oktober 2004

41 MARCEL MUSTERS

door Marcel Langedijk

Hij is medeoprichter en artistiek leider van theatergroep Mugmetdegoudentand, waarmee hij het hilarische Hertenkamp en TV7 maakte. Hij schreef en acteerde onlangs in het controversiële Foodcoma. Hij heeft prachtige bijrollen in vier nieuwe films. En is al tien jaar de partner van die andere prijswinnende acteur, Jeroen Willems. Maar kent u Marcel Musters?

Terwijl Marcel Musters (44) zijn roze badjas en bijpassende poedelsloffen aantrekt, wordt het steeds drukker voor Tilly's Nailstudio op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Een fotograaf, zijn assistente, een visagist, een stylist en nog wat druk telefonerende andere mensen wekken inderdaad de indruk dat hier iets heel spannends gaat gebeuren. Wie weet duikt Wendy van Dijk wel op. Of Boris. Weet jij veel. Met camera uitgeruste mobieltjes liggen startklaar in de steeds vochtiger wordende handen. Maar zodra het publiek door krijgt dat het toch echt om de mollige man in de roze badjas gaat, is de lol er snel af. Die kennen ze niet. Ze weten niet wie ze missen, want Marcel Musters is een van de leukste en meest begaafde acteurs van zijn generatie. Geliefd en geroemd door collega's, vaak bejubeld in recensies. En terecht. Vandaar: spotlights on Marcel.

Vreemd eigenlijk, dat je vrijwel altijd lovende kritieken krijgt, maar amper bekend bent. 'Ik kom te weinig met mijn kop op tv. En wat ik doe is heel marginaal. Toneel is marginaal. En naar een serie als Oud Geld keken 800.000 mensen, naar Hertenkamp 350.000. Naar Goede Tijden Slechte Tijden kijken dagelijks twee miljoen mensen. Daar heb ik ooit drie weken in gespeeld. Puur om te weten hoe dat was. Nou, niks voor mij.'

Want? 'Je kan nooit aan een scène werken, alles moet snel. En dat is nou juist wat ik leuk vind; kijken wat je met zo'n tekst kan. Bij een soap moet je vooral zo natuurlijk mogelijk je tekst uitspreken, dat gaat niet om diepere lagen. Er wordt vaak letterlijk gezegd wat ze bedoelen. Dat doen 'echte' mensen bijna nooit. Ik wil die diepere laag onderzoeken. Sommige soapacteurs hebben niet door dat ze eigenlijk helemaal niet kunnen acteren. Dat is niet zo gek hoor, ze weten niet beter. Vergelijk het met jonge mensen die op RTL 5 voor het eerst een seksfilm zien. Die denken: "Dus dat is seks." Als een vrouw niet van die opgezwollen dingen heeft en als je als man niet al die standjes kunt, dan is het niet goed. Zo kijken veel mensen ook naar soaps. Mijn neefjes zien geen acteurs, die zien echte mensen. Voor Hertenkamp hebben we dat soapachtige element gebruikt, ook in de opbouw. Er moest altijd een cliffhanger in. De laatste aflevering zat er vol mee, lekker over the top. Gek genoeg kun je daar heel erg door geïnspireerd raken, slechte tv. Maar eerlijk gezegd deed ik dat rolletje in GTST ook, omdat mijn tantes er graag naar kijken. Die geloofden nooit dat ik zomaar in een soap kon spelen, als ik wilde. "Waarom doe je het dan niet?" Begrepen ze niet. Is ook niet erg; ik wil gewaardeerd worden om dingen die ik zelf goed vind en waar ik trots op kan zijn. Roem om de roem is iets heel anders, dat wil ik niet. Als ik een periode veel op tv ben, word ik wel wat meer herkend op straat, maar daar voel ik me behoorlijk ongemakkelijk bij.'

Toch moet je als acteur schaamteloos zijn. Voor onze fotoshoot liep je in een roze badjas over de Nieuwmarkt. 'Dat vond ik ook heel gênant, vooral omdat ik in deze buurt woon, maar dan draai ik een knop om. Dat heb ik geleerd in al die jaren; effectief functioneren. Je kunt heel lang om dingen heen draaien, maar je kunt er ook direct naartoe gaan. Bij zo'n shoot kan ik tegen jou zeggen dat ik me heel erg geneer, maar daar heeft helemaal niemand wat aan. Als ik het gewoon doe, is het zo klaar. Ik kon me dat vroeger ook niet voorstellen, dat je bijvoorbeeld zomaar in huilen kon uitbarsten. Is nog steeds niet makkelijk, maar ik kàn het wel. Doordat ik de knop heb gevonden, waarmee ik die omweg kan omzeilen. Bij film is het nog een stuk abstracter, daar is je lichaam echt een instrument dat je moet inzetten. Maar wel waarachtig. Bij goede acteurs zie je dat het een soort echtheid heeft, daar hou ik van. Daarom wil ik graag rollen waar ik iets van mezelf in herken. Ik denk overigens dat elk mens alles in zich heeft; je moet het alleen naar boven zien te halen, uitvergroten. Ik heb zelf nooit de behoefte gehad om Shakespeare te spelen. De dingen die ik voor de Mug doe, staan ook altijd dicht bij mezelf. We proberen er altijd een universeel iets van te maken. Als het ons interesseert, dan zal het andere mensen ook wel interesseren. Zo uniek zijn we niet. Ook de dingen die ik voor tv of film doe, pak ik op die manier aan.'

Je speelt kleine rolletjes in De Dominee, Amazones, Stille Nacht en in Paul Verhoevens Zwartboek. Wanneer komt nou die hoofdrol? 'Zou ik heel graag willen, word ik ook voor gevraagd, maar ik kan meestal niet. Ik weet nu al dat ik vrijwel het hele seizoen met toneel bezig ben en we zijn zelfs al bezig het seizoen erop te plannen. Dat moet ook. Betekent wel dat als er zich in deze maanden iets voordoet op filmgebied, ik niet mee kan doen. Zo'n klein rolletje lukt nog net, met veel moeite. Maar met ingang van 2005 ben ik niet meer alleen artistiek leider van de Mug. Dan gaan we het met z'n vieren doen; Frank Houtappels, Michiel van Erp en Joan Nederlof. Ik wil meer tijd hebben voor films en goede tv-series, en om meer te gaan reizen. Heb ik vroeger heel veel gedaan, maar ik kon de laatste jaren hoogstens een maand weg. Ik wil vier maanden per jaar reizen. En dat gaat komend jaar wel weer lukken, want ik ga in januari twee maanden naar New York.'

Wat ga je daar doen? 'Niks, beetje rondkijken. Ik ga al sinds mijn achttiende naar New York, elk jaar wel een paar keer. Ik ruil mijn huis altijd met Amerikaanse kunstenaars. Heb door de jaren heen een heel netwerk van mensen opgebouwd die dat ook leuk vinden, die langere tijd in Amsterdam willen zitten. Heerlijk. Beetje rondkijken, voorstellingen bezoeken, praten met lokale theatermensen. Ik word gek genoeg heel rustig van de drukte in New York. Laat hen het maar even doen. Kan daar uren op een bankje in Central Park zitten. Of vijf films achter elkaar bekijken. Ik heb er inmiddels veel vrienden, maar soms laat ik ze niet eens weten dat ik er ben. Anders heb ik hetzelfde drukke sociale leven als in Amsterdam. Af en toe ga ik wel eens 'associatief stalken'. Zie ik iemand lopen en die ga ik dan volgen. Als hij de metro in stapt, doe ik dat ook. Als ie z'n kantoor binnenstapt, kan ik niet verder. Ga ik ergens een kopje koffie drinken tot er weer iemand naar buiten komt. Ga ik die volgen. Daardoor kom je dus op plekken waar je nog nooit geweest bent en kom je min of meer even in het leven van zulke mensen. Zo vul ik daar soms mijn dagen. Ondertussen kan ik lekker denken. Ik realiseer me dat het heel decadent is, want iedereen is daar bezig z'n targets te halen. De meerderheid heeft een afschuwelijk leven. Al die mensen die illegaal zijn en elke dag van die stomme kutflyers moeten uitdelen voor bijna niks. Dag in dag uit. Als je je realiseert wat het leven voor die mensen inhoudt... Je leert er de vrijheid en rijkdom te waarderen die wij hebben. Misschien ga ik er nog wel eens iets kopen. Om te wonen, niet om te werken. Dat wil ik absoluut niet. Ik vind het werkklimaat in Nederland perfect. Alles wat ik wil, kan ik doen met de Mug. Als ik daarnaast iets meer films zou kunnen doen, heb ik het helemaal voor elkaar. De concurrentie is in Amerika bovendien zo groot, dat ik al blij mag zijn als ik er een commercial kan doen. En die weiger ik nou net in Nederland.'

En hier word je erg gewaardeerd. 'Ja, is hartstikke leuk. Had ik nooit verwacht. Ik was op de toneelschool zÛ verlegen en onzeker. Twijfelde lang of ik het wel zou kunnen. Ik had daarvoor nog nooit geacteerd, terwijl iedereen in mijn klas wel iets gedaan had op dat gebied. Ik wist alleen dat ik acteur wilde worden. Ik ben na de middelbare school naar zo'n selectiecursus gegaan, maar uiteindelijk durfde ik niet. Ik was zeventien en iedereen was al een jaar of twintig. Ik was zo geïntimideerd door de hipheid en ogenschijnlijke zelfverzekerdheid van die mensen. En ik kwam nog uit Brabant ook. Terwijl, als ik nu om me heen kijk: bijna iedereen die ik hier ken, komt uit een andere stad of dorp ver weg. Maar als je hier gaat wonen, dan denk je dat iedereen uit Amsterdam komt. En dat jij de enige bent met een Brabants accent. Vreemd soort minderwaardigheidsgevoel. Ik weet nog dat het me heel cool leek als ik op een gegeven moment kon zeggen dat ik al vijf jaar in Amsterdam woonde... Belachelijk.'

Waarom wilde je acteur worden? 'Dat heeft volgens mij wel een diep psychologische oorzaak, hahaha. Ik realiseerde me als kind op een gegeven moment dat ook ik dood zou gaan. En dat je dan weg bent. Dus, dacht ik, als je nou beroemd bent, dan kennen ze je in ieder geval... Zoiets. Maar toen ik naar de toneelschool ging, wilde ik allang niet meer beroemd worden. Ik had al wat meer levensinzichten gekregen. Ik had daarvoor al vijf jaar als psychiatrisch verpleegkundige in een inrichting gewerkt, want dat ben ik na mijn middelbare school gaan doen. Een collega daar had zo'n selectiecursus gedaan. Zij vertelde me dat je tot je 23e naar de toneelschool kon en toen heb ik heb me meteen ingeschreven. Ik moest dat doen, anders was ik de rest van mijn leven hoofd van een afdeling geworden, of zo. Ben godzijdank ook meteen aangenomen. Vreemd. Jeroen heeft zeven keer toelatingsexamen gedaan op alle scholen. Werd constant afgewezen. Ik was er in één keer door, maar als dat niet was gelukt, was ik echt niet teruggegaan. Heb de mazzel gehad dat ik op dat moment schijnbaar liet zien wat authentiek was, denk ik. Ik heb die school echt heel erg nodig gehad om te leren wat acteren was, wat het vak inhield.'

Heb je nog iets gehad aan de vijf jaar in die psychiatrische inrichting? 'Ik heb er heel veel geleerd. Je wordt er ook nogal geconfronteerd met jezelf, met je eigen tekortkomingen. Ik werd er wel vrij zwaarmoedig van; je krijgt met zoveel ellende te maken. Toch is het goed geweest, zowel voor mijn persoonlijke als professionele ontwikkeling, maar ook zeker voor het acteren. Mijn vroegere collega's van het ziekenhuis komen nog wel eens kijken. Die zien dan dingen. "Goh, dat was net Ben van afdeling 5b." Waarschijnlijk zit dat zo in je systeem. Ik zou daar nu best nog eens een jaar willen werken. Kijken hoe ik er nu, als volwassen man, mee omga. En hoe het nu is gesteld met de gezondheidszorg. Ik hoor en lees verontrustende verhalen over de consequenties van de voortdurende bezuinigingen. Het is bovendien zo'n interessante wereld. De grens is heel dun; je bent zo aan de andere kant. Net zoals je zo dood kunt zijn, kun je ook zo gek worden. Ik ben tot op heden slim genoeg om aan de goede kant te blijven, denk ik, maar ik heb al zoveel mensen om me heen gezien, die zomaar doorsloegen naar de andere kant. Die grens is trouwens wel de plek waar de mooiste, meest intens dingen gebeuren. Ik ben in die periode wel helemaal teruggekomen van het idee dat je mensen kunt genezen. Het enige wat je kunt doen, is ze veiligheid bieden, zodat ze kunnen bijkomen. En medicijnen geven. Heel raar eigenlijk dat chemisch spul een mens vaak weer goed kan laten functioneren. Gaat het dan alleen maar om een stofje? Wat doen we dan moeilijk, laten we allemaal een pilletje nemen, hahaha.'

Heftige ervaringen voor een achttienjarige jongen. 'Ja, maar ik heb er ook minstens zoveel leuke, goede ervaringen gehad. Ik werkte op de open afdeling, waar ook veel gelachen werd, met elkaar, om elkaar en om de idiotie van het leven en de gekte van de maatschappij.'

Wanneer veranderde dat verlegen jochie in die acteur die inmiddels al twintig jaar in Amsterdam woont? 'Ja, dat ging langzaam. Ik richtte tijdens mijn studie al de Mug mee op, om een soort veilige haven te creëren, waarin ik en mijn collega's ons eigen ding konden doen. Maar ik heb heel lang getwijfeld of ik kon acteren. Ik bedoel, je kan in je hoofd wel vinden of denken dat je goed bent, maar... Ik geef nu zelf wel eens selectiecursussen voor de toneelschool. Dan zeggen sommige kandidaten dat het gisteren, thuis, wèl heel goed ging. Daar gaat het niet om. Iedereen is thuis goed. Het gaat erom dat je op dàt moment, onder dìe spanning, dat je het dàn kan doen. En dat blijft altijd. Pas toen ik een jaar of vijf met de Mug bezig was, werd ik een betere acteur. Ik kreeg zelfinzicht, begreep dat je naar jezelf moet kunnen kijken alsof je een ander bent en dat je je er zonder gêne in moet storten. Het moeilijkste van acteren, bleek voor mij niet het acteren zelf, maar het omgaan met de reacties daarop. Als je op de toneelschool een voorstelling deed, had iedereen wat te zeggen, of het nou goed of slecht was. Daar wilde ik naar luisteren en iets mee doen, maar vaak zijn die reacties tegenovergesteld aan elkaar. En toch moest je het de volgende dag weer doen. Moeilijk. Dat is het nog steeds. Uiteindelijk moet je het toch doen zoals je het zelf het beste vindt. Moet je de zekerheid uit jezelf halen. Foodcoma was een heel controversiële voorstelling waar ook veel negatieve reacties op kwamen, maar wij vonden dat we het wel zo moesten doen. Dat moet je zelf beslissen en da's heel eng, omdat het je erg kwetsbaar maakt. Maar sinds ik dat door heb, kan ik me op het toneel helemaal geven, zonder voorbehoud. Dat wil niet zeggen dat ik nu niet meer bekropen kan worden door angsten of verlegenheid, maar als ik op het toneel sta, ben ik niet bang.'

Je gaat nu een lunchvoorstelling doen met Maria Goos: Smoeder. Vertel. 'Maria kwam er mee. Haar Brabantse moeder is twintig jaar geleden overleden, de mijne nog geen twee jaar geleden. Ik had destijds een paar maanden vrij genomen om bij haar te zijn. Maria mailde me toen om te vragen of ik alles wel goed wilde onthouden omdat ze graag ooit eens met mij een voorstelling over moeders wilde maken. Zij heeft nogal een trauma opgelopen toen haar moeder overleed. Op dat moment dacht ik: "Nu even niet." Maar nadat mijn moeder overleden was, hebben we afgesproken om gewoon eens per week samen te gaan eten. Dat werden al snel 'smoederavonden'; hadden we het alleen maar over moeders en families. Werkte ook therapeutisch. Een half jaartje geleden vonden we dat we het moesten doen. Ik had genoeg afstand genomen om er niet een te emotioneel iets van te maken. Het is vooral mooi, omdat het breed is; iedereen zal het een keer in zijn leven meemaken.'

Ben jij zo'n familiemens? 'Ik dacht altijd van niet, maar rond de dood van mijn moeder zijn ze wel heel erg verstevigd, die familiebanden. Ineens merkte ik dat ik het wel was. Ik heb drie broers, maar we vierden bijvoorbeeld nooit kerst, omdat we daar allemaal een hekel aan hadden. Kwamen we in november bij elkaar voor kerst; hadden we dat gehad. En nu zei mijn broer: "Jongens, met kerst komen jullie bij mij." Er is een heel sterke band ontstaan.'

En je vader... '...is al meer dan twintig jaar dood. Maar ik ben nu bezig om een monoloog 'van hem' te leren voor die voorstelling. Die heeft Maria geschreven op basis van wat ik haar verteld heb. Vreemd, want zo heb ik nog nooit naar mijn vader gekeken. Ik moet nu in zijn hoofd kruipen. Het geeft mij een totaal nieuwe kijk op hem, heel verhelderend en verfrissend en ook wel mooi... Het voelt wat raar, maar ik denk wel dat het klopt.'

Je speelt vaak tragikomische figuren. 'Een lach en een traan, dat vind ik het leukste. Ik ben geïnteresseerder in de gebreken van iemand, ik geloof niet in perfectie. Die bestaat niet. Dat is schijn. Dat is iets maskeren. Ik wil daarachter kijken. Het voordeel van ouder, dikker, lelijker en wijzer worden, is dat ik alleen maar interessante rollen krijg. Doorleefder. Er is niks leukers dan een grappige loser te spelen. Je weet toch dat de grootste komieken vaak depressieve types zijn? Dat snap ik heel goed. Humor is overwonnen droefheid, zei Freek de Jonge ooit. Dat is zo waar. Je hebt iets gedaan met die ellende, je hebt het overwonnen. En dat is beter dan in een inrichting zitten, want nu doe je andere mensen er tenminste nog een plezier mee. Maar wees realistisch: in the end zijn we allemaal losers, gaan we allemaal dood. Je kunt nog zo geestelijk verrijkt zijn, op een gegeven moment krijg je kanker en dan moet je daar mee omgaan. Deal er maar mee. In het jaar dat mijn moeder stierf, anderhalf jaar geleden, zijn zeven mensen om mij heen gestorven. Vier vriendinnen, twee exen en mijn moeder. Buiten mijn moeder allemaal mensen in de bloei van hun leven, rond de veertig. En die probeerden allemaal met hun ziekte te dealen, ze probeerden er een soort betekenis in te vinden. Maar ze gingen wel dood... En dat rest ons ook. Doe je je hele leven je best overal van te leren en mee om te gaan en dan lukt dat een beetje en dan ga je dood. Goed geregeld! Maar ik ben niet depressief hoor, hahaha, echt niet. Ik ben gewoon realistisch. En humor is daarbij echt belangrijk. Om het allemaal aan te kunnen. Mijn moeder was, echt waar, zo humoristisch op haar doodsbed. Geweldig. Ze had gehoord dat ze kanker had en binnen vier maanden was ze dood. Maar we hebben zo met haar gelachen. Ze ging ineens veel lichter met het leven om en veel meer in het moment. "Ik kan wel bij de pakken neer gaan zitten, maar dood ga ik toch," vond ze. Elk moment dat ze geen pijn had, was ze vrolijk en komisch. Zo wil ik het ook. Desperate humor voor mijn part, over the top, dat maakt me niet uit, maar ik moet de humor erin houden.'

© Marcel Langedijk, uit MAN, oktober 2004

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder SMOEDER