Onder Controle in de pers
 

Fantasievol zigzaggen tussen ernst en luim


Mug met de Gouden Tand maakt gave montagevoorstelling

door Hein Janssen

Toneelschuur Haarlem.
Tournee. (Van 1 tot 12 juni in Brakke Grond Amsterdam)

'Eigenlijk zijn wij toch heel kapotte mensen.' Die zin, die tussen neus en lippen door uitgesproken wordt, is het uitgangspunt van de voorstelling Onder controle van Mug met de Gouden Tand. De negentiende alweer, gemaakt met bijeen gesprokkeld geld omdat de subsidiegevers het lieten afweten. Kapotte theatermakers die toch theater maken, verwarde dertigers op zoek naar de duiding van de dingen.

Onder controle doet verslag van die zoektocht. Joan Nederlof, Marcel Musters, Hendrien Adams en Rafaël Troch beginnen met een persoonlijke, haast intieme sessie op de bank waar ze elkaar ondervragen over hun beweegredenen deze voorstelling te maken en bekentenissen doen over hun gedachten over deze chaotische tijd. Tegenover het oorlogsgeweld op televisie en dat ene shot teveel van dat vermoorde kind wordt iets persoonlijks gezet, het bericht van een reis naar binnen.

Dat lijkt behoorlijk therapeutisch en dat is Onder controle ook, maar tegelijk schopt de voorstelling zo genadeloos aan tegen luchtfietserij en relativeert ze zichzelf zo, dat ze een moeilijk in woorden te vatten, tussen ernst en luim zigzaggend theateravontuur is geworden. Met een pruik, een jurkje aan- en uittrekken, een dansje, gekledder met natte lakens, een schuchter zoentje en een heftige, billentrillende vrijpartij roetsen de vier Mug-acteurs langs de achtbaan van het moderne leven.

Wat moet je met Bosnië als je eigen leven een puinhoop is? Of is het één het gevolg van het ander? Waarom valt er een pijnlijke stilte als Marcel Musters opeens zegt dat hij seropositief is? Schijn of werkelijkheid? En waarom is Joan Nederlof zodra ze op toneel staat onweerstaanbaar, zelfs als ze haar tegenspelers zo vals te kijk zet?

Onder controle lijkt gemaakt om dat soort vragen op te roepen, en niet te beantwoorden. Opgebouwd uit losse flarden vanuit het onverwarmde repetitielokaal maar daarna knap gemonteerd. In die montage horen een erg leuke parodie op het existentialisme van Sartre en een dramatisch gezongen Terug naar de kust als vanzelfsprekend bij elkaar. Deze vier artiesten combineren hun vakmanschap met een volledige overgave aan de complexe materie, zijn soms koket maar op het juiste moment ook kwetsbaar.

Ze staan alleen op toneel, of zoeken elkaar op en aan het eind dansen deze eenzelvige rebellen een beetje hulpeloos richting kleedkamer waar de komende tijd ongetwijfeld nog veel gepraat zal worden over de zin van het leven en de rol van het theater daarin.

Na het literaire theater dat de Mug in zijn beginjaren maakte is vorig jaar een andere koers ingezet. Lost in Hotel Paradise en Video/Games waren voorstelling over het dansen op de vulkaan van deze tijd, de rol van de media daarin en de keerzijde van de amusementsindustrie. Onder controle brengt tussen al die thema's verbanden aan en dat levert verwarrend, origineel, hilarisch en soms stilmakend theater op.

In het Nederlandse theaterlandschap hoort Mug met de Gouden Tand thuis in het rijtje van Carver en Suver Nuver, maar is extremer en fantasievoller. Door die fantasie die hoe dan ook van een zeker optimisme getuigt, vormt de Mug ook een antwoord op het bloederige defaitisme van De Trust, die andere groep die een overwegend jong publiek trekt.

Hoe wankel ook, bij de Mug wordt tenminste nog een polonaise gedanst. 'Dans je de hele nacht met mij, als dit een droom is dan droom ik jou erbij'. Onder controle is gemaakt door mensen die niet kapot te krijgen zijn en een van de gaafste voorstelling van dit seizoen.

 

Onder Controle in de pers
 

Mug maakt emoties los over zwalkend Generatie Nix


door Pieter Kottman

Voorstelling: Onder Controle door Mug met de Gouden Tand
Idee, regie, spel: Hans Klasema, Rafaël Troch, Hendriens Adams, Marcel Musters, Joan Nederlof
Gezien: 21/4, Toneelschuur, Haarlem
Nog te zien: t/m 15/10 in het hele land


Zelden wordt het thema van een voorstelling zo op een presenteerblaadje aangeboden als in Onder Controle van Mug met de Gouden Tand. Kunst is immers stilering, maskerade, door een verpakking-met-strik aan het oog onttrokken inhoud. Onder Controle begint echter met een intentieverklaring. Rafaël Troch zegt gefascineerd te zijn door 'geconditioneerdheid'. Hendrien Adams vraagt zich af 'waar het ideaal is', Joan Nederlof prevelt iets idioots over de 'heelheid van de dingen' en Marcel Musters heeft 'problemen met dik en dun' en bedenkt nog spontaan: "Oh ja, ik maak alles dood wat ik liefheb" en hij lacht ontwapenend.

De titel van de voorstelling is verklaard, eigenlijk kunnen we naar huis. Maar dan. Met new age-achtige vaagheid worden de problemen en interesses gekoppeld aan water: dat stroomt, het is nat, zo hard als beton en toch transparant, enfin, de associatie is zo duidelijk als wat. Er wordt een teil met water het toneel op gesleept en daarin worden de komende vijf kwartier lakens uitgespoeld, hoofden ondergehouden, tanden gepoetst. Tussendoor huilt Troch over zijn jeugd, noodt Musters het publiek te pas en te onpas tot participatie, doen de twee meiden in hun nakie een even hitsig als denkbeeldig 06-gesprekje na, en geeft men zich bij tijd en wijle over aan moordpogingen en wrede spelletjes. En regelmatig plaatst men zichzelf, de anderen of het publiek voor de vraag waarheen en waartoe.

De helderheid van het begin slaat na twee minuten om in chaos. Enige constante daarin zijn de armen van de ene speler die achter de ander gaat staan, en diens armen vervangt. Het is een beeld van amputatie en prothese, onmacht en solidariteit, van afhankelijkheid en misbruik daarvan, van verminking en heling, verdriet en troost. Al dat hogere wil ik er wel in zien, omdat de stennis die Mug maakt zo aanstekelijk en overtuigend is. Het persoonlijke is politiek en vice versa: zo'n soort gedachte moet aan deze voorstelling ten grondslag liggen. En: we staan hier en kunnen niets anders.

Vaker dan een enkel moment is die aanpak flauw en af en toe zelfs pijnlijk, maar Mug verstaat de kunst om dat effect uit te buiten. Als na een schermutseling en verbaal gehakketak een stilte valt en de spelers wat gaan staan schutteren, houd je je hart vast. Maar juist daarom is de opluchting zo groot, dat er een hilarische zoenscène volgt en een ongelooflijk ontroerende polonaise. In de 'voorstudie' Videogames, die Mug enkele maanden geleden verkende het gezelschap met succes 'de rand van het gênante'. Dat doet het nu weer, even bedreven. Het schrikt niet terug voor het ongemakkelijke en toont vertrouwen in de goede afloop, wat er ook gebeurt.

Dit sferische soort theater, waarvan de Duitse choreografie Pina Bausch de ongeëvenaarde grondlegster is, ontaardt heel snel in wezenloos gedoe. In zijn goede vorm weekt het emoties los en ontroert het. Dat gebeurt bij Mug. We kijken naar een zwalkende generatie, die tobt, maar niet eens weet waarover. Generatie Nix zijn ze al genoemd, door erflaters die in een andere tijd hebben kunnen opbloeien en het bovendien met zichzelf getroffen hebben. Ik vind ze helemaal niet niks, niet zij zijn het ongeleide projectiel maar de tijd waarin ze leven. Ik vind ze aardig en energiek en erg geestig. Kijk maar naar Nederlof die zo schaamteloos komisch kan zijn, dat ze ieder vermoeden van oppervlakkigheid ontkracht. Ze is, zou je bijna denken, het resultaat van een reeds gewonnen strijd.

 

Onder Controle in de pers
 

Gooi het er uit, meid


door Hans van den Bergh

Onder Controle van Mug met de Gouden Tand
Gezien: 21/4, Toneelschuur Haarlem; te zien in Amsterdam 1 t/m 11 juni, Brakke Grond

Het Fonds voor de Podiumkunsten heeft de experimenterende theatergroep Mug met de Gouden Tand geen subsidie willen geven omdat de voorstelling al te persoonlijk zouden zijn en daardoor ontoegankelijk voor het publiek. Dat was precies mijn idee naar aanleiding van het vorig jaar uitgebrachte Lost in hotel Paradise. Maar nu moeten we de groep toch twee dingen nageven: ook zonder WVC-subsidie zijn ze gewoon doorgegaan en bovendien hebben ze geen enkele concessie gedaan.

Ook in de nieuwe voorstelling Onder controle is alles weer opgehangen aan de zieleroerselen van de vijf makers, ontstaan uit improvisaties en uitgelopen op een reeks onderling niet verbonden acts, waarvan de betekenis maar zo'n beetje moet worden geraden.

De thematiek is volgens het publiciteitsmateriaal ook hetzelfde gebleven: wat moeten theatermakers eigenlijk nog met al hun kunstjes, terwijl de mensen elkaar afmaken in Bosnië en Somalië.

Dat leidt dan ditmaal tot een gespeelde groepsdiscussie tussen Marcel Musters, Joan Nederlof, Rafael Troch en Hendrien Adams, die resulteert in psychologisch zelfonderzoek: ze willen aan hun eigen tekortkomingen 'werken' en beginnen elkaar opdrachten te geven als 'ga jij daar nu eens lekker zitten huilen, meid, gooi het er uit'. En dat gebeurt dan met toewijding en ware zelfverloochening. Wat dit met Bosnië te maken heeft, begrijp ik niet, maar dat er vaak vindingrijk is geiuml;mproviseerd, wordt heel goed zichtbaar.

Goddank nemen de spelers zichzelf en elkaar dit keer ook aardig op de hak, zodat er veel te lachen valt, bijvoorbeeld als Rafaël Trog een robbertje balletdansen weg geeft en als Joan Nederlof heel overtuigend rondhuppelt in de gedaante van een dwergje.

Toch moet je wel héél erg de pest hebben aan ordentelijk schouwburgtoneel met tekst, decor, personages en een inhoudelijk verloop, om je toevlucht te zoeken bij dit intens goed bedoelde, perfect uitgevoerde maar nergens toe leidende edelturnen.

 

Onder Controle in de pers
 

30 september 1995

De Grote Manipulatieshow


door Marijn van der Jagt

Onder controle is in het kader van het Theatherfestival te zien op 1 en 2 september in de Vooruit in Gent en op 4, 5 en 6 september in Theater Bellevue in Amsterdam.

Iets moois meemaken samen met het publiek. De afstand overbruggen. Dat wil theatergroep Mug met de Gouden Tand. En het lukt ze. Zonder routine, maar op verontrustende wijze.

HET IS NU. Dat is de titel van een voorstelling van theatergroep Mug met de Gouden Tand, uit de serie Plaatsbepalingen die de groep maakte in 1990 en 1991. Maar het zou als motto kunnen dienen bij de meeste theaterproducties die Mug met de Gouden Tand uitbracht in de afgelopen vijf jaar. Het is nu. Dit moment. Hier, nu we in het theater zijn. U in de zaal, wij op het podium. Dicht bij elkaar. We kunnen elkaar zelfs aanraken, kijk maar. En daar gaan ze de tribunes op, de theatermakers van de Mug.

In Enter, hun nieuwste voorstelling, zijn ze met z'n vijven. Joan Nederlof, Marcel Musters en Hendrien Adams (die de kern van de groep vormen) plus de gastspelers Carla Mulder en Rafaël Troch. Ze verspreiden zich over de halfronde tribune in de circustent waarmee Enter door het land reist. Handen worden geschud, wangen gekust, schouders omarmd. 'Dag fijn dat u er bent, hallo, welkom'.

Sommige toeschouwers zijn vrienden of bekenden van de spelers. Maar dat merk je aan de reactie van die toeschouwers, niet aan de spelers. Die hebben voor iedereen dezelfde warme glimlach, dezelfde stevige handdruk, dezelfde vriendelijke knikje voor de mensen op de achterste rijen. Marcel Musters maakt het duidelijk met zijn omhelzing-voor-iedereen. Hij doet een paar passen naar achteren en strekt zijn armen zo breed mogelijk uit als uitnodiging voor alle toeschouwers. Dan slaat hij diezelfde armen stevig om zijn eigen schouders en sluit liefdevol zijn ogen. Smak, smak, kust hij in het luchtledige, om dan weer breed lachend zijn armen te openen.

Die omhelzing is op het randje van een parodie: nèt iets te veel Linda de Mol vriendelijkheid. Maar het verschil is dat Linda de Mol zich spiegelt in de kille lens van de televisiecamera, terwijl de spelers van Mug ons in de ogen kijken. En wij kunnen zien dat er onder dat iets te gladde welkomstgebaar een hartstochtelijk verlangen woedt om ons werkelijk te bereiken, te raken, om onze harten te openen.

DEZE DUBBELHEID is typerend voor de voorstellingen die Mug met de Gouden Tand de laatste jaren maakt. Vreemde, fragmentarische voorstellingen waarmee de groep na een half decennium geploeter in de marge ineens een breed publiek weet in te pakken.
En waarmee ook eindelijk de subsidiënten en de critici zijn overtuigd - Onder controle (1994) staat zelfs in het prestigieuze Theaterfestival van dit jaar.

De Mug maakt voorstellingen die uniek zijn in de combinatie van smakelijk geparodieerd showbizz-vermaak met een oprechte, grillige zoektocht naar eerlijkheid, waarheid, liefde, spiritualiteit. Het is alsof de spelers van de Mug laten zien dat het ene niet zonder het andere kan. Dat je bij het zoeken naar begrippen als eerlijkheid en waarheid onvermijdelijk in de gladde, therapeutische clichés vervalt waar de hedendaagse emotie-tv van is vergeven. Maar ook: dat we voor die cliché niet bang moeten zijn, omdat ze de onbeholpen uiting kunnen zijn van een oprecht gevoel. De geweldige playback-acts die in een aantal voorstellingen van Mug met de Gouden Tand zitten, zijn mooie voorbeelden van die dubbelheid. Nederlandse liederen waarvan de teksten zo versleten zijn dat ze ons nauwelijks meer beroeren, krijgen in zo'n playback-act nieuw leven ingeblazen. Marcel Musters schminkt in Onder controle zijn gezicht zwart met schoensmeer en spreekt vervolgens geluidloos de woorden mee met Whitney Houstons 'I will always love you'. Hij doet dat met een omfloerste Whitney-blik in zijn ogen en met een trillend pruimemondje. Dit verwrongen beeld verstoort het gladde oppervlak van de popsong. Je hoort ineens de geforceerde trillers in de stem van Whitney Houston, de moeite die het haar kost om het droombeeld van de eeuwige liefde gestalte te geven.

Joan Nederlof playbackt in dezelfde voorstelling 'Terug naar de kust' van Maggie McNeal en roept daarbij net zo'n verontrustend beeld op. Ze 'zingt' in een prachtige jurk, maar met haar armen op haar rug gebonden, zodat de korte mouwtjes van haar jurk als hulpeloze vleugeltjes aan haar schouders flapperen. Een aangeschoten meeuw, die best terug kan gaan naar de kust, maar nooit meer over de golven kan vliegen.

De vervreemding in het beeld dwingt de toeschouwers om opnieuw naar de woorden van zo'n lied te luisteren. En om te beseffen hoe mooi die liederen eigenlijk zijn, ondanks de clichés en de tenenkrommende rijmpjes. Bij het duet van Carla Mulder en Marcel Musters in Enter, op het lied 'We verschillen niet' van Liesbeth List en Ramses Shaffy, wordt de tekst door de beide acteurs nauwelijks meegesproken. Ze prevelen een enkel woord, maar laten de betekenis van het lid zin voor zin weerspiegelen in de uitdrukking op hun gezicht en de houding van hun lichaam. Een soort mimespel voeren ze op, maar dan zo subtiel mogelijk. In het lied wordt de innerlijke gelijkheid van man en vrouw met grote overtuiging bezongen. Musters en Mulder cirkelen echter stuntelig om elkaar heen, als verlegen pubers die geen weg weten met hun verlangende lichamen. Zo wordt het lied van een stelling tot een geruststelling voor mensen die elkaar niet kunnen bereiken.

Het lied van Liesbeth List en Ramses Schaffy is bovendien een antwoord op de tweeslachtigheid die Musters en Mulders allebei in Enter tentoonspreiden. Carla Mulder doet dat door het publiek met een technisch vervormde, lage mannenstem te vertellen over het diepste geheim binnen in haar. En Marcel Musters maakt in Enter duidelijk dat hij een andere, stille en zachtere kant van zichzelf de ruimte wil geven in plaats van dat druk pratende mannetje dat hij vaak speelt. Allebei verschijnen ze in het laatste deel van de voorstelling, een bizarre trance-dans, als bovenmenselijke droomverschijningen die de grenzen tussen de traditionele seksen hebben overschreden. Musters loopt rond op hoge hakken, maar pronkt met een brede mannelijke borstkas die op zijn T-shirt is gedrukt. En Carla Mulder tovert een hermafrodiet wezen uit haar lange lichaam tevoorschijn. Het lied van Willeke & Willy over die innerlijke gelijkheid van man en vrouw is een voorbode van deze tweeslachtige verschijningen. En het maakt deze verwarrende man- en vrouwbeelden tot meer dan een verkleedpartij.

HET MOOIE VAN de playback-acts van de Mug is dat ze zo levend zijn. Het is alsof de spelers spontaan iets doen bij het horen van de muziekjes, alsof ze hun eerste opwelling volgen. Dat is wat me altijd zo verbaast bij de voorstellingen van de groep.
De spelers zijn er ontzettend goed in om ieder moment de ruimte te geven. Ze zijn in staat voortdurend het 'nu' van de voorstelling te benadrukken (eigenlijk is dat een definitie van goed acteren).

De enige keer dat ik te veel routine zag was bij een van de laatste opvoeringen van Onder controle - de omvangrijke tournee had teveel slijtage aangebracht in de aanvankelijk zo ongepolijste voorstelling. Maar meestal kun je de voorstellingen van Mug met de Gouden Tand meerdere keren zien, daar lijken ze zelfs om te vrágen. Bij een tweede bezoek zul je verrast zijn over het feit dat alles tot in details vastligt, maar dat de scènes toch weer spontaan voor je ogen lijken te ontstaan. Die kwaliteit zorg ervoor dat je de grillige montagevoorstellingen van Mug met de Gouden Tand ondergaat als een vanzelfsprekende stroom van gedachten. Of als een goed gesprek met vrienden, waarin van de hak op de tak wordt gesprongen, terwijl je weet dat je met elkaar hetzelfde levensgevoel probeert te verwoorden.

Dat is wat Mug met de Gouden Tand in het theater probeert: een actueel levensgevoel verwoorden en verbeelden. Dat is per definitie een onmogelijke opdracht. Een 'levensgevoel' is zo vaag dat het overal in kan zitten en je toch kan ontglippen. Toch nemen de theatermakers van de Mug die opdracht op zich, als moderne graalridders. Nu eens zoeken ze het buiten zichzelf, in de oppervlakte van televisie-spelletjes bijvoorbeeld. In Video/Games uit 1993, de voorstudie van Onder controle werd deze vorm van massavermaak moeiteloos verbonden met een duik in de diepte van de oosterse mystiek. De spelers spraken elkaar aan met een joviale showmaster-glimlach, gaven elkaar opdrachten waarbij aan duistere regels moest worden voldaan en probeerden er zo voor te zorgen dat de ander zich onverhoeds bloot gaf. Video/Games was één grote manipulatieshow. Maar ieder spelletje werd gretig en met veel overgave gespeeld. Zo gaf de voorstelling tegelijkertijd een beeld van de enorme behoefte van de moderne mens aan semi-therapeutische spelletjes aan 'verborgen' waarheden over zichzelf. Hendrien Adams vertelde het publiek een verhaal waarbij ze haar toehoorders vroeg om de ogen te sluiten, bij zichzelf naar binnen te gaan en daar een zwarte dorre plek op te zoeken. Adams vertelde het verhaal smeuïg, zichtbaar genietend van de macht die ze op dat moment had. En toch slaagde ze erin om mij als toehoorder daar te krijgen waar ze me hebben wilde. Net iets te abrupt kwam het verhaal ten einde, zeker weer tijd voor een vrolijke noot of een nieuw spelletje. En daar zat je dan als toeschouwer, achtergelaten in je eigen dorre plek. Moet je je maar niet zo snel mee laten voeren.

Maar die ondertoon van macht en manipulatie kan ook helemaal weg zijn in de voorstellingen van de Mug. Dan zijn er beelden die alleen maar vreemd zijn en onwezenlijk. Beelden die niets te maken hebben met dat directe, cabareteske commentaar op de moderne mens, maar met een veel naïevere fantasie, die (nog) niet is gecorrumpeerd door de massamedia. Dat zijn beelden waarvan je absoluut niet begrijpt waar de theatermakers van de Mug ze vandaan halen.

MISSCHIEN KIJKEN ze daarvoor diep bij zichzelf naar binnen, zoals ze duidelijk maken in hun eerste opkomst in Enter. De spelers betreden de tent aarzelend, met starende ogen die niets zien omdat deze op hun gesloten oogleden zijn geschilderd. Deze voorstelling is abstracter dan Onder controle. Dat is een (quasi-) therapeutische worsteling van de spelers met de geheimen die aan de basis liggen van hun eigen gedrag. Enter spiritueler, zachter. het is een New Age-achtige poging om de liefde, het leven en het licht te omarmen en de duistere elementen uit te drijven.

Dat maakt deze nieuwste voorstelling van de Mug veel moeilijker dan de producties die vooraf gingen. Er is minder strijd om je mee te identificeren, je moet aansluiting vinden bij de toon. Enter is een voorstelling die voortdrijft op de muziek, die je meeneemt van de ene atmosfeer in de andere.
De tent, die het uitgangspunt was voor deze productie, is daarbij een handicap, omdat in een tent het geluid verwaait en subtiele sfeerveranderingen snel verloren gaan.

De zoektocht naar dat moderne levensgevoel heeft ook te maken met dat 'nu' dat in de voorstellingen van de Mug zoveel nadruk krijgt. Het moment dat de spelers en publiek samen zijn in het theater wordt aangegrepen om stil te staan bij het leven dat we delen. Bij de problemen waar we allemaal mee kampen, de verwarrende gevoelens die we allemaal hebben als we proberen van de gebeurtenissen om ons heen een zinvol geheel te maken. En natuurlijk komen we dan terecht bij grote vragen die niet te beantwoorden zijn en bij de genoemde clichés. Maar daar gaan de graalridders van de Mug onverschrokken de strijd mee aan. Schreeuwend en stampvoetend springt Joan Nederlof in het rond: 'wat is de zin van het leven!' Een klein figuurtje, worstelend met een veel te grote vraag. Er komt geen antwoord. Niet vanuit de zaal, niet van Joan zelf, niet van Marcel Musters die vanaf de zijkant toekijkt, niet uit de tekstflarden die Joan voorleest

Dit gebeurt in de voorstelling Lost in Hotel Paradise (1993). Het is het begin van een solo-act van Joan Nederlof, die het grootste deel van de voorstelling in beslag neemt. Deze scène is een prachtig voorbeeld van de strijd die de Mug levert met clichés. Het begint als een open gesprek met de zaal. Een gesprek over schoonheid. Over de mooie dingen van het leven, waar we allemaal veel te weinig aandacht voor hebben. Joan Nederlof zet een cd met klassieke muziek op en vraagt de zaal om even heerlijk te luisteren. Eigenlijk beveelt ze meer dan ze vraagt. 'Schitterend toch? Nou even genieten dan, ja!'
In dat bevelerige van haar toon doemt weer de macht en de manipulatie op. Het genieten is al niet meer waardevrij, de schoonheid van het moment is bezoedeld. Maar daar wil Nederhof het nou net over hebben. Over de onmogelijkheid om zo'n schoonheidservaring te isoleren: achter ieder positief beeld doemt een negatieve keerzijde op. Luister je naar mooie muziek, moet je er ineens aan denken dat Beethoven die muziek schreef toen-ie al doof was. Lees je een beeldschone tekst van Shakespeare voor, over de liefde, stuit je na twee zinnen al op een dolkstoot in een hart!

Verontwaardigd is Nederlof, wanhopig over het falen van haar poging om zich alleen op het schone en het goede te concentreren. Een moment van absolute schoonheid duurt maar heel kort en blijkt bovendien nauwelijks overdraagbaar. En dat terwijl Nederlof juist een gevoel van schoonheid wil oproepen dat we allemaal samen beleven. Daarmee komt Nederlof op de essentie van theater, en wonderbaarlijk direct verwoordt zij het verlangen dat iedere theatermaker koestert. Wij willen jullie raken, zegt ze letterlijk. En ze legt dat verlangen aan de voeten van haar publiek.

Dat doet ze samen met Marcel Musters, die de hele voorstelling lang zwijgend op de achtergrond toekijkt en met Hendrien Adams, die deze voorstelling regisseerde. Wij van Theatergroep Mug met de Gouden Tand willen samen met jullie iets moois en groots meemaken. Maar wij weten niet hoe we dat moeten bereiken. Nederlof gooit haar Shakespeare-tekst weg, in een poging om 'ongewapend' voor haar publiek te verschijnen. Met een open, ontspannen blik kijkt ze de toeschouwers aan. Even is het stil. Dan wijst ze naar haar gezicht en verzucht: 'Nou gaat het mis, zie je? De impuls was goed. Maar dan ineens voel ik weer afstand'.

DE AFSTAND overbruggen, daar gaat het om. Afstand tussen mensen die elkaar in wezen zo na staan. Afstand die heel veel mensen voelen tot het leven om hen heen, of tot het leven dat diep bij hen van binnen bruist. 'Ik wil contact', zegt Nederlof. Het klinkt idioot, maar ook oprecht. Het is een hol cliché, maar ook een diepe waarheid waarin iedereen zich kan vinden. Bij wijze van laatste poging kondigt Nederlof aan dat ze een verhaal gaat vertellen. Een verhaal dat ze tegelijk 'heel erg' wil beleven. 'Ik wil erin gaan zitten, in het moment. Dat je er helemaal in verdwijnt. Dat jullie er ook allemaal en masse in verdwijnen! Dat we helemaal verdrinken in dat moment!'

Vervolgens vertelt Joan Nederlof het verhaal van de Ilias. Maar wat ze eigenlijk vertelt, voordoet en uitspeelt, is haar idee van een overweldigende opvoering van het Griekse heldenepos. Een opvoering in Carré, met in de hoofdrollen onze sterren uit de Hollandse muziekbusiness. André Hazes, Heddy Lester, Gordon, Ben Cramer, Liesbeth List. Het is een erg grappige, maar ook diepzinnige scène. Een eeuwenoude mythe wordt verbonden met de hedendaagse strijd van sterren om de gunst van het volk. Het is ook een scène die je dwingt tot nadenken over de middelen die heden ten dage moeten worden ingezet om een publiek nog mee te kunnen slepen. Bekende namen, grote decor, veel dramatische gebeurtenissen. Maar tegelijkertijd is de scène het bewijs dat al die middelen daar helemaal niet voor nodig zijn. Om een publiek werkelijk te raken, moet je theater maken zoals Mug met de Gouden Tand dat doet. Ongewapend.

 

Onder Controle in de pers
 
15 oktober 1994

Een Mug met de Gouden Tand danst en steekt


Cultureel incorrect theater

door Ingrid Harms

'Onder controle. Into the impossible,' door Joan Nederlof, Marcel Musters, Rafaël Troch, Hendrien Adams en Hans Klasema. Woensdag 12 tot en met zaterdag 15 oktober in De Brakke Grond, Amsterdam (020 - 6266866). Dinsdag 18 tot en met zaterdag 22 oktober in Bellevue, Amsterdam ( 020 - 6247248).

Of het publiek nog een goed doel voor de recette van deze avond weet. Een misstand waarvoor je als mens je portemonnee spontaan wilt openrukken. Gnuivend kijkt de presentator de zaal in. Zijn ogen schieten langs de rijen. Artis voor de dieren, roept een vrouw. Ze wordt overschreeuwd door haar buurman, die met gevoel voor dramatiek het aidsfonds oppert. Dan snerpt Haïti door de ruimte. En nog eens. De gastheer laat de keuze graag aan de toeschouwers. Ze mogen er best even over nadenken; het is immers niet niks: dierenleed, aidslijders dan wel het bedreigde Haïti, én het armste land van Latijns-Amerika. Toch? Of niet soms? Nou? Wat wordt het?
Een ongemakkelijke stilte daalt neer in het stampvolle kerkje van Ruigoord. Even later zit het publiek alweer te schateren bij een spelletje hoogst particuliere bekentenissen, inclusief wederzijds afmaken, overeind krabbelen en vice versa.
Theatergroep Mug met de gouden tand speelt, voor het eerst na de zomerstop, Onder controle. Een voorstelling die begint met de gezelligheid van RTL, na een paar minuten onbehaaglijk wordt en de toeschouwers daarna voortdurend heen en weer jaagt van lach naar traan, van verwondering naar verbijstering.
Onder controle ging in april van dit jaar in première. Het oogstte jubelende kritieken en de tournee langs het landelijke kleine-zalencircuit was een succes: bijna elke voorstelling uitverkocht. Tot spijt van de programmeurs van het jaarlijks theaterfestival in Den Haag kon Onder controle daar niet in worden opgenomen; het stuk was na de sluitingsdatum van de selectie in première gegaan. De Mug zag zich wel uitverkoren tot het rijtje seizoensfavorieten die half september in de Rotterdamse Schouwburg werden gepresenteerd. Een reeks extra voorstellingen in juni volgde, een kleine serie in september en nu is Onder controle, in reprise, nog te zien tot het einde van de maand. Op veler verzoek staat Onder controle ook volgend jaar op het programma, maar intussen gaat het gezelschap zich voorbereiden op het tiende speelseizoen en de twintigste eigen productie. Die onder de titel ENTER in mei 1995 in première gaat.

In 1985 presenteerde Jan Ritsema, regisseur en docent aan de Amsterdamse toneelschool, het theatergezelschap De Mug met de Gouden Tand dat hij met net afgestudeerde acteurs had opgericht. Hun debuutvoorstelling Wilhelm Meisters Leerjaren (naar een tekst van Goethe) waarin (zeggen bezoekers van toen) in absurde barokke hoepelkostuums van beeldend kunstenaar-vormgever Hans Klasema over het toneel werd geruist en hier en daar een flardje Goethe klonk, geldt nu als de eerste Nederlandse postmoderne voorstelling.

De eerste jaren legde het gezelschap zich vooral toe op het bewerken van literaire teksten (van onder anderen Yourcenar, De Beauvoir, Duras, Woolf en Goethe). Daarna werden de makers persoonlijker. In een reeks Plaatsbepalingen stelden zij de vraag, steeds opnieuw, naar de eigen plek in de wereld en naar de plaats van het theater in de nieuwe tijd van politieke en culturele omwentelingen. Montagevoorstellingen met sketches, cabaret, variété, dans en televisie. Het publiek vond het een feest der herkenning. De professionele kijkers waren wat gereserveerder: Gerben Hellinga (VN, 4 januari 1992): 'Het zijn getalenteerde luitjes. Maar ze zijn ook eigenwijs en willen zo nodig hun eigen teksten maken. Dit zijn dertigers, die zijn gewend hun eigen gang te gaan. Met groot enthousiasme worden er allerlei feitjes en gegevens boven tafel gebracht, maar waar leidt het toe?
De gehanteerde vorm is die van de gecontroleerde chaos, de toon is naturel. Dat kunnen ze goed, de spelers weten best wat ze doen, maar het blijft gesloten.' Nu, achteraf gezien, waarderen critici die 'pogingen tot stellingname als werkelijke antennes van de politieke sfeer in die periode'. Het Mug-collectief ging onverdroten op de ingeslagen weg voort. In Lost in Hotel Paradise (de Trojaanse oorlog als amusement in een Joop van den Ende-achtig Carré-spektakel) en het videoproject Video/Games (1993) tekenden zich de contouren van Onder Controle al af.

'Verreweg de meest gedurfde voorstelling van het vorige seizoen,' vond Gerben Hellinga (VN, 1-10-1994), 'waarin de Noord-Nederlandse neurotische tijdgeest aan mootjes wordt gehakt. (...) Het is een zeer onverhulde knipoog naar New Age, cultureel zeer incorrect, maar zo uitdagend en inviterend dat je er zelf door verleid wordt.' Van de oorspronkelijke groep van twaalf waarmee Mug begon, zijn drie leden overgebleven: de acteurs Joan Nederlof en Marcel Musters en vormgever Hans Klasema. Samen met regisseuse/actrice Hendrien Adams en acteur Rafaël Troch vormen zij de huidige Mug met de Gouden tand. Voor hun komende productie werden twee gasten aangetrokken: actrice Carla Mulder en toneelschrijver Rob de Graaf.

Het theater van Mug laat zich eigenlijk niet in één woord vangen. Het doet denken aan het Werkteater van de jaren zeventig, maar dan zonder boodschap; aan de montagevoorstellingen van Gerjardjan Rijnders, maar zonder diens cynisme; aan de vitaliteit van De Trust, maar zonder de zware romantiek van hun leeftijdgenoten. Hun humor roept associaties op met de androgyne sfeer van Kreatief met kurk, maar dan genadeloos. De wereld van Mug is een vulkaan, maar er zijn óók olifanten en er wordt gedanst.

'Bij Onder controle ging het vooral om de vraag: er komt een moment in je leven dat je in het luchtledige moet springen. Welke stap doe je dan? Dat moment ga je onderzoeken en daarin neemt ieder van de groep en in de voorstelling een plek in,' zegt Rafaël Troch, even eenvoudig als ingewikkeld. 'Wat we gevonden hebben, is dat je kunt geloven in kleine dingen en in de tijd. Nu. Dat je niet met dingen blijft slepen die uiteindelijk niets meer betekenen.' Joan Nederlof zegt: 'Iedereen heeft zo zijn rituelen om overeind te blijven, zich af te sluiten. Alles in de wereld lijkt zo beheersbaar, maar er hoeft maar iets te gebeuren en je merkt hoe breekbaar het geheel is. 'Vanaf Lost in Hotel Paradise' zijn de voorstellingen steviger geworden. Wat is nu? Wat is voor ons op dit moment belangrijk? blijft het uitgangspunt, maar we kunnen de dingen nu hard gaan maken', formuleert vormgever Hans Klasema. Hendrien Adams die in Onder Controle meespeelde: 'Vanuit heel persoonlijke kleine dingen ga je aan het werk. Tenslotte kom je op het punt waarop je zegt: nee, het is niks. Dàn begint het. Dan vallen dingen op hun plek. Je voelt een levend patroon. Per avond is de voorstelling anders en als wij niet open zijn, is de voorstelling ook niets. Marcel Musters: 'Het is balanceren op het scherp van de snede. We staan wel te spelen, maar niet zomaar een rol. Het zijn de personages, Joan, Hendrien, Rafaël en Marcel.

Er gaat geen avond voorbij of de spelers worden aangesproken door toeschouwers. Die zich verontschuldigden voor het meedogenloze lachen van hun buurman. Of om te bedanken voor de topavond. En er kwamen verlegen briefjes: 'Sprakeloos. Tot tranen toe geroerd.'

Enter, luidt de titel van de volgende voorstelling. Een raadselachtig klinkende formule voor hen, nieuwe analfabeten, die het Esperanto van deze tijd niet beheersen, maar een begrip in de computerwereld van Apple-gebruikers. Niet dat Mug acteur Marcel Musters daar zo in thuis is, hij kwam meer door toeval op het idee.
Zoals hij ooit ook verantwoordelijk werd voor de naam van de groep. De Mug met de Gouden Tand heeft niets met Japanse mythen, sagen, of onbekende prachtculturen te maken, maar is een tamelijk melige verhaspeling van een vraaggrapje: het vliegt door de lucht en het blinkt. 'We vonden het indertijd wel lollig klinken,' verontschuldigt Marcel Musters zich. 'Maar die naam past ons nog steeds.' 'Op de Apple,' legt hij uit 'zitten een paar toetsen die je in een bepaalde combinatie niet zo heel vaak gebruikt. De eerste lijkt op een bloemetje, dan druk je de 'z' in en als je vervolgens op ENTER drukt, kun je alles terugbrengen naar het begin. Wat je in de tussenliggende tijd had ingetikt, is weg. Wat zou het mooi zijn om, als je een verkeerde keuze hebt gemaakt, in één klap terug te kunnen naar waar je begon, zonder het gevoel te hebben dat je hebt gefaald? 'Die gedachte kwam bij me op, met de voorstelling die we gaan maken in mijn achterhoofd.' Musters somt een aantal onderwerpen, verschijnselen en inspiratiebronnen op die Mug-leden voor hun nieuwe voorstelling willen onderzoeken: post nuclear families, de Clown van Fellini, de sfeer van Indiase films, freaks, cultvideo's om onze eigen werkelijkheid van een rondreizend gezelschap. Musters: 'We werken erg associatief met elkaar. Niet vanuit het idee om iets met een thema te doen. Dat kan eigenlijk niet. Het thema krijgt vorm als je bezig bent. Als we beginnen is alles even onzinnig of even zinvol, later maak je de balans wel.'

Richard III, Vijand van het volk, hij vindt het prachtig om naar te kijken, maar tegelijkertijd dringt de vraag bij hem op: waarom het verhaal zó lang en in dié taal verteld moet worden. 'Ik heb niet zo fascinatie met die taal en met de anekdotische vertelling. Het is zo af. En dingen zijn niet af. Ik mis bij die voorstellingen toch altijd iets. Wat dat is? 'Wat is Nu: alles wat bij Mug op het toneel gebeurt, is ook onze werkelijkheid' zegt Musters. En voegt eraan toe: 'Werkelijkheid en theater lopen bij ons door elkaar. Waar wil je voor vechten of voor staan? Dat is toch: in je eigen leven, omdat het zo met alles verweven is, iets te creëren. Je eigen werkelijkheid scheppen door de werkelijkheid naar je hand te zetten. Het was altijd mijn droom om, liefst met een eigen groep, dingen zélf te maken. Oude rotten als Hans Man in 't Veld riepen toen we op de toneelschool zaten: begin er nooit aan, het is zo zwaar. Dat had wel iets romantisch, dat is toch wat je wilt. Nu zie ik in dat hij gelijk had. Het is vechten en worstelen, je krijgt met allerlei tegenslagen te kampen, maar de laatste jaren begint het rendement op te leveren.' Dat heeft, weet hij, ook te maken met de houding van De Mug ten opzichte van de buitenwereld. Musters: 'Het imago van de Mug was intellectueel, moeilijk theater. In onze programma's omschreven we zo secuur mogelijk waar de voorstellingen over gingen. Verder waren we erg naar binnen gericht. Het had veel van een laboratoriumpje waarin ver van de buitenwereld allerlei processen plaatsvonden. De laatste jaren zijn we opener geworden. Om geprikkeld te worden al vóór de voorstelling er is. Door met Inez van Lamsweerde te werken bijvoorbeeld. Samen met haar maakten we een negenluik in foto's van ons, drie acteurs. Die portretten bleken de jaren daarop perfect te passen op onze voorstelling van dat moment. Alles wat we indertijd laboratoriumachtig onderzochten en ontwikkelden zie ik in onze voorstellingen van nu terug.

In het schemerduister van de montagekamer murmelt een radiostem de nacht aan elkaar. De paintbox-operator beweegt haar pen over het tekenbord van de Quantel Graphic. Tik, tik, tik,. Op de monitor is het beeld nu geconcentreerd op het kapsel van de rennende Joan Nederlof. Met pennestreken wordt het vrolijk wapperende haar, als was het een wonder kam, bewerkt en krijgt het iets kils en onechts. Uren geleden zijn ze begonnen. De dia's waarop de acteurs in vier aparte beelden waren vastgelegd, zijn inmiddels in één beeld samen gemonteerd en in verschillende voor- en achtergronden geplaatst. Stukje voor stukje schildert de beeldmanipulator, als een gecomputeriseerde vorm van knippen en plakken, een surrealistische fantasie: de wereld van de Mug.

Op het eerste gezicht is het een behoorlijk hysterisch tafereel. Wat een drukte: de virtual reality van Oliver Stones televisieserie Wild palms, de apocalyps, genderidentiteit én radioactiviteit buitelen er naast en door elkaar heen. De personages lijken op een toevallige verzameling zonderlingen, maar vormen tegelijkertijd een eenheid. Zoals het hele beeld, in al zijn onwerkelijkheid, de sfeer van tijdgeest en levensgevoel van de jaren negentig ademt. De wereld van de Mug moest in zekere zin surrealistisch zijn,' zegt Inez van Lamsweerde. 'Net als in een filmposter in elkaar overlopend. In één oogopslag krijg je het verhaal in hoogtepunten naast en door elkaar verteld: vuur, moord en doodslag, hartstocht, dag en nacht. Zó wilden Hans Klasema en ik de Mug in een mengeling van Amerikaanse en Indiaanse film zetten die een apocalyptisch gevoel oproept. Een dubbel gevoel, zowel negatief, als positief. Het is iets dat nadert en waar we ons nog niet helemaal van bewust zijn. Voor de mensen op de foto is het dag en nacht tegelijk. Het wereldbeeld van nu, tegen het einde van de eeuw. Het is geen fin de siècle-gevoel. Dat is iets waar we, denk ik, het meest tegen vechten. Het huis van De Mug bevindt zich aan de rand van het voormalige WG-terrein in Amsterdam Oud-West. Een buurtje dat, na de verhuizing van het academisch ziekenhuis en aangrenzende faculteitsgebouwen naar het AMC in de Bijlmermeer, uitgroeide tot een plaats waar allerlei nieuwe bedrijven en jonge kunstenaars zich vestigden. In De Mug hebben toneelschool en diverse kunstrichtingen van de Rietveld Academie zich verenigd. De acteurs repeteren in de tot amfitheater omgetoverde voormalige snijzaal, waar Hans Klasema, beeldend kunstenaar en vormgever van alle Mug-producties, zijn atelier had. Pal daarboven houden de zakelijk leider en publiciteitsmedewerker kantoor. Die er ook hun eigen facilitaire kunstbedrijfjes hebben, in accountancy, marketing en pr. En één van hen weer de agent en productieleider van Inez van Lamsweerde en Hans Klasema is.

Nederlof, Musters en Klasema vormen de kern van De Mug. In de loop der jaren werkten ze met verschillende spelers en regisseurs. Soms voor een enkele productie, meestal voor langere perioden. 'Wij drieën zijn een steeds hechtere groep geworden,' vertelt Klasema. 'Door de ontwikkeling die je met elkaar hebt doorgemaakt, kun je ver gaan in wat je wilt en kunt doen. Die drie meningen naast elkaar bewerkstelligen een concentratie in wat je zeggen wilt. Tenminste, zo werkt dat bij ons. Vanuit die basis vragen we er mensen bij. Musters: 'Joan is van de boeken, van de literatuur, ik van de tijdschriften, de televisie en de video's, Hans laat dingen gebeuren. Hij waart door het gebouw, legt rekwisieten, kleding of gewoon troep neer in de repetitieruimte. Hij is het hele proces aanwezig.' Nederlof: 'Iedereen die erbij komt, stapt eigenlijk in een oud huwelijk. Het is voor anderen moeilijk daar goed in te raken. Hendrien en Rafaël zijn allebei heel zelfstandig en eigenwijs. Dat houdt goed stand. En het brengt ons allemaal verder.

Begin november waaieren de Mug-leden even uiteen: op reis, naar een cursus, ergens anders spelen dan wel regisseren, boeken lezen, of gewoon niets. Eind december zouden ze elkaar weer treffen, in India, in een dorpje bij Madras. In ieder geval willen ze de periode tussen kerst en nieuwjaar gezamenlijk en ongestoord door kunnen brengen ter voorbereiding op ENTER. Joan Nederlof weet nog niet precies wat ze gaat doen. Voor een deel van de tijd moet ze werk zien te vinden. En ze wil reizen. 'Het is perfect om een halfjaar te reizen of andersoortige dingen te doen. Als ik met De Mug bezig ben, is dat ook helemaal en heb ik geen tijd om afstand te nemen. Alles wat ik lees of doe wordt daarop gefilterd. Als ik er zoals straks, even uitstap, kom ik heel snel op het punt: ik kan net zo goed iets anders gaan doen. Dat is eng. Dan kun je alles wat je gedaan hebt wel weg relativeren.'

Maar toneel, staat voor haar vast: 'Is een van de weinige vormen waar iets waars kan gebeuren. Het is een heel goed medium voor mij. Om te proberen het onzichtbare, dat macht en pracht heeft, te tonen. Ik wil dat er contact is tussen die twee werelden die allebei waar zijn en die je toch als gescheiden ervaart: die van binnen en die van buiten. Ik wil het hebben over dingen die gebeuren en die ik niet snap. Het gaat niet over geluk of over wat goed gaat. De onbenoembare dingen te laten zien, vind ik het mooist. ENTER is voor haar nog ver weg, ze heeft er niet iets concreets bij voor ogen. 'Maar,' peinst ze hardop, 'dat had ik bij Onder controle ook niet zo Ik hoop dat ENTER over gelijksoortige onderwerpen zal gaan: klein, alledaags, banaal. Elk stuk komt toch altijd weer voort uit het vorige. Over Onder controle zijn we vorige zomer begonnen te praten. Een week lang, samen in één huis, ver weg, zonder afleiding. Het is absoluut noodzakelijk dat je je terugtrekt, die concentratie breng je hier niet op. Maar het werken aan een stuk begint al lang daarvoor, ver voor de twee, drie maanden die we er samen aan werken tot het een voorstelling is. Na ENTER komt It's a Gaz! Over een postnucleaire familie. Dat broeit nu ook al in mijn hoofd.'

It's a Gaz! is geïnspireerd op het Amerikaanse biosfeerexperiment (waarbij een internationaal gezelschap zich terugtrok onder een reusachtige glazen stolp om daar het kunstmatig aangelegde milieu te bestuderen). Gesitueerd in een gasbel in Slochteren, met elementen uit science fiction-films, televisieseries en andere sprookjes (Dallas, Thunderbirds, Startrack, Aladdin, Batman), waar de rijke kinderen van het Westen na de ramp hun passieve houding laten varen en zich ontpoppen tot ware antihelden. Het is de bedoeling om de nachtmerrie-achtige nieuwe wereld niet alleen met toneelscènes te verbeelden, maar ook door middel van video. Maar zover is het nog niet. De subsidieaanvraag, voor begin 1996, is net de deur uit. En wie zegt dat die gehonoreerd wordt?

ENTER moet, net als Onder controle, gemaakt worden zonder subsidie van het Fonds voor de Podiumkunsten. De Mug kreeg geen structurele subsidie (sinds de invoering van het kunstenplan in 1993 eens per vier jaar voor een periode voor vier jaar aan een gezelschap toegekend), ondanks een positief advies van de Raad voor de Kunst. Voor het tweede achtereenvolgende seizoen werden ook de aanvragen voor ad hoc subsidies afgewezen. Het fondsbestuur had andere prioriteiten. Nu eens beriep het zich op een te beperkt budget, dan weer luidde de afwijzing dat het gezelschap theater maakte vanuit een te persoonlijk referentiekader waardoor de voorstellingen voor het publiek ontoegankelijk zouden zijn. Onder controle kon gerealiseerd worden doordat de Mug-leden onbetaald werkten en dankzij bijdragen in de productiekosten van onder andere de Haarlemse Toneelschuur en de Theaterunie. De gemeente Amsterdam verleende het gezelschap subsidie voor ENTER, honderdvijfendertigduizend gulden. De helft van het aangevraagde bedrag, maar voor de gemeente uitzonderlijk veel. Het theaterbudget voor incidentele producties bedraagt een miljoen.

De Mug leeft nog steeds, ondanks het Fonds voor de Podiumkunsten,' grapt zakelijk leider Koen van Dijk. Maar hij maakt zich echt zorgen . Na twee speelseizoenen zonder geld weet hij niet goed hoe het bedrijfje, dat de Mug natuurlijk ook is, financieel moet overleven. Inkomsten uit sponsoring, welwillende kortingen, giften van donateurs en bijdragen van particuliere fondsen zijn vanzelfsprekend niet toereikend. Iedereen werkt zeven of acht maanden, maar krijgt maar voor anderhalve maand betaald. Ze werkten noodgedwongen het grootste deel van de tijd onbetaald terwijl wel extra-inspanningen werden gevraagd. Dat begint na al die jaren toch te steken. Tien jaar bezig, goede kritieken, volle zalen en nog steeds je brood niet kunnen verdienen?

De zakelijk leider: 'Voor ENTER hebben we de eis gesteld dat we een halfjaar ook volledig uitbetaald krijgen. Terecht. Wij zijn De Mug. En De Mug leeft nog steeds doordat wij in onze vrije tijd van alles doen om zelf te kunnen leven.'

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder Onder Controle