Een Mug met de Gouden Tand danst en steekt
Cultureel incorrect theater
door Ingrid Harms
'Onder controle. Into the impossible,' door Joan Nederlof, Marcel Musters, Rafaël Troch, Hendrien Adams en Hans Klasema. Woensdag 12 tot en met zaterdag 15 oktober in De Brakke Grond, Amsterdam (020 - 6266866). Dinsdag 18 tot en met zaterdag 22 oktober in Bellevue, Amsterdam ( 020 - 6247248).
Of het publiek nog een goed doel voor de recette van deze avond weet. Een misstand waarvoor je als mens je portemonnee spontaan wilt openrukken. Gnuivend kijkt de presentator de zaal in. Zijn ogen schieten langs de rijen. Artis voor de dieren, roept een vrouw. Ze wordt overschreeuwd door haar buurman, die met gevoel voor dramatiek het aidsfonds oppert. Dan snerpt Haïti door de ruimte. En nog eens. De gastheer laat de keuze graag aan de toeschouwers. Ze mogen er best even over nadenken; het is immers niet niks: dierenleed, aidslijders dan wel het bedreigde Haïti, én het armste land van Latijns-Amerika. Toch? Of niet soms? Nou? Wat wordt het?
Een ongemakkelijke stilte daalt neer in het stampvolle kerkje van Ruigoord. Even later zit het publiek alweer te schateren bij een spelletje hoogst particuliere bekentenissen, inclusief wederzijds afmaken, overeind krabbelen en vice versa.
Theatergroep Mug met de gouden tand speelt, voor het eerst na de zomerstop, Onder controle. Een voorstelling die begint met de gezelligheid van RTL, na een paar minuten onbehaaglijk wordt en de toeschouwers daarna voortdurend heen en weer jaagt van lach naar traan, van verwondering naar verbijstering.
Onder controle ging in april van dit jaar in première. Het oogstte jubelende kritieken en de tournee langs het landelijke kleine-zalencircuit was een succes: bijna elke voorstelling uitverkocht. Tot spijt van de programmeurs van het jaarlijks theaterfestival in Den Haag kon Onder controle daar niet in worden opgenomen; het stuk was na de sluitingsdatum van de selectie in première gegaan. De Mug zag zich wel uitverkoren tot het rijtje seizoensfavorieten die half september in de Rotterdamse Schouwburg werden gepresenteerd. Een reeks extra voorstellingen in juni volgde, een kleine serie in september en nu is Onder controle, in reprise, nog te zien tot het einde van de maand. Op veler verzoek staat Onder controle ook volgend jaar op het programma, maar intussen gaat het gezelschap zich voorbereiden op het tiende speelseizoen en de twintigste eigen productie. Die onder de titel ENTER in mei 1995 in première gaat.
In 1985 presenteerde Jan Ritsema, regisseur en docent aan de Amsterdamse toneelschool, het theatergezelschap De Mug met de Gouden Tand dat hij met net afgestudeerde acteurs had opgericht. Hun debuutvoorstelling Wilhelm Meisters Leerjaren (naar een tekst van Goethe) waarin (zeggen bezoekers van toen) in absurde barokke hoepelkostuums van beeldend kunstenaar-vormgever Hans Klasema over het toneel werd geruist en hier en daar een flardje Goethe klonk, geldt nu als de eerste Nederlandse postmoderne voorstelling.
De eerste jaren legde het gezelschap zich vooral toe op het bewerken van literaire teksten (van onder anderen Yourcenar, De Beauvoir, Duras, Woolf en Goethe). Daarna werden de makers persoonlijker. In een reeks Plaatsbepalingen stelden zij de vraag, steeds opnieuw, naar de eigen plek in de wereld en naar de plaats van het theater in de nieuwe tijd van politieke en culturele omwentelingen. Montagevoorstellingen met sketches, cabaret, variété, dans en televisie. Het publiek vond het een feest der herkenning. De professionele kijkers waren wat gereserveerder: Gerben Hellinga (VN, 4 januari 1992): 'Het zijn getalenteerde luitjes. Maar ze zijn ook eigenwijs en willen zo nodig hun eigen teksten maken. Dit zijn dertigers, die zijn gewend hun eigen gang te gaan. Met groot enthousiasme worden er allerlei feitjes en gegevens boven tafel gebracht, maar waar leidt het toe?
De gehanteerde vorm is die van de gecontroleerde chaos, de toon is naturel. Dat kunnen ze goed, de spelers weten best wat ze doen, maar het blijft gesloten.' Nu, achteraf gezien, waarderen critici die 'pogingen tot stellingname als werkelijke antennes van de politieke sfeer in die periode'. Het Mug-collectief ging onverdroten op de ingeslagen weg voort. In Lost in Hotel Paradise (de Trojaanse oorlog als amusement in een Joop van den Ende-achtig Carré-spektakel) en het videoproject Video/Games (1993) tekenden zich de contouren van Onder Controle al af.
'Verreweg de meest gedurfde voorstelling van het vorige seizoen,' vond Gerben Hellinga (VN, 1-10-1994), 'waarin de Noord-Nederlandse neurotische tijdgeest aan mootjes wordt gehakt. (...) Het is een zeer onverhulde knipoog naar New Age, cultureel zeer incorrect, maar zo uitdagend en inviterend dat je er zelf door verleid wordt.' Van de oorspronkelijke groep van twaalf waarmee Mug begon, zijn drie leden overgebleven: de acteurs Joan Nederlof en Marcel Musters en vormgever Hans Klasema. Samen met regisseuse/actrice Hendrien Adams en acteur Rafaël Troch vormen zij de huidige Mug met de Gouden tand. Voor hun komende productie werden twee gasten aangetrokken: actrice Carla Mulder en toneelschrijver Rob de Graaf.
Het theater van Mug laat zich eigenlijk niet in één woord vangen. Het doet denken aan het Werkteater van de jaren zeventig, maar dan zonder boodschap; aan de montagevoorstellingen van Gerjardjan Rijnders, maar zonder diens cynisme; aan de vitaliteit van De Trust, maar zonder de zware romantiek van hun leeftijdgenoten. Hun humor roept associaties op met de androgyne sfeer van Kreatief met kurk, maar dan genadeloos. De wereld van Mug is een vulkaan, maar er zijn óók olifanten en er wordt gedanst.
'Bij Onder controle ging het vooral om de vraag: er komt een moment in je leven dat je in het luchtledige moet springen. Welke stap doe je dan? Dat moment ga je onderzoeken en daarin neemt ieder van de groep en in de voorstelling een plek in,' zegt Rafaël Troch, even eenvoudig als ingewikkeld. 'Wat we gevonden hebben, is dat je kunt geloven in kleine dingen en in de tijd. Nu. Dat je niet met dingen blijft slepen die uiteindelijk niets meer betekenen.' Joan Nederlof zegt: 'Iedereen heeft zo zijn rituelen om overeind te blijven, zich af te sluiten. Alles in de wereld lijkt zo beheersbaar, maar er hoeft maar iets te gebeuren en je merkt hoe breekbaar het geheel is. 'Vanaf Lost in Hotel Paradise' zijn de voorstellingen steviger geworden. Wat is nu? Wat is voor ons op dit moment belangrijk? blijft het uitgangspunt, maar we kunnen de dingen nu hard gaan maken', formuleert vormgever Hans Klasema. Hendrien Adams die in Onder Controle meespeelde: 'Vanuit heel persoonlijke kleine dingen ga je aan het werk. Tenslotte kom je op het punt waarop je zegt: nee, het is niks. Dàn begint het. Dan vallen dingen op hun plek. Je voelt een levend patroon. Per avond is de voorstelling anders en als wij niet open zijn, is de voorstelling ook niets. Marcel Musters: 'Het is balanceren op het scherp van de snede. We staan wel te spelen, maar niet zomaar een rol. Het zijn de personages, Joan, Hendrien, Rafaël en Marcel.
Er gaat geen avond voorbij of de spelers worden aangesproken door toeschouwers. Die zich verontschuldigden voor het meedogenloze lachen van hun buurman. Of om te bedanken voor de topavond. En er kwamen verlegen briefjes: 'Sprakeloos. Tot tranen toe geroerd.'
Enter, luidt de titel van de volgende voorstelling. Een raadselachtig klinkende formule voor hen, nieuwe analfabeten, die het Esperanto van deze tijd niet beheersen, maar een begrip in de computerwereld van Apple-gebruikers. Niet dat Mug acteur Marcel Musters daar zo in thuis is, hij kwam meer door toeval op het idee.
Zoals hij ooit ook verantwoordelijk werd voor de naam van de groep. De Mug met de Gouden Tand heeft niets met Japanse mythen, sagen, of onbekende prachtculturen te maken, maar is een tamelijk melige verhaspeling van een vraaggrapje: het vliegt door de lucht en het blinkt. 'We vonden het indertijd wel lollig klinken,' verontschuldigt Marcel Musters zich. 'Maar die naam past ons nog steeds.' 'Op de Apple,' legt hij uit 'zitten een paar toetsen die je in een bepaalde combinatie niet zo heel vaak gebruikt. De eerste lijkt op een bloemetje, dan druk je de 'z' in en als je vervolgens op ENTER drukt, kun je alles terugbrengen naar het begin. Wat je in de tussenliggende tijd had ingetikt, is weg. Wat zou het mooi zijn om, als je een verkeerde keuze hebt gemaakt, in één klap terug te kunnen naar waar je begon, zonder het gevoel te hebben dat je hebt gefaald? 'Die gedachte kwam bij me op, met de voorstelling die we gaan maken in mijn achterhoofd.' Musters somt een aantal onderwerpen, verschijnselen en inspiratiebronnen op die Mug-leden voor hun nieuwe voorstelling willen onderzoeken: post nuclear families, de Clown van Fellini, de sfeer van Indiase films, freaks, cultvideo's om onze eigen werkelijkheid van een rondreizend gezelschap. Musters: 'We werken erg associatief met elkaar. Niet vanuit het idee om iets met een thema te doen. Dat kan eigenlijk niet. Het thema krijgt vorm als je bezig bent. Als we beginnen is alles even onzinnig of even zinvol, later maak je de balans wel.'
Richard III, Vijand van het volk, hij vindt het prachtig om naar te kijken, maar tegelijkertijd dringt de vraag bij hem op: waarom het verhaal zó lang en in dié taal verteld moet worden. 'Ik heb niet zo fascinatie met die taal en met de anekdotische vertelling. Het is zo af. En dingen zijn niet af. Ik mis bij die voorstellingen toch altijd iets. Wat dat is? 'Wat is Nu: alles wat bij Mug op het toneel gebeurt, is ook onze werkelijkheid' zegt Musters. En voegt eraan toe: 'Werkelijkheid en theater lopen bij ons door elkaar. Waar wil je voor vechten of voor staan? Dat is toch: in je eigen leven, omdat het zo met alles verweven is, iets te creëren. Je eigen werkelijkheid scheppen door de werkelijkheid naar je hand te zetten. Het was altijd mijn droom om, liefst met een eigen groep, dingen zélf te maken. Oude rotten als Hans Man in 't Veld riepen toen we op de toneelschool zaten: begin er nooit aan, het is zo zwaar. Dat had wel iets romantisch, dat is toch wat je wilt. Nu zie ik in dat hij gelijk had. Het is vechten en worstelen, je krijgt met allerlei tegenslagen te kampen, maar de laatste jaren begint het rendement op te leveren.' Dat heeft, weet hij, ook te maken met de houding van De Mug ten opzichte van de buitenwereld. Musters: 'Het imago van de Mug was intellectueel, moeilijk theater. In onze programma's omschreven we zo secuur mogelijk waar de voorstellingen over gingen. Verder waren we erg naar binnen gericht. Het had veel van een laboratoriumpje waarin ver van de buitenwereld allerlei processen plaatsvonden. De laatste jaren zijn we opener geworden. Om geprikkeld te worden al vóór de voorstelling er is. Door met Inez van Lamsweerde te werken bijvoorbeeld. Samen met haar maakten we een negenluik in foto's van ons, drie acteurs. Die portretten bleken de jaren daarop perfect te passen op onze voorstelling van dat moment. Alles wat we indertijd laboratoriumachtig onderzochten en ontwikkelden zie ik in onze voorstellingen van nu terug.
In het schemerduister van de montagekamer murmelt een radiostem de nacht aan elkaar. De paintbox-operator beweegt haar pen over het tekenbord van de Quantel Graphic. Tik, tik, tik,. Op de monitor is het beeld nu geconcentreerd op het kapsel van de rennende Joan Nederlof. Met pennestreken wordt het vrolijk wapperende haar, als was het een wonder kam, bewerkt en krijgt het iets kils en onechts. Uren geleden zijn ze begonnen. De dia's waarop de acteurs in vier aparte beelden waren vastgelegd, zijn inmiddels in één beeld samen gemonteerd en in verschillende voor- en achtergronden geplaatst. Stukje voor stukje schildert de beeldmanipulator, als een gecomputeriseerde vorm van knippen en plakken, een surrealistische fantasie: de wereld van de Mug.
Op het eerste gezicht is het een behoorlijk hysterisch tafereel. Wat een drukte: de virtual reality van Oliver Stones televisieserie Wild palms, de apocalyps, genderidentiteit én radioactiviteit buitelen er naast en door elkaar heen. De personages lijken op een toevallige verzameling zonderlingen, maar vormen tegelijkertijd een eenheid. Zoals het hele beeld, in al zijn onwerkelijkheid, de sfeer van tijdgeest en levensgevoel van de jaren negentig ademt. De wereld van de Mug moest in zekere zin surrealistisch zijn,' zegt Inez van Lamsweerde. 'Net als in een filmposter in elkaar overlopend. In één oogopslag krijg je het verhaal in hoogtepunten naast en door elkaar verteld: vuur, moord en doodslag, hartstocht, dag en nacht. Zó wilden Hans Klasema en ik de Mug in een mengeling van Amerikaanse en Indiaanse film zetten die een apocalyptisch gevoel oproept. Een dubbel gevoel, zowel negatief, als positief. Het is iets dat nadert en waar we ons nog niet helemaal van bewust zijn. Voor de mensen op de foto is het dag en nacht tegelijk. Het wereldbeeld van nu, tegen het einde van de eeuw. Het is geen fin de siècle-gevoel. Dat is iets waar we, denk ik, het meest tegen vechten. Het huis van De Mug bevindt zich aan de rand van het voormalige WG-terrein in Amsterdam Oud-West. Een buurtje dat, na de verhuizing van het academisch ziekenhuis en aangrenzende faculteitsgebouwen naar het AMC in de Bijlmermeer, uitgroeide tot een plaats waar allerlei nieuwe bedrijven en jonge kunstenaars zich vestigden. In De Mug hebben toneelschool en diverse kunstrichtingen van de Rietveld Academie zich verenigd. De acteurs repeteren in de tot amfitheater omgetoverde voormalige snijzaal, waar Hans Klasema, beeldend kunstenaar en vormgever van alle Mug-producties, zijn atelier had. Pal daarboven houden de zakelijk leider en publiciteitsmedewerker kantoor. Die er ook hun eigen facilitaire kunstbedrijfjes hebben, in accountancy, marketing en pr. En één van hen weer de agent en productieleider van Inez van Lamsweerde en Hans Klasema is.
Nederlof, Musters en Klasema vormen de kern van De Mug. In de loop der jaren werkten ze met verschillende spelers en regisseurs. Soms voor een enkele productie, meestal voor langere perioden. 'Wij drieën zijn een steeds hechtere groep geworden,' vertelt Klasema. 'Door de ontwikkeling die je met elkaar hebt doorgemaakt, kun je ver gaan in wat je wilt en kunt doen. Die drie meningen naast elkaar bewerkstelligen een concentratie in wat je zeggen wilt. Tenminste, zo werkt dat bij ons. Vanuit die basis vragen we er mensen bij. Musters: 'Joan is van de boeken, van de literatuur, ik van de tijdschriften, de televisie en de video's, Hans laat dingen gebeuren. Hij waart door het gebouw, legt rekwisieten, kleding of gewoon troep neer in de repetitieruimte. Hij is het hele proces aanwezig.' Nederlof: 'Iedereen die erbij komt, stapt eigenlijk in een oud huwelijk. Het is voor anderen moeilijk daar goed in te raken. Hendrien en Rafaël zijn allebei heel zelfstandig en eigenwijs. Dat houdt goed stand. En het brengt ons allemaal verder.
Begin november waaieren de Mug-leden even uiteen: op reis, naar een cursus, ergens anders spelen dan wel regisseren, boeken lezen, of gewoon niets. Eind december zouden ze elkaar weer treffen, in India, in een dorpje bij Madras. In ieder geval willen ze de periode tussen kerst en nieuwjaar gezamenlijk en ongestoord door kunnen brengen ter voorbereiding op ENTER. Joan Nederlof weet nog niet precies wat ze gaat doen. Voor een deel van de tijd moet ze werk zien te vinden. En ze wil reizen. 'Het is perfect om een halfjaar te reizen of andersoortige dingen te doen. Als ik met De Mug bezig ben, is dat ook helemaal en heb ik geen tijd om afstand te nemen. Alles wat ik lees of doe wordt daarop gefilterd. Als ik er zoals straks, even uitstap, kom ik heel snel op het punt: ik kan net zo goed iets anders gaan doen. Dat is eng. Dan kun je alles wat je gedaan hebt wel weg relativeren.'
Maar toneel, staat voor haar vast: 'Is een van de weinige vormen waar iets waars kan gebeuren. Het is een heel goed medium voor mij. Om te proberen het onzichtbare, dat macht en pracht heeft, te tonen. Ik wil dat er contact is tussen die twee werelden die allebei waar zijn en die je toch als gescheiden ervaart: die van binnen en die van buiten. Ik wil het hebben over dingen die gebeuren en die ik niet snap. Het gaat niet over geluk of over wat goed gaat. De onbenoembare dingen te laten zien, vind ik het mooist. ENTER is voor haar nog ver weg, ze heeft er niet iets concreets bij voor ogen. 'Maar,' peinst ze hardop, 'dat had ik bij Onder controle ook niet zo Ik hoop dat ENTER over gelijksoortige onderwerpen zal gaan: klein, alledaags, banaal. Elk stuk komt toch altijd weer voort uit het vorige. Over Onder controle zijn we vorige zomer begonnen te praten. Een week lang, samen in één huis, ver weg, zonder afleiding. Het is absoluut noodzakelijk dat je je terugtrekt, die concentratie breng je hier niet op. Maar het werken aan een stuk begint al lang daarvoor, ver voor de twee, drie maanden die we er samen aan werken tot het een voorstelling is. Na ENTER komt It's a Gaz! Over een postnucleaire familie. Dat broeit nu ook al in mijn hoofd.'
It's a Gaz! is geïnspireerd op het Amerikaanse biosfeerexperiment (waarbij een internationaal gezelschap zich terugtrok onder een reusachtige glazen stolp om daar het kunstmatig aangelegde milieu te bestuderen). Gesitueerd in een gasbel in Slochteren, met elementen uit science fiction-films, televisieseries en andere sprookjes (Dallas, Thunderbirds, Startrack, Aladdin, Batman), waar de rijke kinderen van het Westen na de ramp hun passieve houding laten varen en zich ontpoppen tot ware antihelden. Het is de bedoeling om de nachtmerrie-achtige nieuwe wereld niet alleen met toneelscènes te verbeelden, maar ook door middel van video. Maar zover is het nog niet. De subsidieaanvraag, voor begin 1996, is net de deur uit. En wie zegt dat die gehonoreerd wordt?
ENTER moet, net als Onder controle, gemaakt worden zonder subsidie van het Fonds voor de Podiumkunsten. De Mug kreeg geen structurele subsidie (sinds de invoering van het kunstenplan in 1993 eens per vier jaar voor een periode voor vier jaar aan een gezelschap toegekend), ondanks een positief advies van de Raad voor de Kunst. Voor het tweede achtereenvolgende seizoen werden ook de aanvragen voor ad hoc subsidies afgewezen. Het fondsbestuur had andere prioriteiten. Nu eens beriep het zich op een te beperkt budget, dan weer luidde de afwijzing dat het gezelschap theater maakte vanuit een te persoonlijk referentiekader waardoor de voorstellingen voor het publiek ontoegankelijk zouden zijn. Onder controle kon gerealiseerd worden doordat de Mug-leden onbetaald werkten en dankzij bijdragen in de productiekosten van onder andere de Haarlemse Toneelschuur en de Theaterunie. De gemeente Amsterdam verleende het gezelschap subsidie voor ENTER, honderdvijfendertigduizend gulden. De helft van het aangevraagde bedrag, maar voor de gemeente uitzonderlijk veel. Het theaterbudget voor incidentele producties bedraagt een miljoen.
De Mug leeft nog steeds, ondanks het Fonds voor de Podiumkunsten,' grapt zakelijk leider Koen van Dijk. Maar hij maakt zich echt zorgen . Na twee speelseizoenen zonder geld weet hij niet goed hoe het bedrijfje, dat de Mug natuurlijk ook is, financieel moet overleven. Inkomsten uit sponsoring, welwillende kortingen, giften van donateurs en bijdragen van particuliere fondsen zijn vanzelfsprekend niet toereikend. Iedereen werkt zeven of acht maanden, maar krijgt maar voor anderhalve maand betaald. Ze werkten noodgedwongen het grootste deel van de tijd onbetaald terwijl wel extra-inspanningen werden gevraagd. Dat begint na al die jaren toch te steken. Tien jaar bezig, goede kritieken, volle zalen en nog steeds je brood niet kunnen verdienen?
De zakelijk leider: 'Voor ENTER hebben we de eis gesteld dat we een halfjaar ook volledig uitbetaald krijgen. Terecht. Wij zijn De Mug. En De Mug leeft nog steeds doordat wij in onze vrije tijd van alles doen om zelf te kunnen leven.'
|