| TEGEN DE TACHTIG in de pers |
| Tegen de tachtig in de pers |
Oude schrijfsters laten zich gaan'Tegen de tachtig': vitaal theateravontuur van drie actrices door Jac Heijer Voorstelling: 'Tegen de Tachtig' door toneelgroep Mug Met De Gouden Tand Dramaturgie: Annechien Vink Toneelbeeld: Hans Klasema Regie: Jan Ritsema Spelers: Mouna Goeman Borgesius, Joan Nederlof, Maureen Teeuwen. Gezien: op 15 januari Toneelschuur Haarlem; aldaar op 20, 21, 23 en 24 januari; tournee t/m 9 april. Op de toneelvloer staan drie doorleefde schrijftafels gereed, elk voorzien van boeken, schrijfwaren, bureaulampen, rommeltjes. Het wachten is op de aanvang en men bekijkt een summier informerend programmablaadje. Op de achterzijde min of meer bekende foto's van de Franse schrijfsters Simone de Beauvoir, Marguerite Duras en Marguerite Yourcenar. Binnen hun jeugdportretjes, nog met hangend haar en grote strikken. Met enige wrevel vraag ik mij af of er voor de zoveelste keer leentjebuur gespeeld moet worden bij de letterkunde om toneel te kunnen maken. Er is niets op tegen, maar het gebeurt de laatste jaren wel erg vaak en het resultaat blijft niet zelden steken in journalistiek. Wat zouden de drie koninginnen van de Franse literatuur met elkaar gemeen kunnen hebben om ze bij elkaar te zetten? De groep van Amsterdamse toneelschoolverlaters, Mug Met De Gouden Tand, debuteerde vorig seizoen met fraai gekostumeerde citaten uit Wilhelm Meisters Leerjaren van Goethe. Nadat de mannen uit de groep verwijderd waren, bracht men Om Eleanor, een bewerking van de roman The Years van Virginia Woolf. Na literaire citaten en romanpersonages voert de goudgetande Mug in zijn derde productie, Tegen de Tachtig, de auteurs zelf ten tonele, een logische ontwikkeling. De drie actrices betreden, achter het publiek vandaan komend de toneelvloer en ik geef onmiddellijk mijn wrevel op, zo hartveroverend brutaal is hun verschijning. Ze hebben zich uitgedost als de drie beroemde schrijfsters. Joan Nederlof met coltrui, schapenvestje en zwarte uilenbril stelt Duras voor. Maureen Teeuwen in lelijk broekpak en met de onafscheidelijke turban op is Beauvoir. Mouna Goeman Borgesius opgevuld tot een zachte berg, draagt losjes een brede sjaal rond het hoofd als Yourcenar. Let wel, ze zijn de schrijfsters niet echt, ze zien er alleen maar uit als achterflapfoto's van hun boeken. 'Bonsoir', zeggen ze en begroeten in het Frans hun papa en mama die geacht worden in het publiek te zitten. Tegen de tachtig en toch altijd kind gebleven! Het drietal zet zich aan de schrijftafel en begint droge zuchtjes en snikjes te slaken op het ritme van een langzame passage uit een Keith Jarrett-compositie, welke muziek de hele voorstelling lang blijft doorzeuren. Door zo te beginnen, laat het drietal weten dat het geen literair reciteeravondje zal worden, maar theater. De toeschouwer, althans ik, zit meteen op het puntje van zijn stoel. Mijn nieuwsgierigheid is geprikkeld en blijft dat van scène tot scène. De opbouw, ongetwijfeld ontworpen naar aanleiding van improvisaties door dramaturge Annechien Vink, is klassiek: kennismaking met de personages, het opvoeren van spanning en sfeer, uitbarsting en ontlading. Het drama zit niet zozeer in de interactie als wel in de gang van de taal naar de fysieke emotie. Het keerpunt is de erotiek. Het uitgangspunt voor de drie karakters ligt in hun werk. 'Yourcenar' begint gewichtig bij de wereldgeschiedenis, 'Duras' bij haar relatie tot de echtgenoot, 'Beauvoir' bij haar existentiële isolement in het volle, maar o zo lege stadsleven. Er wordt geciteerd uit eigen werk (o.a. Hadrianus, Hiroshima mon amour, L'amant, L'invitée), maar ook uit King Lear. 'Yourcenar' maakt een einde aan het literaire door een bandje van Edith Piaf aan te zetten, naar voren te komen en een laconiek uitgevoerde show-act weg te geven, die heel grappig werkt. Vanaf dat moment laten de figuren hun rol als schrijfster in toenemende mate varen. Ze worden privé personen. Dronkenschap suggererend, geven 'Duras' en 'Yourcenar' zich over aan een staat van desolate eenzaamheid, die voortkomt uit erotisch verlangen. Voor 'Yourcenar' betekent het fysieke zelfbevrediging; 'Duras' geeft toe aan wat zij 'slechtheid' noemt; 'Beauvoir' houdt zich daar verre van en blijft haar dorre, sombere zelf. Deze drievoudige staat van verloedering - het gaat dieper, maar ik ken geen beter woord - leidt tot vergaande agressie jegens het eigen werk. De verzamelde werken vliegen door de lucht. De desillusie van het leven wint het van de literatuur met haar pretenties van eeuwigheid. Omdat de voorstelling Tegen de tachtig heet, zou je van een laatste opflakkering kunnen spreken, voorafgaand aan de dood. Er is echter méér aan de hand. Je zou de voorstelling ook kunnen beschouwen als een commentaar van het theater op de literatuur. De jonge actrices blijven steeds zichtbaar onder hun stokoude, wijze personages door. Hun theatrale vitaliteit verslaat als het ware het boek. De intellectuele ratio legt het af tegen de irrationele, zinnelijke emotie. Zonder enige terughoudendheid brengen de drie actrices hun eigen persoonlijkheid in stelling. Van hysterie is geen sprake, er wordt weloverwogen, zelfverzekerd en met een groot gevoel voor humor geacteerd. Regisseur Jan Ritsema is in staat het ware talent van deze drie vrouwen naar boven te halen. Het is een avontuurlijke voorstelling, zowel toneel als choreografie. Wie een plot mist, moet de drie dikke touwkabels in de gaten houden, waarmee Hans Klasema zijn toneelbeeld stoffeerde. Inderdaad ze zijn niet aan elkaar te knopen. |
| Tegen de tachtig in de pers |
17 januari 1987 |
Schrijfsters in muzikale sfeerFragmentarisch stuk van Mug met Gouden Tand door Marian Buijs Voorstelling: 'Tegen de Tachtig' Groep: Mug Met De Gouden Tand Regie: Jan Ritsema Spelers: Mouna Goeman Borgesius, Joan Nederlof en Maureen Teeuwen. Te zien: t/m 17 januari Toneelschuur Haarlem Daarna tournee t/m maart. Snikken doe je op een inademing, dat kun je droogweg concluderen aan het begin van Tegen de tachtig, de derde eigenwijze productie van de jonge toneelgroep De Mug met de Gouden Tand. Op een melancholieke jazzy dreun die als een eenzaam klanktapijt onder de hele voorstelling ligt, produceren drie vrouwen, elk roerloos gezeten achter hun eigen schrijftafel, technische snikken zonder enige emotie. Geluiden die de zich steeds herhalende maten van Keith Jarrett inkleuren. Drie schrijfsters die tegen de tachtig (zouden) lopen en die elkaar nooit hebben ontmoet: Simone de Beauvoir, Marguerite Yourcenar en Marguerite Duras. Hun teksten hebben als uitgangspunt gediend voor deze productie en de actrices hebben zich elk verkleed als ware ze één van de drie. Vooral Maureen Teeuwen vertoont een frappante gelijkenis met de Beauvoir. Zo zou de jonge Simone eruit hebben kunnen zien. Maar die gelijkenis doet er in deze versie weinig toe. De speelsters praten en spelen vooral als zichzelf. Maureen Teeuwen (De Beauvoir) doet dat nadrukkelijk, overwogen, alsof elk woord eerst in het Nederlands moet worden vertaald: die spreektrant geeft aan haar tekst een intrigerende spanning. Mouna Borgesius (Yourcenar) praat terloops, haast onverstaanbaar en Joan Nederlof (Duras) meestal droog constaterend, als betreft het een ooggetuige verslag van een buitenstaander. De wederwaardigheden en de - deels herkenbare - teksten worden de kijker niet voorgeschoteld als een sluitend verhaal, maar fragmentarisch. De productie moet het hebben van de atmosfeer en de daarmee opgeroepen associaties. Het lijkt alsof naast het zoeken naar ieders persoonlijke affiniteit met deze drie vrouwen, vooral de muzikaliteit van de taal en in minder mate de beweging, is onderzocht. Een tekst van Yourcenar wordt niet alleen door de voortdurend aanwezige achtergrondmuziek begeleid, maar ook door gepompompom van de andere twee. Er wordt gezongen, gezucht en gekreund, vaak subliem synchroon en uiterst geconcentreerd. De verstilde sfeer waarin de strijd, het verdriet en de liefde van drie vrouwen de toon bepalen, wordt keer op keer hilarisch onderbroken. Zoals wanneer Yourcenar keihard een boer laat middenin een monoloog van Duras. Hier en daar leidt de traagheid en de eentonigheid tot verveling, maar die wordt dan toch weer verjaagd door een verrassende inval. Bijvoorbeeld wanneer de drie actrices woedend afrekenen met hun zegsvrouwen en alle boeken van tafel smijten. Net als de schrijfsters blijken deze drie jonge speelsters onverzettelijk en zeer zelfverzekerd bezig met het verkennen van hun grenzen. Met een weldadig overwicht komen zij op, richten zich rechtstreeks tot het publiek en nemen hun plaatsen in. Nooit wordt de productie loodzwaar, telkens duikt de humor op. De voorstelling moet waarschijnlijk nog groeien, te vaak loopt de spanning weg en tast de kijker in het duister naar het verband tussen de fragmenten. Maar toch, het einde, wanneer de drie eindelijk in harmonie zijn met hun achtergrond melodie, is ontroerend. Verzet hoeft niet meer. De strijd is volbracht, het afscheid is als een zuchtje, een uitademing. |
|
|
|
|
|
|