| |
|
| |
|
| mugmetdegoudentand actueel | projecten | werkwijze | mugweb | te koop | reacties | contact |
![]() 28 september 2002 |
'Alles in het jargon van Annie M.G.'Door: Ingrid Harms Scenarioschrijver Frank Houtappels schreef voor 'Hertenkamp', Willem- Alexander en Máxima en 'All Stars'. Maar zijn voorlopig hoogtepunt is 'Ja Zuster, Nee Zuster', de film. 'We beslisten: niets moderniseren, niets vertalen naar nu.' Mijn laatste toneelrol was in De Hollandsche Revue van Rieks Swarte, twee jaar geleden,' zegt Frank Houtappels en kijkt gemeend sip. `Sindsdien ben ik niet meer gevraagd. Een beetje tragisch, hè, zo'n jong einde?' Maar als schrijver voor televisie (Hertenkamp, All Stars, Klokhuis) en toneel heeft Houtappels (1968), als acteur opgeleid aan de Amsterdamse Toneelschool, het drukker dan ooit. In februari gaat zijn nieuwe stuk De Potvis in première. En nu is er Ja Zuster, Nee Zuster, de film. Samen met regisseur Pieter Kramer ging Houtappels door het oude materiaal en zette zich aan zijn eerste speelfilmscenario. Op een mooie zondagavond begin september werd de film, in een besloten voorstelling, getoond aan cast, crew, familie en vrienden. In het Rotterdamse 'oude' Luxortheater was het, naar verluidt, één groot feest van trots en tevredenheid. Ben je zelf ook tevreden? Stralend: 'Heel blij ben ik. Maar dat was ik al vanaf het begin, tijdens het maken. Sinds ik, drie jaar geleden, betrokken raakte bij de theatervoorstelling Ja Zuster, Nee Zuster van het Ro theater. Het is een sensatie om vanuit zo'n enorme bak materiaal te werken. Het beroemde Koffertje (met teksten en cd's IH) was natuurlijk meesterlijk. Daar ben ik samensteller Frits Visser zeer dankbaar voor. En ik kreeg de beschikking over de originele televisiedraaiboeken, gestencild en compleet. In twee dagen tijd hadden Pieter en ik rond hoe het moest. We beslisten: niets moderniseren, niets vertalen naar nu. Zoveel mogelijk in het jargon van Annie M.G. blijven. Iemand die niet beter weet moet denken dat het van Annie is. Dat lukte. Eerst in het theater, nu met de film. En dat is een kick.' De film is, hoe kan het anders, noch theater, noch televisie. Kramer en Houtappels maakten een musicalfilm van sprookjesachtige allure, tijdloos, geestig en roerend. Eigen en toch volstrekt trouw aan de oorsprong, als een mooi eerbetoon aan de auteur. Met ingehouden trots vertelt Houtappels hoe de legendarische schrijfster en haar werk, lang geleden alweer, zijn pad kruisten. En zij, weet hij zeker, zijn werk kende. 'Annie had mijn toneelstuk Aan het einde van de aspergetijd aan zich laten voorlezen. Mijn jongere zusje was gek op haar werk, verzamelde alles. Als cadeau kocht ik zo'n prachtige verzamelband en het leek me mooi die te laten signeren door de meesteres zelf. Ik heb Iang voor de deur gestaan, maar aanbellen? Durfde ik niet. Ooit heb ik haar wel ontmoet en de hand geschud. Na afloop van een kinderstuk dat ze geschreven had. Ook met die dikke bril zag ze niks. Ze pakte hartelijk mijn hand en zei: dag Wim. Zag me voor iemand anders aan. Toen zij net overleden was vroeg haar zoon, Flip van Duin, mij een stuk van haar af te maken. Om allerlei redenen is het daar niet van gekomen. Maar op de een of andere manier was er dus al iets, tussen ons.' Was Annie M G. een jeugdidool voor jou? 'Absoluut niet. Ik ben van 1968,volgens mij het jaar waarin de laatste afleveringen van Ja Zuster, Nee Zuster op de televisie waren. We hadden thuis wel de elpee. Als ik met iets van Annie Schmidt ben opgegroeid is het wel met De kat van Ome Willem. Dat hing me de strot uit. Te vaak gehoord. Al die krakers uit musicals kende ik wel, maar dat ze allemaal uit haar pen kwamen? Geen benul. Mijn zusje is wél groot geworden met Annie M.G. In mijn tijd was ze niet in. Natuurlijk kenden we Het fluitketeltje en Het schaap Veronica, maar het verband met die ene dame heb ik nooit gelegd. Mijn tijd stond in het teken van Wipneus en Pim, kabouteravonturen, die later ineens niet meer verantwoord gevonden werden, en Puk en Muk. Maar de schoolboekjes met verhalen van Pim, Frits en Ida, daar was ik helemaal weg van. Geschreven door niemand minder dan Godfried Bomans!' Je komt uit Weert, Noord-Limburg. Inmiddels woon en werk je al neer dan de helft van je leven in Amsterdam. Was dat wat je wilde, na de middelbare school? Houtappels, jongensachtig vastberaden: 'lk wilde naar boven de rivieren! Nu! Dat stond vast. En ging naar Amersfoort, naar de Sociaal Pedagogische Academie, in het bijzonder de Mikojel-opleiding om dramatherapeut te worden. Dat wilde ik niet echt, ik wilde gewoon, ongericht en vaag, iets met toneel. Het waren geen schouwburggangers bij ons thuis, al ging mijn moeder wel met me mee als ik niemand zo gek kreeg. Ze vond het leuk dat ik die belangstelling had. lk heb in Weert ook wel een toneelcursus gevolgd, Impromptu, bij de Stichting Vrije Uren. Prachtige namen, ik vergeet ze nooit. 's Avonds ging je dan naar zo'n culturele verzamelruimte boven het uitgestorven winkelcentrum. Ik was de enige man tussen allemaal oudere vrouwen. In mijn ogen dan, pubertje van de middelbare school, zij misschien hooguit dertig. Waar ik echt goed in was, zonder me op de borst te slaan: opstellen en gedichten. Zo nu en dan werd er een gedicht van mij in de schoolkrant geplaatst. De adjunct-directeur schreef ze dan speciaal over in zijn sierlijk handschrift. Ik herinner me dat hij eens een zin was vergeten en het rijm niet meer klopte. Pijnlijk! Dat ik, zowel op de mavo als de havo, heel goede leraren Nederlands heb gehad, is heel belangrijk voor mij geweest. Ze stimuleerden en enthousiasmeerden je enorm. Zetten je schaamteloos in het zonnetje. Voor mijn opstellen kreeg ik meestal wel een 9,5. En dan kwam het voorlezen. Deed de leraar de deur naar de gang open en lokte zachtjes collega's naar binnen: kom luisteren, Frank gaat zijn opstel voorlezen. Dat is heel goed geweest voor het zelfvertrouwen.' De Mikojel-opleiding maakte Houtappels niet af, maar van opvoedkundige werken als Nozems en Portieknimfen en Pedagogiek op je knieën, en niet in het minst de genoten lessen in groepsdynamica heeft hij nog altijd plezier in zijn huidige werk. 'Invoelen, hè? Je inleven in de ander, sámen met anderen aan iets werken,' zegt hij, quasi- mysterieus. 'Dat is ook het feest van toneelspelen, voor mij. Met elkaar knutselen, dan eindelijk het doen, het theater in, de bijna ondraaglijke spanning vooraf, of het goed gaat of niet, het contact met de zaal, alles. Dat mis ik wel, soms heel heftig. Dat schrijven is toch een eenzame bezigheid. Het was een droom,' vervolgt hij, nu zonder ironie, 'toen ik als twintigjarige op de Toneelschool kwam, als een van de tien, uitverkoren uit meer dan duizend gegadigden. Na het eindexamen wilde je toentertijd het liefst terecht zien te komen bij een van de grote gezelschappen, op een vast contract. Nou, vergeet het maar. Op school, jong en mooi, kreeg ik aanbiedingen zat, geknipt als ik was voor zonen rond de veertien, maar daarna bleef het stil. Ik heb wel leuke rollen gespeeld, ook in bijzondere producties, maar nooit de klassieken gedaan. Ik heb altijd graag Tsjechov willen spelen, toch mijn favoriet. En dan liefst Trepeljov, de jonge schrijver uit De meeuw. Maar die toekomstmuziek ligt heus ver achter me.' Vind je dat écht erg, of heb je er zo zoetjesaan vrede mee? 'Ach, zo nu en dan heb ik behoefte aan een klaagzang. Die komt iedere maand terug. Dan zeur ik wat tegen deze en gene aan en gaat het wel weer. Maar als je eenmaal de magie van het spelen hebt geproefd, denk ik, blijf je daarnaar verlangen.' Op de toneelschool bleek hij, ook tot zijn eigen verrassing, aardige dialogen te kunnen schrijven. Na het succes van Aan het einde van de aspergetijd rinkelde zijn telefoon steeds vaker met verzoeken om teksten, na het theater ook voor de televisie. Zijn kennismakingsgesprek met de makers van Hertenkamp betekende het begin van een nieuw tijdperk. 'Pieter Kramer kende ik al, schrijfster-actrice Joan Nederlof van mugmetdegoudentand, niet. De eerste reeks van zes afleveringen Hertenkamp had ik gezien. Nu wilden ze er dertig gaan maken. Of ik geschikt was als medescenarist. Het klikte meteen. Ik had wel affiniteit met soap, het refereerde ook aan Dynasty, een favoriete serie en ik wilde natuurlijk graag schrijven voor dit gezelschap heel goede acteurs. Joan en Pieter bedachten de verhalen en Joan en ik schreven ze. Dat kun je niet zo maar met iedereen, maar het ging zó goed samen, dat we niet meer wisten wat van Joan was en wat van mij. We bleken elkaar enorm te stimuleren en versterken. Met TV7 is het precies zo gegaan. Jammer dat we niet meer dan negen afleveringen konden maken, maar we werken nu wel aan twee spin-offs.' Je hebt een talent om je in andermans humor en stijl in te leven Als tekstschrijver van Loes Luca's optreden in de Arena voor Willem-Alexander en, Maxima ben je zelfs hofleverancier. 'Ik kan het beslist niet met iedereen!' corrigeert de schrijver, wegwuivend. 'Voor dat optreden in de arena zijn we vele maandagen bij elkaar gekomen, Loes Luca, Jan Eric Hulsman, de regisseur, en ik. Wat hebben we aan de hand: een huwelijk. Van een prins en een prinses. Doet dat ertoe? We hebben het klusje aangenomen dus we gaan niet kritisch doen over het Koninklijk Huis. We zijn dus vóór dit huwelijk. Wat is een leuke insteek? We doen alsof het een boerenbruiloft is. En we kunnen het over zaken al s de afwas hebben en meid, wat een gezellige jurk heb je aan, zo gewoon mogelijk. Het was veel geestelijk pingpongen en improviseren, bij Luca rond de tafel. Kiezen, schrappen, formuleren, leuker maken. Het was een ervaring, hoor, in de Arena, met al die mensen! Die Loes. Een grapje, een evidente witz, zó weten te plaatsen, dat het werkt. Dat is hogeschool. En dan het stadion te zien en horen golven van de lach; er leek maar geen einde aan te komen. Ik heb zitten glimmen, reken maar!' |
|
|
| © Ingrid Harms, Vrij Nederland, 28 september 2002 |
|
|
|
|
|
|