| |
|
| |
|
| mugmetdegoudentand actueel | projecten | werkwijze | mugweb | te koop | reacties | contact |
![]() 15 mei 2004 |
Herboren elan in SMCSdoor Jhim Lamoree Amsterdam - Het Stedelijk Museum Centraal Station (SMCS) gaat morgen open voor het publiek. Het museum geeft een visitekaartje af met de tekst: herboren elan. Een verademing. De speeltuin van het Stedelijk Museum op twee verdiepingen van het oude postgebouw bij het station is een geslaagd experiment. SMCS, zoals het onderkomen van het museum heet zolang de nieuwbouw van het hoofdgebouw aan de Paulus Potterstraat duurt, begint met een schone lei zonder de geschiedenis van het museum uit het oog te verliezen. "We gaan niet omzien in wrok," formuleert Hans van Beers, directeur a.i., de nieuwe slagzin. Het goede van het Stedelijk is behouden (de collectie) en het grote mankement (de actualiteit) is vermeden. SMCS opent met drie tentoonstellingen, twee presentaties van de collectie en een signalement van een actuele ontwikkeling. Naar vooral dat laatste heeft iedereen uitgekeken. 20/20 Vision (heldere blik) luidt de zelfbewuste titel van de tentoonstelling, die dient als visitekaartje van het herboren elan. De tentoonstelling met werk van acht kunstenaars begint met een klapper: de installatie Once Upon a Time (Er was eens) van Steve McQueen (Londen, 1969). Je stapt in een pikdonkere tijdmachine, gevuld met onverstaanbare zinnen van hallucinerende mensen en je kijkt naar een diapresentatie van foto's die NASA in 1977 met Voyager II de ruimte in schoot. Mogelijke buitenaardse wezens konden zich zo een beeld vormen van het leven op aarde! Het bijna encyclopedische beeld dat uit deze serie oprijst, schetst het ideaal van vreedzame en verdraagzame mensen. NASA zal het ongetwijfeld bloedserieus hebben bedoeld, vijfentwintig jaar later komt de serie onvoorstelbaar naief over. Hoe zouden wij dat nu aanpakken? Once Upon a Time zet de toon. Het kan geen toeval zijn dat de tentoonstelling vooral existentiele vragen stelt en daardoor tevens fungeert als metafoor voor de situatie waarin het museum zich bevindt. Wie zijn wij? Waar komen we vandaan? Waar laten we ons door leiden? Wat stellen religies, ideologieen, esthetische systemen nog voor? Marc Bijl (Leerdam, 1973) schopt fris tegen nationalisme en fundamentalisme volgens de anarchistische esthetiek van de punkbeweging. Uit de luidsprekers van zijn geluidssculptuur galmt een kakofonie van citaten van onder anderen Kennedy, Stalin, Churchill, Hitler en Bin Laden. De wisselwerking van verleden en heden, ook in esthetisch opzicht, is een ander aspect van 20/20 Vision dat aansluit bij het hoge retrogehalte van deze tijd. Germaine Kruip (Castricum, 1970) geeft letterlijk een draai aan de universele aanspraken van de minimal art. De fotograaf Torbjørn Rødland (Noorwegen, 1970) jongleert intelligent met fotografische cliches. De tentoonstelling eindigt veelzeggend met een video van een stoelendans, gemaakt door Francis Alys (Antwerpen, 1959). In het laatste beeld wipt iemand de laatste persoon van de laatste stoel. Nu de laatste directeur van het Stedelijk is opgestapt, kan het museum opnieuw beginnen. Voor 20/20 Vision hoeft men zich niet te schamen. De collectie en daarmee de geschiedenis van het museum komt aan bod in de twee andere tentoonstellingen. Spectaculair theatraal vormgegeven is Kramer vs. Rietveld, een presentatie van de meubelcollectie naar aanleiding van de publicatie van de bestandscatalogus. Dat werd tijd en ga zo door! De klassieke presentatie van enkele toppers uit alle deelcollecties van het museum mag er ook zijn, al doet ze je hevig verlangen naar schitterende zalen aan de Paulus Potterstraat. Dat gebouw moet nog worden opgeknapt en uitgebreid! Nu de staf van het museum heeft laten zien waartoe hij nog steeds in staat is, zijn de bestuurders weer aan zet. Er moet nog een gat van tweeentwintig miljoen euro voor de nieuwbouw worden gevuld en een nieuwe directeur, is nog niet gevonden. Benieuwd of ze daar deze zomer uitkomen, veel meer tijd is er niet. Makkelijk zal dat niet zijn; veel kunstverzamelaars, die naar een financiele bijdrage is gevraagd, morren. Zij willen graag een plan zien en een naam horen. Alleen de blauwe ogen van Rijkman Groenink, bankier en voorzitter van het Stedelijk bestuur, doet hen niet in de buidel tasten. |
|
|
| © Jhim Lamoree, publicatie uit Het Parool van 15 mei 2004 |
|
|
|
|
|
![]() 15 mei 2004 |
|
Het Stedelijk Museum wil de komende jaren een inhoudelijk fundament leggen voor het museum van de 21ste eeuw. Als het aan hoofd Museale Zaken Leontine Coelewij ligt zal het tijdelijke SMCS de nieuwste ontwikkelingen in de beeldende kunst op de voet volgen en tegelijkertijd de eigen collectie op een prikkelende manier tonen.
Door: Kees Heuer Als hoofd Museale Zaken heeft Leontine Coelewij (1964) de laatste jaren vooral vergaderd over de uitbreiding aan de Paulus Potterstraat, die almaar niet doorging. Nu wil ze zich als conservator en projectleider tentoonstellingen weer meer met kunst gaan bezighouden. "Het TPG-gebouw van architect Piet Ellmg stamt uit 1969 De omgang met het laat-modernistische gebouw is interessant omdat we in het Stedelijk juist bezig zijn met een heroriëntatie op het modernisme. Daarom heb ik het collectief Experimental Jetset gevraagd de komende tijd onze grafische vormgeving te doen. Zij reflecteren ook op het modernisme waar ze op een heel eigentijdse manier mee omgaan.' De rode doos die aan de gevel van het TPG-gebouw is geplakt, blijkt de ingang van het SMCS te zijn. Van binnen is het een gang van staal en aluminium, waar je doorheen moet lopen om de tweede verdieping te bereiken. Het tijdelijke onderkomen van het Stedelijk neemt ook de derde etage in beslag. Overal is het provisorische karakter van de nieuwe behuizing zichtbaar In de bruine plafonds bijvoorbeeld, waar de tientallen buizen en leidingen kriskras over elkaar liggen. En aan de gapende gaten op sommige plekken waar de betonijzers nog uit steken. In de enorme foyer wijst Coelewij op een lange wand waar straks aankondigingen komen te hangen van de activiteiten van het museum. "Dat kunnen tentoonstellingen zijn, maar ook lezingen, debatten of filmvertoningen ". De vergelijking met het Van Abbemuseum ligt op de loer. In afwachting van de nieuwbouw betrok dat museum in Eindhoven in 1995 een voormalige personeelswinkel van Philips tegenover het PSV-stadion, waar gedurende zes jaar tijdelijke tentoonstellingen werden georganiseerd. Dat was ook zo'n kale hal, die juist door het ontbreken van een dwingende architecturale structuur kon uitgroeien tot de spannendste tentoonstellingsruimte van Nederland. "We gaan dat voorbeeld natuurlijk niet letterlijk navolgen," zegt Coelewij. "Maar ik hoop wel dat het gebouw een levendige plek in de stad wordt. En dat ons verblijf hier de mogelijkheid geeft te experimenteren met het gebruik van de ruimtes. Op de derde etage zijn nu wanden geplaatst, ik kan me voorstellen dat we die een keer weghalen voor een grote installatie. " Belangrijk verschil met het tijdelijke Van Abbemuseum is ook dat het SMCS meer aandacht zal hebben voor de eigen collectie. "We hebben een topcollectie en die hoort bij het Stedelijk We zijn geen kunsthal, dus met die verzameling onderscheidt het museum zich ook van andere instellingen. Er komt wel een sterker een accent op de actualiteit. We willen jonge kunstenaars en nieuwe tendensen signaleren - dat moet meer op de voorgrond treden. " Een eerste proeve komt met de tentoonstelling 20/20 Vision, met werk van onder anderen Francis Alys, Marc Bijl, Germaine Kruip, Steve McQueen en De Rijke/De Rooij. "De titel is een term uit de optica en betekent zoiets als 'helder zicht'. Het verwijst naar het nieuwe uitzicht op de stad, maar ook naar de manier waarop de deelnemende kunstenaars zich verhouden tot de visuele cultuur en de massamedia." Coelewij "We willen ook meer buiten de muren treden. Daarom gaan we ook samenwerken met andere instituten en de relatie leggen tussen beeldende kunst en het bredere gebied van de beeldcultuur. Zo is het opvallend dat videokunstenaars tegenwoordig veel naar documentaires kijken. Daarom gaan we kijken of we iets samen met het Idfa kunnen organiseren." Het Stedelijk wil vooral ook relaties leggen tussen stukken uit de collectie en tendensen in de hedendaagse kunst. Coelewij wil bijvoorbeeld de video's en vroege kunstenaarsfilms uit de verzameling meer onder de aandacht brengen. Zo is nu een videowerk uit 1975 opgesteld van Ant Farm, een collectief uit San Francisco. In de video rijden twee waaghalzen met een auto door een brandende muur van televisies Coelewij. "Deze video is voor mij een voorloper voor veel hedendaagse kunst. De leden van Ant Farm stonden kritisch ten opzichte van de massacultuur, werkten met mobiele architectuur en deden van alles met auto's. Volgens mij gaan ze herontdekt worden ." SMCS, Oosterdokskade 3-5 Dagelijks 10 00-18 00 uur, donderdag 10 00-21 00 uur |
|
|
| © Kees Heuer, publicatie uit Het Parool van 15 mei 2004 |
| Lees hier het artikel over de opening van het SMCS uit de Volkskrant van 15 mei 2004. |
|
|
|
|
|