| |
|
| |
|
| mugmetdegoudentand actueel | projecten | werkwijze | mugweb | te koop | reacties | links | contact |
![]() Volkskrant magazine 30 april 2005, foto: Dana Lixenberg 'Mijn emoties beleef ik via het filmen van anderen'Programmamaker Michiel van Erp (41) wordt alom geprezen voor zijn documentaires over het 'echte leven’ , waarin de 'zoekende mens' centraal staat. Deze week verscheen zijn boek Voor de geraniums, over de hoogtepunten uit zijn werk. 'Je kunt in de vuurlinie gaan staan, of je kunt met de dahliavereniging op stap. Ik doe het laatste.’tekst Karolien Knols ‘Leef je nog ', zegt Michiel van Erp als we elkaar bellen voor een tweede afspraak. Jij? 'Ik heb de hele avond op je gemopperd. En een groot deel van de volgende dag.' O. 'Omdat het zo over mij ging, in plaats van over mijn programma’s. En dan weet ik het niet meer.' Wat niet? ‘Wie ik ben. Jij probeert mij te analyseren, maar het kan toch ook zijn dat er helemaal niks zit? Dat er niks te verklaren valt? Ik ben wat ik doe.’ De wereld volgens Michiel van Erp: Balkenende Nederland. Optimistisch, een beetje kneuterig. Blank. ‘En nou denk je dat dat ook mijn wereld is.’ Zeg het maar. ‘Het is het Nederland zoals ik het blijkbaar zie. Schuldloos.’ Dat is het allang niet meer. ‘Jawel hoor. Er zijn nog heel veel plekken waar de wereld onbedorven is. Waar niet wordt gescholden, waar geen graffiti op de muren zit. Je kunt als programmamaker in de vuurlinie gaan staan, of je kunt met de dahliavereniging op stap. Ik doe het laatste.’ Vervolgens richt je je camera op alles wat niet wil lukken. Dat is vals. Gegrinnik. De voormalig vorkheftruckchauffeur die beautyconsulent wil worden. Dan weet je van tevoren toch: dat wordt niks? ‘Maar moet ik zo’n man dan niet filmen? Moet ik tegen hem zeggen: stop er maar mee? Zijn droom afpakken?’ Zou Michiel van Erp zichzelf ook zien als iemand die in vraagtekens praat? Voortdurend polst hij of het gek is wat hij zegt, of zijn verhaal klopt met het beeld dat ik van hem heb, of het een saai interview wordt, maar als hem de vraag wordt gesteld of hij onzeker is, is hij toch een beetje beledigd. ‘Absoluut niet’, zegt hij, hij is hooguit zorgelijk. Maar hij weet wat hij wil en hij weet wat hij kan althans, in zijn werk. Sinds hij na een studie industrieel ontwerpen en een in de knop gebroken toneelcarrière als programmamaker aan de slag kon, is dit zijn reden van bestaan: het filmen van de zoekende mens. ‘Dat stoeien met de elementen om maar iets te bereiken, dat zit in mij gebakken. Succesvolle mensen vind ik saai. Ik wil vechters zien.’ Lang leve de vereniging, Lang leve de kampioen, Lang leve Nederland. Hij wil niet beweren dat hij het genre reality-tv heeft uitgevonden, maar hij was wel een van de eersten in Nederland die dergelijke programma’s maakte. Een typische Van Erp: de uitzending over Marco Bakker, ‘ver voor het ongeluk’ die zal optreden met de fanfare van St. Michielsgestel. Van Erp richt zijn camera amper op de hoofdpersoon, liever filmt hij de orkestleden tijdens de repetities, de kaartverkopers, de fans. ‘Marco komt vijf minuten voor de generale repetitie binnen, eet een hapje met het bestuur, treedt op, en voor het applaus is hij al weer weg. En dan de teleurstelling, van al die mensen die tegen hem opkeken maar hem helemaal niet te zien krijgen.‘ Hij kreeg niets dan lof voor zijn programma’s, van televisierecensenten, van collega-programmamakers. Won prijzen op buitenlandse filmfestivals, kreeg een eervolle vermelding van de Nipkov-jury en werd genomineerd voor een Gouden Kalf, voor zijn film over vier van de trouwste fans van de Zangeres zonder Naam. Toch zei de vara vorig jaar, na meer dan tien jaar zijn vaste podium te zijn geweest: sorry, er is geen plek meer voor je in het uitzendschema. ‘Goed, we hebben het de kijkers niet altijd gemakkelijk gemaakt. Om half twaalf s’avonds zit je misschien niet te wachten op de carnavalsvereniging, of een vrouw met smetvrees.’ Of hij er de man naar is om dan boos te worden? ‘Nee, teleurgesteld. Want je vraagt je toch af of het niet goed is wat je al die jaren hebt gemaakt.’ Dat is niet de reden waarom deze week Voor de geraniums in de winkel ligt, een boekje met hoogtepunten uit zijn programma’s. Nee, een opsteker heeft hij niet nodig. ‘Ik had het idee voor dit boek al voor dat gedoe met de vara. Inmiddels praten we weer met elkaar. In september ga ik samen met Marc-Marie Huijbregts een programma voor ze maken.’ En Talpa? ‘Wat wil je daarvan weten?’ Of je gevraagd bent. ‘Nou. Pff. Ik praat met iedereen die mij de vrijheid geeft om te maken wat ik wil maken.’ Wat hem mooie televisie lijkt: ‘Ramses Shaffy en Joop Admiraal, die in de jaren zestig als geliefden naar Rome vertrokken om het als acteurs te gaan maken, en brieven schreven aan Shireen Stroker over hoe het hen daar verging. Ik heb die brieven gelezen, ze zijn vorig jaar uitgegeven. Heel ontroerend. Er is helemaal niks van hun ambities terechtgekomen. Ramses is op een gegeven moment teruggegaan naar Amsterdam, voor een commercial, en daar ging hij vreemd, en Joop bleef achter met twee honden in een klein appartement. Dat is toch naar, dat zo’n droom zo eindigt? Nou goed, het leek me leuk, nu ze oud zijn, en legendes, als ze die brieven aan elkaar voorlezen. Alleen een camera erop. Maar niemand zag het idee zitten.’ Wat zegt zo’n programma nu over jou? ‘Dat ik zo’n avontuur nooit zou aangaan. Ik ben geen held. Ik ben ook nooit op tienertoer geweest.’ Hij groeide op in Eindhoven. Op school bij de katholieke paters, thuis een gezin met vier jongens. Moeder hield de boel draaiend, vader had een muziekwinkeltje dat de helft van hun oorspronkelijke woonkamer besloeg, en gaf muziekles in een van de slaapkamers. De hele dag door waren er mensen in huis: klanten, leerlingen, vriendjes van school. ‘Ik kan me niet herinneren dat we ooit met zijn zessen om de tafel hebben gezeten. Nooit een moment van rust om aan elkaar te vertellen waar we mee bezig waren, wat ons dwarszat of juist blij maakte. Triest eigenlijk. Ik zie het nu bij de familie van mijn vriend, die kennen elkaar echt. Dat is één geur.’ Jullie hangen als los zand aan elkaar? ‘Ik denk dat ik mezelf vooral als los zand zie. Eerlijk gezegd was ik vroeger niet echt nieuwsgierig naar mijn familie. Omgekeerd geloof ik dat ze mij ook niet hebben willen doorgronden.’ Wat hij duidelijk wil maken is dit: zijn beste vriend pleegde zelfmoord toen hij 15 was. ‘Dat veroorzaakte nogal veel, in mijn vriendenclub, op school, en in mijn familie. Hij heeft zich opgehangen tijdens carnaval, en ik wist van niks, ik was al een dag naar hem op zoek. Op zaterdagavond kwam ik thuis, en hoorde van mijn ouders: Jan is dood. Wat er was gebeurd wisten ze niet. Mijn vader is gaan bellen met de buren van Jans ouders, en toen hij ophing, zei hij: het was een hersenbloeding. De volgende dag, op bezoek bij de ouders van Jan, kwam ik erachter dat mijn vader had gelogen. Dat vond ik toen zo... Ik zag in een klap hun omvermogen om heftige emoties aan te gaan. Sindsdien voel ik me een eenling ten opzichte van mijn familie. En sindsdien heb ik meer bewondering voor mensen die het leven proberen te grijpen, in plaats van het te ondergaan.’ Een van je beste vrienden zegt: Michiel is maar moeilijk te raken. ‘Dat klopt. Ik zoek niet graag de confrontatie, ik ben liever een gezellige vriend.’ Hij bedoelde eigenlijk dat je met echte problemen niet bij jou moet zijn. ‘Nou, dat is niet helemaal waar. Je bedoelt dat ik ongevoelig ben voor het leed van anderen?’ Of dat je er geen raad mee weet. ‘Nou. Jawel. Maar ik kan er niet over praten.’ Word je vaak geraakt door de mensen in je programma’s? ‘Het klinkt misschien flauwig diep, maar mijn emoties beleef ik via het filmen van anderen. Ik zoek ongelukkige mensen om te zien wat ongeluk is. Via hen leg ik mijn ziel op tafel. Want ik zoek hetzelfde als zij. Ik stel dezelfde vragen: hoe kan ik het geluk pakken, is gelukkig zijn voldoende voor een zinvol leven? Wat ís eigenlijk een zinvol leven?’ Hij ziet ze om zich heen, de mannen en vrouwen uit een willekeurige provinciestad, lid van de harmonie, actief op de school van hun kinderen, en dan hebben ze ook nog tijd over om te zorgen voor hun schoonfamilie. Daar kan hij weleens jaloers op zijn, want dat heeft hij nooit gehad. Heeft alles te maken met homo-zijn, zegt hij. ‘Ik weet al sinds mijn dertiende dat ik niet aan dat plaatje kan voldoen. Ik kan me enorm ergeren aan homo’s die doen alsof hun seksualiteit een verworvenheid is, of iets verhevens. Alsof ze boven het gepeupel staan. Dat is niet zo. Je staat erbuiten.’ Dat kan ook heel leuk zijn. ‘Nou, dat heb ik niet zo, hoor. Ik heb tot vorig jaar met mijn vriend in een dorp gewoond. In zo’n straat aan een dijkje, waar verder allemaal mensen wonen met te veel geld en echt te weinig smaak, en die houden dan een feestje, en zingt de vraag rond: komen de jongens ook? Want dat is de attractie: homo’s op je feest.’ Nee, dan Amsterdam. Hij woont er nu een jaar, en voor het eerst in zijn leven heeft hij het gevoel dat het contrast tussen hem en de rest van de wereld niet zo groot meer is. Wat hij bijvoorbeeld typisch Amsterdams vindt: dat elke ochtend rond een uur of tien Marc-Marie Huijbregts langsfietst, op weg naar de repetities van zijn komende toneelstuk Amadeus, en hij rond die tijd aan de koffie zit, en ze dan even wat lopende zaken doornemen. Dat gaat vandaag als volgt. Huijbregts: ‘Heeft hij je al verteld dat hij twee crackbaby’s uit Amerika gaat adopteren?' Hahaha, lacht van Erp. Het was deze ochtend onderwerp van gesprek geweest: of hij, als hij dan zo verlangde naar ‘gewoon’ zijn, geen gezinsleven ambieerde - net als goede vriend Paul de Leeuw. ‘Ik vind het echt heel ontroerend om Paul met zijn zoons bezig te zien, maar het zou niet mijn leven zijn. Homo’s en kinderen, ik vind het toch een vreemde combinatie.’ Toch zorgt hij alweer veertien jaar om de paar weken een weekend voor Joey, de zoon van een oude vriendin. ‘Joey kwam een uur na zijn geboorte in ons leven. Zijn moeder had in die tijd grote problemen, en Paul, mijn vriend zei: we moeten zorgen dat we bij hem blijven, anders weten we niet hoe zijn leven verder gaat. Joey gaat met ons mee op vakantie, hij gaat mee naar familiefeesten. Wij zijn de mannen in zijn leven. Ik vind het goed dat hij er is. Dat hij aandacht opeist, me bewust maakt van mijn verantwoordelijkheid. Al moet ik toegeven dat ik ook in zijn aanwezigheid het meest met mezelf bezig ben.’ In Op avontuur, de serie die hij vorig jaar maakte, was hij voor het eerst echt zelf aanwezig. Hij ging naar de Filipijnen, mee met Nederlandse mannen die daar een geschikte vrouw zoeken. Naar een Afrikaanse duivel-uitdrijver. Hij ging op zoek naar kabouterdeskundigen, en naar streng christelijke ex-homo’s die van hem een hetero konden maken. Het waren juist deze laatste twee uitzendingen waar zijn geloofwaardigheid in het geding kwam, zeg ik, maar Van Erp ziet dat anders. Goed, wat die homo-uitzending betreft wil hij toegeven dat zijn verlangen om hetero te worden onoprecht was ‘al heb ik mij jarenlang afgevraagd of ik als hetero geen gelukkiger leven had geleid' - maar zijn wens om in kabouters te geloven, die was, en is, honderd procent echt. ‘Dat is toch mooi, als je in die wezentjes gelooft? Dat er iemand is die alles begrijpt wat je voelt en vindt, die kritiekloos is en je helpt? Een van die kabouterdeskundigen zei het letterlijk: dat ze zich onbegrepen voelde en niet geaccepteerd, dat ze tijdens een boswandeling werd aangesproken door een kabouter, en dat toen alles goed was. Dat kun jij naïef noemen, ik vind het een kwaliteit.’ Het is deze gedachte die hem drijft: als je dan één keer aan het leven ontsnapt, dan mag het niet mislukken. Toen zijn moeder, een paar jaar geleden, voor het eerst een paar weken in haar eentje op vakantie ging, zes weken nog wel, naar een vriendin die in Australië woonde en die ze haar halve leven niet meer had gezien, heeft hij gezegd: goed, ik kom je ophalen, we vliegen samen terug, maken een tussenstop in Bali en vieren daar nog twee weken vakantie. ‘Ik vond het zo dapper van mijn moeder dat ze haar droom najoeg, dat ik er koste wat kost voor wilde zorgen dat de afloop mooi was.’ Daarom wordt hij ook zo treurig van zijn vader van 77. ‘Hij begint zijn geheugen te verliezen, en het is zo pijnlijk om te zien, dat er van de man die altijd mijn voorbeeld is geweest, de man op wie ik lijk, met zijn bravoure, en zijn vrolijkheid, dat daar zo bitter weinig van overblijft. Mijn vader is al tien jaar bang van de wereld. Het is alsof hij na zijn pensioen heeft gedacht: zo, en nu is het op. Hij rijdt geen auto meer, gaat s’avonds niet meer naar buiten, hij wil niks meer. En dan denk ik: als je op een gegeven moment geen dromen meer hebt, niks meer najaagt, wat moet je dan in godsnaam nog? Het is toch ondenkbaar dat je nergens meer opgewonden van raakt? Nu hij erover nadenkt: misschien is het wel zo dat zijn vader, die altijd heeft gezegd dat zijn zoons het leven moesten grijpen, zelf bezig is geweest dat leven toch te begrenzen, de wereld niet te groot te maken. ‘Toen ik hem vertelde dat ik homo was, vond mijn vader het allemaal best, als ik maar niet ging zoenen voor de winkeldeur, want wat zouden de klanten dan niet denken. Zijn reactie op de zelfmoord van mijn beste vriend plaats ik in datzelfde rijtje. Hij was bang voor zijn eigen emoties. Voor waar die toe leiden.’ Of hij nu, met zijn vader voor ogen, dromen heeft die grenzeloos zijn? ‘Nee. Gek genoeg gaan mijn dromen niet veel verder dan het leven dat ik nu heb. “Ja, qua werk wil ik nog wel het ultieme maken. Ik ben nu bezig met een bioscoopdocumentaire, Pretpark Nederland, dat moet een analyse van Nederland worden, van de manier waarop wij ons vermaken. Als het me lukt om dat op zo’n manier te doen dat die film na tien jaar nog steeds standhoudt, dan zou ik trots zijn. Maar verder heb ik niet zo veel meer te dromen. Is dat beangstigend?’ Michiel van Erp 1963 geboren in Eindhoven 1982-1987 studie industrieel ontwerp, Delft 1988-1991 freelance toneelacteur 1991-1996 VPRO, Villa Achterwerk 1996 eerste serie Lang leve bij de VARA 2002 Vergeet mij niet, documentaire over het leven van de Zangeres Zonder Naam 2003 Op handen gedragen 2005 lid artistiek team van theatergezelschap mugmetdegoudentand. |
|
|
||
|
|
|
|