![]() oktober 2004 |
Dode moedersdoor Liddie AustinTevreden en toegewijd, dat waren de moeders van MARIA GOOS en MARCEL MUSTERS. En zowel de scenarioschrijfster als de acteur voelde zich al op jonge leeftijd voor hun welzijn verantwoordelijk. Reden genoeg, vond Goos, om samen het toneel op te stappen met een voorstelling. Op haar website schrijft MARIA GOOS (48) hoe het allemaal is begonnen. 'Morgen begin ik aan SMOEDER. Dat is een theaterproject met Marcel Musters, die ik ten tijde van Oud Geld heb leren kennen. Hij speelde daar Erik van Dijk. (...) Toen hij mij vorig jaar e-mailde dat hij met zijn vriend en zijn moeder een tijd lang in een huis in Zeeland zat omdat zijn moeder stervende was, heb ik hem onmiddellijk en heel impertinent teruggemaild: alles opschrijven, Marcel, alles goed onthouden, foto's maken van je ouderlijk huis, want we gaan er een voorstelling over maken.' Zo is het helemaal niet gegaan, zegt MARCEL MUSTERS (45): 'Mijn moeder was al overleden toen je dat mailde!' GOOS: ‘Ik weet zeker dat ik je met dit idee heb gemaild toen jullie in Zeeland zaten! Ik weet nog dat ik het zo gênant vond om te vragen. Maar je schreef in je e-mails zo mooi wat er met je moeder en jou gebeurde, dat ik het idee kreeg dat jij net zoveel van je moeder hield als ik had gedaan. En toen dacht ik ineens - want verder denk ik helemaal niet meer zo vaak aan mijn moeder, ze is al zo lang dood - aan een gezamenlijke voorstelling.' MUSTERS: 'Nee, je hebt die mail echt pas geschreven toen we het huis aan het leegruimen waren. Je schreef zoiets als: Marcel, ik vind het heel vervelend om te vragen, maar ik doe het toch en je hoeft alleen maar nee te zeggen en dan is het goed, no hard feelings...' GOOS: 'En dan begin ik er over een jaar pas weer over.' MUSTERS: 'Precies. Toen heb ik gezegd dat ik er nu niet aan moest denken, maar het wel een spannend idee vond. Kort daarna zijn we gaan eten, iedere maandagavond bij de Chinees of de Thai op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Dat waren langdurige sessies. We hadden afgesproken om het alleen over onze moeders en familie te hebben. Het ging al snel over uit wat voor een nest je komt, dat soort dingen. Het was enerverend, maar eigenlijk ook erg leuk.' HET NEST GOOS: 'Toen Marcel en ik erover gingen praten, bleek wat ik instinctmatig had aangevoeld te kloppen: wij hebben beiden erg voor onze moeders gezorgd. Al toen we een jaar of veertien waren, droegen wij veel zorg voor het welzijn voor onze moeders. Te veel voor een kind van die leeftijd.' MUSTERS: 'De redenen waren alleen verschillend. Bij Maria was het omdat haar vader al jong overleed.' GOOS: 'Dat was op mijn elfde. Ik was een nakomertje. In het jaar dat mijn vader stierf, trouwden zowel mijn broer als mijn zus. Binnen een halfjaar was het gezin van vijf personen dus teruggebracht tot mijn moeder en mijzelf. Mijn moeder raakte in een depressie, begrijp ik nu; vroeger noemde je dat "zware hoofdpijn". Dat duurde anderhalf jaar. Ze zei wel wanneer ik naar bed moest en zorgde ervoor dat mijn kleren gewassen werden, maar verder... Ik kon haar niet bereiken. Toen is, denk ik, de kiem van mijn schrijverschap ontstaan. Ik ging veel vertellen en verzinnen om haar wakker te krijgen. Het doel in mijn leven werd haar aan het lachen te maken, of aan het huilen, dat maakte niet uit: als er maar een reactie kwam. Maar dat gebeurde nauwelijks.' MUSTERS: 'Mijn ouders hadden een slecht huwelijk. Ik was altijd bang dat er iets zou gebeuren. Als de telefoon ging of als ik op school een ziekenauto hoorde langskomen, hield ik mijn hart vast. Ik had een overdreven verantwoordelijkheidsgevoel.' GOOS: 'Hoe oud was jij ook alweer toen je vader doodging? Achttien?' MUSTERS:'Nee, 21. Vlak daarvoor was mijn moeder eindelijk weggegaan bij mijn vader; vijf weken later overleed hij. Hij was alcoholist, daar is hij ook aan gestorven. Maria was 28 toen haar moeder plotseling stierf. Ze heeft daarna een jaar lang alleen maar zitten schrijven. Die schriften heeft ze nooit meer willen inkijken, en toen ze het laatst probeerde nadat we ze samen bij haar van zolder hadden gehaald, lukte het nog steeds niet. Maar ik heb ze wel mogen lezen. Er was zoveel dat ik herkende. Terwijl ik denk dat het voor mij toch heel anders was om mijn moeder te verliezen: ik was 43, een volwassen man. Mijn moeder had mij "af" gezien en dat is denk ik heel belangrijk voor kinderen. Bij Maria was dat niet het geval en daarom was het verlies voor haar misschien pijnlijker, moeilijker.' GOOS: 'Mijn moeder en ik hadden een extreem sterke band. Mijn vader was invalide, hij had slechte nieren en werd steeds zieker. Het was armoe bij ons thuis - een invalidenuitkering in de jaren vijftig was geen vetpot. Hij stierf in 1966, anderhalf jaar later kwam zij weer tot haar positieven. Het was het eind van de jaren zestig, een opstandige tijd. Ik zat in de puberteit en zij had ook haar redenen om de kont tegen de krib te gooien, dus dat deden wij fijn samen. Ze knipte haar haren af, schafte de permanent af en ging met mij achterop de witte provofiets naar de stad. Dat schiep een enorme band: wij tegen de rest van de wereld. Dus toen ze stierf, hakte dat er wel in.' HET STUK GOOS: In SMOEDER gaan we niet acteren. We zijn gewoon Marcel en Maria die vertellen over hun moeders.' MUSTERS: 'We noemen het een beetje stom een "vertelvoorstelling" maar dat dekt wel de lading. We vertellen en doen soms onze moeders en ik doe mijn vader, maar dat is het. Maria heeft het stuk geschreven op basis van onze gesprekken en de e-mails die ik schreef toen mijn moeder stervende was. Ik ga fragmenten voorlezen uit de dagboeken die zij in dat jaar na haar moeders dood heeft geschreven.' GOOS: 'Weet ik van tevoren welke fragmenten dat zijn?' MUSTERS: 'Dat mag je zelf bepalen. Ik kan je ermee verrassen...' GOOS: 'Dat dacht ik met.' MUSTERS: 'Ik zal natuurlijk dingen kiezen die niet te heftig zijn, want het is niet de bedoeling dat jij op het toneel gaat zitten snikken. Het stuk bevat verder twee monologen: een van haar moeder en een van mijn vader. Dat is voor mij een van de beste kanten geweest van het met Maria praten over mijn ervaringen: zij kijkt op een andere manier naar mijn verleden en hoort dingen die ik nooit met elkaar in verband heb gebracht. Zij heeft die monoloog van mijn vader op zo'n manier geschreven dat ik dacht: denk ik ook zo over hem? Maar het klopt wel.' GOOS: 'Jij deed altijd heel onverschillig over je vader. Je moeder, dat was een duidelijk verhaal, maar je vader mompelde je weg.' MUSTERS: 'Hij is nu iemand geworden die ik goed snap. Terwijl ik hem vroeger nooit begreep. Dat liet ik niet toe. Als je ouders geen goed huwelijk hebben, kies je als kind partij voor een van hen. Ik koos voor mijn moeder. En toen ging mijn vader dood en verdween hij helemaal van het toneel. Nu zijn ze allebei overleden en kan ik er van een afstandje naar kijken, zonder partij te kiezen. Ik heb een heel ander beeld gekregen van die man en dat is prettig. Het is wel wonderlijk: om via mijn moeder bij mijn vader uit te komen.' GOOS: 'Voor onze moeders is deze voorstelling een eerbetoon, voor jouw vader wordt het een rehabilitatie.' BRABANTSE MOEDERS MUSTERS: Ik zeg steeds dat het een project is over dode moeders, maar daar is Maria het niet mee eens.' GOOS: 'Het gaat over een soort vrouwen dat met meer bestaat, daarom wilde ik het zo graag maken. Onze Brabantse moeders waren heel toegewijd, alletwee; vrouwen die ondanks alle tegenslagen in hun leven ontzettend konden genieten van wat er wel was - hoe weinig dat ook was. Ze stonden met een zekere naïviteit in het leven. Ze konden heel verbaasd zijn over van alles, namen weinig als vanzelfsprekend aan en vonden heel gewone dingen soms haast een wonder. Dat bracht een groot geluksgevoel met zich mee.' MUSTERS: 'Ze putten geluk uit kleine dingen.' GOOS: 'Ze waren tevreden. Ondanks allerlei tegenslagen konden onze moeders uit de grond van hun hart zeggen dat ze het zo goed hadden. Maar of ze gelukkig waren? Dat hebben we ze niet durven vragen. Tijdens het maken van dit stuk beseften we ook hoezeer dat iets is van onze generatie: geluk.' MUSTERS: 'Wij vinden dat we recht hebben op geluk. Een zeer misplaatst idee.' GOOS: 'Tevredenheid vinden we tegenwoordig een gedegenereerd soort geluk. Je bent een sufferd, een loser als je tevreden bent!' MUSTERS: 'Terwijl het juist heel wat is. Onze moeders waren daar goed in.' DE VOORSTELLING GOOS: 'Voor mij is het heel spannend: ik sta voor het eerst in een voorstelling op het toneel. Twee jaar geleden had ik het niet gedurfd. De eerste keer dat ik op het toneel stond, moest ik bloemen aannemen na de première van Familie en daar was ik een week lang zenuwachtig voor. Het viel natuurlijk allemaal reuze mee. Daarna heb ik door het land een aantal inleidingen op Cloaca gedaan en dat was eigenlijk ontzettend leuk. Als het goed gaat, merkte ik, tilt een optreden je op. Ik deed erg mijn best en daarvoor kreeg ik ook iets terug: een speciale energie, een soort liefde. Daarom durf ik dit nu te doen. Ik verheug me er zelfs op. Het wordt een simpele voorstelling: een tafel, twee stoelen, een schemerlamp. En dan met een zak drop de auto in, voor een kleine tournee. Bij succes gaan we volgend jaar door.' MUSTERS: 'Als het leuk is willen we het ook voor leesclubs doen, bij mensen thuis. Daar verheug ik me vooral op. Ik zou het leuk vinden als mensen vanuit de zaal zich ermee gaan bemoeien, bijvoorbeeld. En dat wij daarop reageren. Bij echt "toneel" kan dat niet, maar hierbij wel.' GOOS: 'Alleen de vorm van het stuk is theatraal. We beginnen zogenaamd op de crematie van Marcels moeder.' MUSTERS: 'Voor de goede orde: het is absoluut geen therapeutisch project.' GOOS: 'We hebben het met over onszelf. Dat zou pathetisch zijn. Het gaat over hen, de moeders.' MUSTERS: 'Het is wel persoonlijk, maar het gaat over iets groters. Als je ernaar zit te kijken, moet je niet aan ons denken, maar aan je eigen situatie. Je eigen moeder.' GOOS: 'Iedereen heeft een moeder.' MUSTERS: 'En die hebben allemaal een leven en gaan allemaal een keer dood.' © Liddie Austin, uit OPZIJ, oktober 2004 |
|
|
||
|
|
|
|