tien geboden
Hoe denken bekende Nederlanders en buitenlanders over de Tien Geboden? Freelance journalist Arjan Visser publiceert sinds januari 1998 om de twee weken zijn Tien Geboden-interviews in Trouw.

Marcel Musters
Ergens binnenin zit nog
altijd een onbestemd gevoel
tekst: Arjan Visser, foto: Mark Kohn
Marcel Musters (Tilburg, 1959) is in december als 'pa Trom' te zien in de speelfilm 'Dik Trom'. Hij is acteur, artistiek leider en een van de oprichters van het toneelgezelschap Mugmetdegoudentand, dat dit jaar 25 jaar bestaat. Onlangs is de Mug-serie 'TV7' op dvd verschenen. Tot eind oktober speelt de Mug haar jubileumvoorstelling 'Verlichtinglight'.
I Gij zult de Here uw God aanbidden en Hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten.
„Ik weet nog hoe ik, voor mijn ouders uit, naar huis rende na mijn eerste communie. Thuis stond een grote teil met ijs en allemaal flesjes erin. Er was taart en ik zou, geloof ik, een horloge krijgen ter gelegenheid van deze feestelijke gebeurtenis. Van God kan ik me niet zoveel herinneren. Volgens mij heb ik Hem nooit liefgehad. Ik heb wel - toen ik een jaar of zeven was - geprobeerd God te aanbidden, maar het lukte niet. Ik kwam niet verder dan de buitenkant. Het verkleden, de rituelen, die plechtigheid; dat vond ik wel mooi. Ik ben misdienaar geworden omdat ik wilde weten wat er te zien was in het kamertje waar de pastoor iedere mis uit tevoorschijn kwam. Achter de schermen kijken, dat was het. Ik vond het ook prachtig om in de Tilburgse Schouwburg, waar mijn tante baliemedewerkster was, na een voorstelling het toneel op te gaan.
Ik geloof in samen dingen doen, in boven jezelf uitstijgen en in verbinding maken. Het idee van religie is op zich wel goed bedacht, maar het wordt zo belabberd uitgevoerd. Godsdiensten gaan te vaak over wat niet mag of wat niet hoort, terwijl ik juist vind dat je alles maar moet uitproberen en iedereen zijn eigen geboden mag bedenken. Ik begrijp wel waar de behoefte om je over te geven aan God, of wat dan ook, vandaan komt. Het is een existentiële leegte die moet worden opgevuld. Ook bij mij .Ik heb boeken van Krishnamurti gelezen, ik ben een paar keer naar India geweest. Ik heb, op mijn manier, gezocht naar het antwoord op de vraag waartoe we hier op aarde zijn. Uiteindelijk ben ik niet verder gekomen dan een heel stom cliché: de zin van het leven is dat je er zin in moet hebben. Er is geen Zin. Dat kan een vrij hopeloos gevoel zijn, maar het helpt in ieder geval als je je daarbij kunt neerleggen.
II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken.
„In gezelschap van aardige gelovigen - zoals ikzelf zou willen zijn, als ik gelovig was: oprecht, bescheiden, wikkend en wegend, open naar andere mensen - zal ik me inhouden. Ik vind sowieso dat je respect voor de opvattingen van anderen moet hebben, maar als religieuze groeperingen die denken de Waarheid in pacht te hebben, mij in naam van God of Allah gaan veroordelen, zal ik de barricaden op gaan. Ik heb steeds gedacht dat ik, als homo, precies op het goede moment ben geboren; het gevecht werd al door de generaties vóór mij gevoerd. De laatste jaren begint het er helaas op te lijken dat veel vanzelfsprekendheden toch opnieuw bevochten moeten worden.
III Gij zult de dag des Heren heiligen.
„Winkels open op zondag: hoe heb ik daar ooit voor kunnen zijn? Er is geen rust meer. Vroeger maakte ik op zondagochtend een wandelingetje om te genieten van die bijzondere sfeer in de stad. Nu zijn, alle dagen hetzelfde. Het is nooit meer anders dan anders. Ik realiseer me dat de zondag echt een rustdag voor mij was. Nu kan ik pas 's avonds laat, na de voorstelling, ontspannen. Heerlijk, die stilte. Mijn vader bleef ook altijd zo lang wakker. Hij was bedrijfsleider in een nachtclub, The Blue Note. Ook toen hij daar niet meer werkte, zat hij tot vroeg in de ochtend in de huiskamer, dronk een beetje, draaide zijn Astor Piazzolla-platen of schreef melodramatische gedichten.
Ik heb te veel te doen, denk ik. Ik ben voortdurend bezig met afronden of aanpakken. Om daar aan te ontsnappen, ga ik ieder jaar twee tot vier maanden naar New York. Daar ga ik echt in een lagere versnelling zitten. Eigenlijk klopt het niet. Ik zou die rust hier ook moeten kunnen vinden. Ik heb binnenkort een halfjaar vrij, dan wil ik dat eens gaan uitzoeken. Het ligt voor de hand om te denken dat ik het niet kan, maar ik heb mezelf al vaker verrast, dus ik ga het proberen: rustiger aan doen.
IV Eer uw vader en uw moeder.
„Nu zou ik hem heel goed begrijpen. Misschien zou ik zelfs zijn raadgever kunnen zijn, want ik ben hem… Tja, dat klinkt misschien raar, maar toch: ik ben mijn vader op een bepaalde manier ontgroeid. Hij was 49 toen hij stierf - ik heb hem overleefd - en omdat hij altijd hard heeft moeten werken, heeft hij weinig tijd gehad om zich te ontplooien. Doordat hij 's nachts werkte, sliep hij overdag en kwam hij nooit toe aan het ontdekken hoe hij nou eigenlijk met ons, zijn vrouw en zijn vier zonen, zou kunnen omgaan. Het was een ongemakkelijk samenleven. We moesten altijd stil zijn. Hij was er nooit, en als hij er was, kon hij vreselijk onredelijk zijn. Hij probeerde het wel, een goede vader te zijn, maar het lukte gewoon niet.
Ik heb nu zo'n medelijden met die man, maar toen kon ik maar niet begrijpen dat hij altijd zo moeilijk deed. Achteraf heb ik mij gerealiseerd dat ik me in mijn jeugd niet echt veilig heb gevoeld; ik was vooral bezig met overleven.
Weetje wat gek is? Mijn vader is al zo lang dood dat dit gewoon een verhaal lijkt te zijn geworden. Een verhaal met een hoofdpersoon, een karakter. Altijd in pak, met een coltrui. Enorme buik. Melancholiek. Ondernemend. We mochten The Blue Note één keer van binnen zien, de middag voor de opening. Rood pluche - net zoals in het theater - klein podium, lampjes, kleedkamers… ik vond het wel chique. Het was ook echt een kwaliteitsclub, met een zigeunerorkestje, een vrouw die iets deed met duiven en een striptease act, Vera Love, een negerin met enorme tieten en een bontjas, die ooit nog eens bij ons thuis is komen eten.
Hij deed zo zijn best, maar hij kon het niet: leven. Het huwelijk met mijn moeder was gecompliceerd, hij stond machteloos tegenover zijn puberende kinderen, hij dronk te veel, zijn gezondheid was slecht. Vlak voordat hij stierf, had mijn moeder eindelijk besloten bij hem weg te gaan. Hij had geen werk meer, geen vooruitzichten op verbetering. Het was beter zo.
Hij heeft me vooral voorgedaan hoe ik het later niet moest doen. Daar ben ik hem in zekere zin ook dankbaar voor. Alcohol? Daar kan ik beter niet aan beginnen. Een huwelijk? Tja… dat er maar één broer ooit getrouwd is geweest, zal vast iets met ons verleden te maken hebben. Ik herinner me vooral hoe moeilijk, hoe ongemakkelijk het was. Veel ruzie en dan, met Oud en Nieuw, elkaar ineens kusjes geven - ik vond het eng, geloof ik. En hypocriet. Ik kan heel goed samenzijn met andere mensen, maar ik ben uiteindelijk een betere vriend dan een partner. Denk ik.
Mijn moeder was heel praktisch, oplossingsgericht. Zij begon 's ochtends vroeg de aardappels voor het avondeten al te schillen. Daardoor kon ze binnen tien minuten een maaltijd serveren. Voor het slechte huwelijk met mijn vader vond ze géén oplossing en dat heeft haar, in de laatste jaren van haar leven, behoorlijk opgebroken. Ze is nu acht jaar dood. Ik mis haar meer dan ik mijn vader mis, maar dat komt doordat ik haar veel langer heb meegemaakt. Zij heeft me nog als volwassen man gekend.
Ik heb, samen met Maria Goos, een voorstelling en een televisiefilm over het leven van onze moeders gemaakt ('Smoeder', 2004 AV). Ik geloof niet dat ik zoiets over het leven van mijn vader zou kunnen maken. Dan moet ik zeker een dikke bedrijfsleider spelen? Met een nachtclub als decor. Dat is me te plat. Ik zou me wel kunnen voorstellen dat zijn buik - of die van mijn broers en mij; we zijn inmiddels allemaal stevig tot dik - het uitgangspunt van een stuk zou kunnen zijn. Ze hebben bij mijn vader een paar keer vijftien liter vocht afgetapt. Dat vind ik wel een mooi beeld: die man, die buik, die slangen… Ik weet het nog niet.
Mijn ouders zijn veel in mijn gedachten, maar ik denk niet vaak: dit hadden ze nog moeten zien of horen. Ik geloof dat ze het wel zouden waarderen wat ik doe, wie ik ben. Dat bedoel ik ook met het ontgroeien: ik ben die tijd te boven; ik heb hun goedkeuring niet meer nodig. Zo hoort het ook. Toch?
V Gij zult niet doden.
„In nood, misschien… ik weet het niet. Ik kan driftig worden en ik wil ook vaak mijn zin doordrijven. Een paar jaar geleden werd ik klemgereden door een automobilist. Ik zat óp de fiets, ik had een meniscusoperatie gehad en moest twee krukken gebruiken, maar als ik niet zo mank was geweest, had ik hem helemaal verrot geslagen. Ik was zo ongelooflijk kwaad! Ik wil het niet, die woede, maar het zit er wel. Het is maar goed dat ik mijn agressie in mijn werk kwijt kan. Ik moet er iets mee doen; het is een overschot aan levensdrift. Door op het toneel heftige rollen te spelen, hoef ik er in het normale leven niet zoveel meer mee te doen.
VI Gij zult geen onkuisheid doen.
„Al die onzin, over wat je als gelovige wel of niet mag doen, heeft alleen maar voor ellende gezorgd. Ik heb in de psychiatrie gewerkt en ik denk dat vijfenzeventig procent van de patiënten die ik tegenkwam, daar door al die krankzinnige regeltjes van de kerk terecht was gekomen. Als je die natuurlijke gevoelens onderdrukt, werk je frustratie en misbruik in de hand.
Ik geloof dat we er wat dat betreft niet op vooruitgaan. Er is een nieuw soort preutsheid ontstaan. Vroeger ging ik met vrienden naakt zwemmen in een ven, het toppunt van vrijheid. Nu is zoiets bijna verdacht - terwijl tegelijkertijd het internet "bol staat van de porno". Homoseksualiteit - de katholieke kerk weet er nog steeds geen raad mee - is door de islam opnieuw een 'zonde' geworden.
Ik was me er vroeger niet zo van bewust. Ik had vriendinnen, wilde graag trouwen en kinderen krijgen. De enige twee homo's die ik kende, waren twee kappers met bontjassen. Zo was ik niet, dus kon ik geen homo zijn. Diep van binnen wist ik wel dat ik 'anders' was, maar eigenlijk geldt dat voor heel mijn leven: ik ben nog altijd een beetje in de war. Heb jij dat nou niet? Er is altijd chaos in mijn kop. Onrust. Geen balans. Het gaat steeds maar alle kanten op. De buitenkant is redelijk gestroomlijnd, maatschappelijk gezien doe ik het niet slecht, maar ergens binnenin zit nog altijd een onbestemd gevoel. Ik vrees dat ik daar nooit van af zal komen.
VII Gij zult niet stelen.
„Toen ik als student mijn moeder een keer vertelde dat ik bij de verzekering had opgegeven dat mijn bagage zogenaamd tijdens een vakantie in Brazilië was gestolen - waardoor ik, met de uitkering, het ticket had terug verdiend - werd ze razend. 'Dit is het begin van het einde!', riep ze. Terwijl ik alleen maar dacht dat ik een handige oplossing voor mijn geldzorgen had bedacht. We worden door die maatschappijen toch ook voortdurend bestolen? Ja, zo denk ik er eigenlijk nog steeds over. Inmiddels hoef ik niet meer te stelen, maar als het nodig is, zal ik het zo weer doen. Ik zou het jonge mensen met kleine inkomens in ieder geval niet kwalijk nemen. Het zijn fases. Volgens mij gaat het helemaal niet van kwaad naar erger; ik heb er vertrouwen in dat een innerlijk kompas de meeste mensen bij de afgrond weghoudt.
VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen.
„Ik durf in het theater veel waarachtiger, veel eerlijker, te zijn dan daarbuiten. Het is een beschermde omgeving; mensen komen om naar ons te kijken en te luisteren. Dat is de afspraak. Niemand zal ineens gaan roepen: 'Wat sta jij daar eigenlijk te ouwehoeren?' Ik durf ook persoonlijker op het toneel te zijn omdat ik zeker weet dat ik gevoelens vertolk die veel mensen in het publiek ook kennen. Die wisselwerking is heerlijk. Het klinkt misschien raar, maar ik heb vaak echt het gevoel dat ze van me houden.
Natuurlijk, ik sta daar ook uit ijdelheid. Het is vervelend om toe te moeten geven, maar ik wil gezien, ik wil gehoord worden. Waarom? Ja, wellicht vanuit een tekort, daar heb ik op die manier nog niet over nagedacht. Soms doe ik heel badinerend over mensen die er alles voor over hebben om op tv te komen, maar dan hoor ik mezelf lullen. Ik heb het via een kwaliteitsweg voor elkaar gekregen, maar het is in principe hetzelfde verlangen.
Op televisie komen heeft op een of andere manier voor veel mensen nog altijd een betoverende werking. Laatst moest ik voor de 'Gooise Vrouwen'-film trouwen (de film gaat in maart 2011 in première, AV) en ik had mijn broers en mijn schoonzussen als bruiloftsgasten uitgenodigd. Mijn halve familie op de set! Ze vonden het prachtig. Mijn neef hield er niet over op: dat zijn oom daar stond, naast Linda de Mol en Tjitske Reidinga van de televisie! Dat ik iemand in díe wereld ben geworden!
Ik zag al ver voordat ik een zogenaamd gerespecteerd acteur werd, hoe betrekkelijk die bekendheid is, maar zo is het begonnen: toen ik als kind op een dag met een schok begreep dat ook ik ooit dood zou gaan, nam ik me voor iets te gaan doen waardoor ze me altijd zullen blijven herinneren.
IX Gij zult geen onkuisheid begeren.
„Ik wist al snel dat ik niet monogaam was. Dat wist ik gewoon. Niet in mijn hoofd en niet fysiek. Omdat dat kennelijk toch raar was, heb ik lang geprobeerd het wel te zijn, totdat ik dacht: wat is er eigenlijk mis mee? Waarom durf ik niet eerlijk te zijn over mijn gevoelens? Ik wil hier helemaal niet gaan propageren dat iedereen maar met elkaar moet gaan dingesen, maar ik geloof wel dat je moet proberen zicht te krijgen op wat je werkelijk voelt en verlangt. De meeste problemen in relaties gaan over vreemdgaan. Dat komt door die afspraak het nooit met een ander te zullen doen. Dat vind ik onnatuurlijk. Volgens mij is de spanning er na een aantal jaren vanaf en ontstaat er een soort broer-zus, in mijn geval broer-broer, -intimiteit. Heel aangenaam en vertrouwd, maar niet meer echt opwindend, zoals in het begin. Ik vind het ook verschrikkelijk als er in bladen wordt gesuggereerd dat je je seksleven met een of ander hulpstuk nieuw leven in kunt blazen, brrr. Ik heb aan het begin van iedere relatie gezegd dat ik niet monogaam ben - want je moet er wel eerlijk over zijn, je moet het er allebei over eens zijn dat je, op den duur, wat de seks betreft een beetje om je heen gaat kijken. Wat dat betreft, ben ik blij dat ik een homo ben. Mannen begrijpen beter dat er twee soorten seks zijn - de intieme en de spannende seks - en dat het geen persoonlijke afwijzing is als een van de twee zijn heil af en toe ergens anders zoekt.
X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort.
„Ik kan je twee verhalen vertellen. Het succesverhaal van de man die de vrijheid heeft gevonden om dingen te doen die hij leuk vindt - en daar nog waardering voor krijgt ook - of het dramatische verhaal van de verwarde man die nog altijd ergens op een vlotje ronddobbert. Ze zijn allebei waar. Het is nooit een van die twee. Volgens mij ben ik een succesvolle loser. Ik ben namelijk niet honderd procent succesvol. Ik ben een dikke vijftiger die nog steeds niet in balans is. Ik eet te veel, ik doe te veel, ik wil te veel. Alles te veel.
Ik ben een slaaf van mijn eigen driften en dat vind ik een grote belasting in mijn leven. Ik zie die patronen wel, maar dat wil nog niet zeggen dat ik ze kan veranderen. Althans: een heel klein beetje, misschien. Nee, ik ben niet jaloers op mensen die wél in balans zijn. Ik ben juist blij voor hen, dat ze zover gekomen zijn, want dan zit het er voor mij misschien ook nog in. Snap je? Of ben ik nou te edel?"
Voor eerdere afleveringen van de tien geboden: www.trouw.nl/tiengeboden
|