultuur, een gemengd blok op vrijdag, terwijl op zondag enkele informatieve programma's werden uitgezonden. 'We vonden dat we te strak in het pak zaten, vandaar ons verzoek om in blokken te programmeren,' zegt Lunenborg.
Onverstandig, oordeelt haar voorganger Van den Brink: 'Het was al lang bekend dat de vrijdag de Bermuda-driehoek van de kijkcijfers is. Mensen gaan de deur uit en diegenen die thuis blijven, willen iets luchtigers zien dan de VPRO-programma's. Toch is men erin getrapt, waarmee des te meer duidelijk werd dat na mijn vertrek de voorkeur werd gegeven aan het bewaren van de vrede boven het voeren van stevige gevechten met de netpartners VARA en NPS.'
Achteraf, zo geeft Lunen berg toe, was de vrijdag misschien geen gelukkige keuze. 'De samenstelling van het blok werkte niet, het had geen toegevoegde waarde. Over sommige onderdelen daarentegen waren we zeer te spreken. Daarom vind ik het onterecht om van een echec te spreken.'
Het is dan ook niet zo, vervolgt Lunenborg, dat de terugkeer naar de zondag het antwoord is op een teleurstellend seizoen. 'Ik heb er niet maandenlang voor lopen te lobbyen Na vorig seizoen is met de netredactie gekeken hoe Nederland verbeterd kon worden. Vervolgens is besloten tussen acht en tien uur programma's neer te zetten die goed zijn voor de profilering van het net. Tot halfacht is het geformatteerd en daarna is B&W. Om tien uur het Journaal, dan Nova, gevolgd door de late avond. Daarmee is de week vol. De zaterdag, zo eerlijk moeten we zijn, kunnen we niet waarmaken, zodat de zondag overbleef voor onze, over het algemeen wat, langere programma's. Wij vinden het prima, vanwege een grotere herkenbaarheid voor de kijker en omdat die avond inderdaad door ons is ingekleurd. Dus niet omdat het onze wens was of omdat we zo nodig ons eigen reservaat wilden, maar omwille van de samenwerking zijn we naar de zondag gegaan.'

'Het is uit, voorbij en afgelopen Vanaf zondag 7 september is Nederland 3 verrassend anders. U gaat weer genieten, want zondag wordt zo'n dag,' opende de videoboodschap, waarmee de VPRO zich aan het begin van dit seizoen presenteerde.
'Op zich niet onverstandig,' oordeelt Jan Blokker. 'In mijn tijd was de zondag een aangename avond, dus waarom zou het niet opnieuw kunnen.' Maar, zo voegt hij daaraan toe. 'Ik ben de VPRO ontgroeid, of, wat evengoed kan, de VPRO is mij ontgroeid. Ik blijf er niet voor thuis, niemand meer trouwens. Dat zondagse, lekker knusse, linkserige gevoel is niet meer. Niet bij mij, maar ik vrees bij niemand. Na de ontlezing volgt de ontkijking.'
Bert van der Veer juicht de terugkeer van de VPRO-zondag toe. 'Ze hadden nooit weg mogen gaan. Hun bijzondere positie in het bestel laat zich niet rijmen met een netbeleid. De VPRO moet in staat kunnen zijn ons een documentaire die 73 minuten duurt uit te zenden, zonder rekening te houden met time-slots en journaals. Een eiland op zondag is dus prima qua idee, maar over de invulling heb ik mijn twijfels. Vroeger had men in Koot & Bie een ijzersterke locomotief die de kijker naar het net trok. Met de paar creatieve teams die de potentie hebben die oude locomotief te vervangen, zoals Jiskeft, maar ook de mugmetdegoudentand, is slordig omgegaan. Ik denk dat ze er nog niet klaar voor zijn. Misschien volgend seizoen en zo niet, dan is het over en uit niet de VPRO.'
Paul Brill, tv-recensent van de Volkskrant, staat enigszins sceptisch tegenover de VPRO-zondagavond. 'Na het echec van het vorige seizoen, begrijp ik de behoefte aan een grotere herkenbaarheid. Maar door de programmering dreigen ze zich opnieuw in de vingers te snijden. Natuurlijk is het heel eigenzinnig en origineel om Tegenlicht, na R.A.M. te zetten. Maar erg verstandig is het niet. Tegenlicht heeft nu minder kijkers dan vorig seizoen toen het na Cold feet kwam. Wil de zondagavond een kans maken dan heeft de zondag een ijzersterk programma nodig zoals vroeger Koot & Bie en zoals nu Kopspijkers op de zaterdagavond. Dat zie ik nog niet, dus ik vrees het ergste.'
Waarom zou op zondagavond lukken, wat op vrijdag niet is gelukt?, vraagt Hans Maarten van den Brink zich af. 'De enige goede reden om helemaal terug te gaan naar de zondag is dat je programma's beter worden bekeken. Daarvan is vooralsnog geen sprake. Mensen kijken niet meer omdat het zondag VPRO-avond is en zeker niet de gehele avond. Dat getuigt van zelfoverschatting. Menig onderzoek wijst uit dat het zogenoemde 'doorkijk-effect' gering is. Sterker nog, minder dan vijftig procent van de kijkers ziet nog een geheel programma. Wat de VPRO moet doen is meer dan nu het geval is zich concentreren op het maken van goede, interessante programma's. Daarin ligt hun bestaansrecht.'

Daniëlle Lunenborg wordt er wel eens moe van. Altijd maar weer ziet ze zich gedwongen te praten over marktaandelen, kijkcijfers, en netprofilering. 'Het is onze taak om programma's te maken waarvan wij vinden dat ze er moeten zijn en vervolgens daarvan de kijkers zien te overtuigen in die volgorde. De kunst is dat de inhoud goed is, al spreekt niemand daarover. En natuurlijk zijn we niet blij met de tegenvallende kijkcijfers van Tegenlicht. Als blijkt dat de redactie -let op- goede uitzendingen blijft maken waar structureel weinig naar wordt gekeken, dan gaan we uiteraard kijken of we kunnen schuiven met de opbouw van de zondagavond. En zeker, we missen Kees en Wim vreselijk, maar dat wil niet zeggen dat de zondagavond bij voorbaat al kansloos is:

Lunenborg zelf heeft erin ieder geval alle vertrouwen in. In Jiskefet, in de nieuwe dramaserie van Maria Goos, in Het geluk van Nederland, maar ook in het blok korte documentaires, in het nachtpodium voor jonge makers en in drie themavonden die op het programma staan
'We hebbende goede elementen van de vrijdag naar de zondag overgeheveld, in de hoop op meer kijkers. En met kijkers bedoel ik niet alleen de mensen die op de avond zelfde uitzending zien, maar ook naar, wat we hier noemen, het 'tweede leven' van een programma. Bereik is ook het aantal videobanden dat wordt opgevraagd of de reacties die een uitzending losmaakt. Gelukkig wordt dat straks ook gemeten in Hilversum, want de maatschappelijke relevantie van onze programma's blijkt, getuige het aantal reacties , behoorlijk hoog.'
Even dacht Hans Maarten van den Brink dat de VPRO nazijn vertrek het roer radicaal om zou gooien. 'Ik voelde me een beetje zoals Voskuil die na zijn vertrek bij het "Bureau" merkt dat alles, tot aan het ladenkastje aan toe, anders moest. Gelukkig lees ik nu dat een aantal ontwikkelingen die ik heb ingezet weer een vervolg krijgt. Er is weer een podium gecreërd voor jonge, talentvolle makers, de sport is gelukkig terug, zoals ook een paar thema-avonden. Nu nog een goed programma over wetenschap met een deskundige, gespecialiseerde redactie zoals voorheen Noorderlicht en ze zijn terug waar ik drie jaar geleden ben geëindigd. Op die zondag na dan, dat reservaat moet dicht. De VPRO moet het laboratorium zijn van de publieke omroep. Heb je ooit wel eens een lab gezien dat alleen op zondag open is?'

 

© Gert Hage in Vara TV Magazine

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder TV7