| |
|
| |
|
| mugmetdegoudentand actueel | projecten | werkwijze | mugweb | te koop | reacties | links | contact |
![]() 31 januari 2009 |
|
Het overzichtelijke leven van een gelegenheids-New Yorkerdoor Els Quaegebeur, foto's Cynthia van Elk Acteur Marcel Musters - nu te zien in een nieuwe reeks van de thrillerserie Vuurzee en straks in Gooische vrouwen - verruilt jaarlijks zijn Amsterdamse woning voor een appartement in New York. Zijn programma daar is simpel: dwalen door de stad. Acteur Marcel Musters (49) komt net uit het zwembad op de vijftiende verdieping van een gebouw in de 49ste straat in Manhattan. Hij heeft zijn zwemtas over zijn schouder geslagen, zijn haar is nog nat; de dag strekt zich als een lege pagina voor hem uit. Het personeel van het zwembad ziet hem al twintig jaar komen en gaan. De kassamevrouw en de badmeester weten niet beter dan dat hij hier woont. Soms heeft hij het kennelijk te druk om baantjes te trekken, dan laat hij ineens weer twee maanden achter elkaar elke dag zijn gezicht zien. Misschien vragen ze zich af wat voor werk die meneer doet, dat hij zo onverwacht opduikt om vervolgens weer voor lange tijd te verdwijnen. Maar waarschijnlijk denken ze er helemaal niet over na. Als ze hem zien, is hij er en als ze hem niet zien, bestaat hij eigenlijk niet, net zoals de rest van de acht miljoen inwoners van New York City. Dat is precies de wens van Marcel Musters: hij wil opgaan in de stad, deel uitmaken van de stad, zoals een gewone New Yorker. Tegelijkertijd is hij juist het tegenovergestelde, want New Yorkers zijn werkpaarden en Musters trekt zich terug op een van de dichtstbevolkte plekken ter wereld om tot rust te komen. Musters is eigenlijk meer een gelegenheids-New Yorker. Hij wil hier geen deel zijn van de arbeidsmarkt, vertelt hij in Le Singe Vert (de groene aap), een Franse bistro in Chelsea, een wijk halverwege de route van het zwembad naar zijn huidige huis op Hudson Street. Hij wil vrij zijn, vrij om na te denken, vrij om dingen te doen die hij leuk vindt en waar hij in Amsterdam niet aan toekomt: elke dag naar de bioscoop, uren ronddwalen in onbekende buurten, of op een bankje zitten met een meeneemthee en uitzicht op de wereld zoals die toevallig aan hem voorbij trekt. Musters kan zich niet anders herinneren dan dat hij in in New York wilde wonen, lang voordat hij er voor de eerste keer voet aan de grond zette. Geboren en getogen in Tilburg had hij zijn pad al jong uitgestippeld: via een tussenstop in Den Bosch naar Amsterdam en dan eindigen op Manhattan. Toen hij er op zijn negentiende voor de eerste keer kwam, werd zijn ingebeelde verliefdheid werkelijkheid. Hij viel als een blok voor het eigengereide karakter dat de stad kenmerkt, maar hij wist ook meteen dat hij er juist niet moest gaan wonen, in elk geval niet helemaal. Om het leven te kunnen leiden dat hij voor ogen had, zou hij veel te hard moeten werken en baantjes moeten aannemen puur voor het geld, niet omdat zijn hart erin lag. "De kans dat ik hier ooit bij de happy few zou kunnen horen die totale keuzevrijheid hebben in het werk dat ze doen, zoals ik nu in Nederland, is natuurlijk nihil. Daar heb ik me nooit illusies over gemaakt." Het bewijs vond hij op zijn eerste logeer-adres, waar hij twee maanden verbleef, in een appartement aan Utica Avenue, een destijds - begin jaren tachtig - duistere buurt ver in Brooklyn, waar hij bij twee jonge, zwarte acteurs woonde. Een van hen vertrok elke avond na afloop van zijn voorstelling naar het hoofdkantoor van de US Postal Services op de 33ste straat om tot het ochtendgloren post te sorteren. Daarna sliep hij een paar uur en om elf uur stond hij weer op de planken om te repeteren; een gebruikelijk ritme voor duizenden acteurs die niet dagelijks een fotograaf van de US Weekly voor hun deur hebben liggen. Om dit ritme te kunnen volhouden, was de jongen een grootgebruiker van crack, een verslaving die hem uiteindelij k fataal werd. Musters wil daarmee niet gezegd hebben dat het leven van iedere acteur die niet Meryl Streep of Philip Seymour Hoffman heet, slopend verloopt en dramatisch eindigt, maar wel dat het romantische beeld dat hij als kind had van een vrolijk, artistiek bestaan in New York, weinig heeft uit te staan met de realiteit. Hij was zelf tijdens zijn eerste bezoeken aan de Verenigde Staten nog niet begonnen aan een toneelopleiding, teruggeschrokken na een weekend spelen, georganiseerd door een dramaschool in Utrecht. "Expressie van woord en gebaar, heette het geloof ik (Academie voor Expressie door Woord en Gebaar - red). Er liepen allemaal hippe, creatieve mensen rond van in de twintig. Ik was zeventien en klapte helemaal dicht en vond mezelf helemaal niet meer geschikt voorde toneelschool." In plaats daarvan liet hij zijn oog vallen op een opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige in Vught, een keuze die aanvankelijk vooral werd ingegeven door zijn drang te reizen. Het lesprogramma was namelijk zo ingedeeld dat de studenten maar een week per maand naar school gingen en de rest van de tijd aan het werk werden gezet in de psychiatrische zorg. "Ik wilde helemaal niet studeren, maar op deze manier verdiende ik geld waarmee ik de wereld in kon trekken. En ikwas weg uit Tilburg. Mijn eerste stap op weg naar New York, zeg maar." Uiteindelijk bleek de psychiatrie een nuttig voorportaal te zijn voor de Amsterdamse toneelschool, waar hij in 1982 werd aangenomen. "Je bent continu omringd door mensen die over de rand zijn gevallen en daar draait het bij drama ook vaak om. Toneelstukken of films zonder iemand die op de grens balanceert, bestaan bijna niet. De confrontaties met extreem menselijk gedrag zijn leerzaam voor me geweest - en niet alleen voor mijn carriere nu." "Omdat ik in opleiding was, zat ik steeds op een andere afdeling. Soms tussen demente bejaarden, maar ik kwam ook vaak in aanraking met patienten die niet eens zo ver van mezelf afstonden. Heel heftig vond ik dat. Het is maar een dun lijntje, hoor. Er hoeft niet zoveel te gebeuren om aan de andere kant te belanden. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me dat realiseer. Ik ben wel zo slim om weg te blijven bij de klif, maar van binnen voel ik me vaak gek genoeg." Het zou zomaar kunnen dat Musters zich om die reden zo thuis voelt in New York, waar altijd ruimte is voor een nieuw, onbewandeld pad. Het barst er van de kunstenaars, filmmakers en andere, al dan niet zelfbenoemde, creatievelingen met meer of minder succes, die niet bang worden van de gedachte dat ze hun leven niet altijd op een rijtje hebben, maar die anderzijds niet de zenuwen krijgen van mensen met wie het altijd 'goed' gaat. The New York Times publiceerde laatst de profielschets van een metrowagon, althans van de reizigers die daar op een willekeurige dinsdagochtend in zaten. De uitkomst deed denken aan wat kunstenaar Keith Haring zei nadat hij drie jaar elke dag tekeningen had gemaakt in de metro en op de stations: "De New York City Subway is de wereld. Er is geen andere plek waar mensen met zulke verschillende uiterlijke kenmerken, achtergronden en levensstijlen heel kort maar in een nooit aflatende stroom met elkaar verweven zijn. Een gemeensehappelijk gevoel van strijd is af te lezen van het enorme assortiment aan gezichten." Het assortiment aan gezichten heeft alleen weinig tijd om contemplatief door de straten te struinen, net zoals Musters die tijd niet heeft in Amsterdam. Bij het afscheid voor de deur van Le Singe Vert zegt hij: "Ik weet niet wat het is met mij en deze stad. Het blijft magisch. Nou ja, ik weet het wel: mijn beste vriend is bang voor steden, ik ben juist bang voor de natuur. En ik ben een beetje luier geworden, de behoefte veel over de wereld te reizen, is afgenomen, want dat heb ik al gedaan. New York heeft alles in zich." Hij staat in de startblokken om zijn neus achterna te gaan. Afgezien van het ochtendritueel in het zwembad is dat zijn enige vaste component in zijn dag: dwalen. Hoewel, het is eigenlijk geen dwalen wat hij doet, maar volgen, lukraak achter iemand aan drentelen en dan ziet hij wel waar hij uitkomt. "Heerlijk, je moet het ook eens doen. Vorige week, bijvoorbeeld, ben ik de hele ochtend met een dikke mevrouw mee gereisd. Zij in de bus, ik in de bus. We kwamen uit ergens in Queens, zij ging een huis binnen en ik een Koreaans restaurantje daar tegenover waar ik heel lekker heb geluncht. Wat ik er fijn aan vind, is dat je je gedachten de vrije loop kunt laten, maar intussen toch een doel hebt. De gevolgde bepaalt dat doel voor jou en zo hoef je zelf niet na te denken over waarom je ergens naartoe gaat en hoe je er komt." "Kijk, ik ben meestal niet met die mensen bezig, maar vooral met mezelf: ik heb last van mijn knie, ik moet een rekening betalen, het is wel leuk als we in de volgende productie dit of dat doen. Ik kan me in Amsterdam druk maken over dingen waarvan ik in New York denk: dat is onzinnig, hou op. Het is alsof ik hier d ebalans opmaak." En zo heeft Nederland toch ook nog iets aan de dikke mevrouw uit Queens, als de over peinzingen van Musters hun weg vinden naar een voorstelling van zijn theatergroep Mugmetdegoudentand, of naar een rol die hij speelt in een film of tv-serie. Eenzaam voelt hij zich bijna nooit. "Ik ben hier veel alleen en ik werk niet, dat geeft tijd en ruimte om de strijd aan te gaan met wat ik vind en voel. Daar kom ik altijd wel uit. Uiteindelijk kan ik het goed met mezelf vinden." Daar komt bij dat hij na twintig jaar gelegenheids-New Yorker te zijn een sociaal netwerk heeft dat zich door de hele stad uitstrekt. Het kost hem moeite zijn agenda zo leeg te houden als hij hij zich altijd stellig voomeemt. Dat komt niet omdat Musters avond na avond wildvreemde New Yorkers aanspreekt in de kroeg, maar omdat hij al zolang hij hier komt aan huizenruil doet, een perfecte manier om zonder verblijfkosten voor kortere of langere tijd een soort tweede leven te leiden in het buitenland. Met veel van de mensen in wiens huis hij heeft gewoond (en zij in dat van hem) onderhoudt hij contact. Het is niet zozeer dat hij daar op uit is, integendeel juist, maar vaak klikt het bij het uitwisselen van de sleutels en dan is het leuk een keer voor de gezelligheid af te spreken. Na twee decennia en tientallen verschillende huizen vraagt dat bijna om een agenda. Hij spreekt geregeld af met de schrijver uit Greenwich Village die een glazen slaapkamer had op zijn dakterras. En een paar dagen geleden ontving hij per e-mail een geboortekaartje van de Russische danseres en de Dominicaanse documentairemaker in wier piepkleine studiootje in Inwood -een soort Dominicaanse minirepubliek aan het eind van het eiland - hij ooit twee maanden heeft gewoond. Soms treft hij in andermans huis een verrassing aan. Zo liet een dansrecensente eens een hele reeks kaartjes achter voor allerlei voorstellingen "Ik ga in Amsterdam nooit naar ballet kijken, maar ik ben toen zeker zes keer geweest." En in het nachtkastje van een professor homostudies die gastcolleges gaf aan de Universiteit van Amsterdam, trof hij een uitgebreide verzameling rubberen vuisten aan. ("Fascinerend dat die man dat zo open en bloot liet liggen. Ik laat mijn huis zelf altijd min of achter zoals ik er zelf woon, maar ik denk dat ik dat zou hebben opgeborgen.") Het gaat hem niet om vierkante meters of luxe; met een bed, een douche en de mogelijkheid om een potje thee te zetten is hij dik tevreden, al was de geheel volgens de groene regels gebouwde wolkenkrabber van vorig jaar juni wel bijzonder. "Maar je hoeft helemaal geen groot, mooi huis te hebben. Ik woon nu mooi, maar daarvoor woonde ik jaren in een klein, gehorig pandje op de Oude Waal. Amerikanen smullen daarvan. Ze hebben het idee dat ze in een boomhut wonen. Je neemt dingen op de koop toe, dat doe ik hier ook." Meer aandacht besteedt hij aan de buurt waar hij terecht wil komen. Hij zit het liefst ergens waar hij nog nooit is geweest (tegenwoordig geen makkelijke opgave meer), of op een van zijn favoriete plekken, zoals de East Village, in downtown Manhattan. Daar treffen we hem later, in de winterzon op een bankje in Tompkins Park, met een meeneemthee. Hij kijkt een magere meisje in skinny jeans na, dat haar schoothondjes uitlaat. Ietsje verderop hangen twee puberjunkies tegen een hek. "Ik vind het hier echt heel leuk, ook omdat het nog een rafelrandje heeft en dat zie je op Manhattan toch steeds minder. In de jaren tachtig was dit een no-goarea, alleen maar drugs en schietpartijen. Heel heftig." We maken een wandelingetje langs de panden aan de Lower East Side waar hij in heeft gezeten; in eentje heeft Madonna ook nog een tijdje gewoond, zegt hij. Hij wijst naar het appartement van twee vriendinnen van hem, bij wie hij na de aanslagen op n September 2001 televisie heeft gekeken. Musters woonde toen in Brooklyn en zou die dag verhuizen naar Hudson Street op Manhattan. Hij zat buiten in de zon met zijn laptop en had pas om twaalf uur's middags in de gaten wat er aan de hand was, na een stroom alarmerende smsjes vanuit Nederland. "Het was allemaal zo onwezenlijk. Ik weet ook niet waarom, maar ik ben tegen de stroom in naar Manhattan gegaan. Met de metro, want die reed nog, althans een stukje. Halverwege de rit stonden we stil omdat er allemaal puin de tunnel in kwam. Wij kregen te horen dat het licht zou uitgaan tot er weer beweging in kwam. Daar zaten we dan te wachten, in het pikdonker. Dat was wel eng, ja." Het was niet alleen een van de weinige momenten dat hij bang was in New York, het was ook de enige keer dat hij zich niet echt thuis voelde. "Ik voelde me zo nutteloos. In de weken erna zag ik vanuit mijn raam dag en nacht de vrachtwagens met puin van het World Trade Centre langsrijden. Ik wilde ook graag iets doen, maar ik kon niet bedenken wat. Voor het eerst vertrok ik eerder dan gepland terug naar huis." Op de deur van een deli hangt een bord dat binnen met voedselbonnen kan worden betaald, een boodschap die tegenwoordig bij tientallen winkels prominent te lezen valt. "Ik ben ook veel te naïef en romantisch soms. Het merendeel van de New Yorkers heeft natuurlijk geen jolig leven. Zij werken hier als werkster of afwasser en als ze dat voor een fooi hebben gedaan, moeten ze anderhalf uur in de bus zitten om thuis te komen." "Ik weet wel dat ik deze stad soms idealiseer, dat ik me iets te veel het middelpunt voel van mijn eigen film: al die kleurrijke mensen zijn allemaal leuke figuranten en die typische koffiehuisjes en deli's horen allemaal bij het decor. Kijk mij stralen in de levendigste stad ter wereld. Maar het is hier ook zo filmisch." |
|
|
|
| © Els Quaegebeur, foto's Cynthia van Elk, publicatie uit Het Parool van 31 januari 2009 |
|
|
|
|
|