|
WAT ER NIET WAS ...
|
... EN WAT ER WEL WAS
|
|
Mijn onbevangenheid.
|
Verwachtingen over wat me te wachten stond.
|
|
Hun onbevangenheid en de onzekerheid of het wel iets is.
|
De teleurstelling als een lach uitblijft en de onzekerheid die daarop kan volgen. |
|
Gegrinnik van het publiek als Michiel, Marcel, Frank en Joan, als wiebelende pinguïns opkomen.
|
Een harde lach om een flauwe grap van Frank, die ik nu leuker vond dan vorige week, omdat ik wist wat ging komen. |
|
Dat wat er op toneel gebeurde toen ik er met mijn hoofd niet bij was, omdat ik zat te puzzelen op de hiernaast staande vraag.
|
De vraag of iets wat goed, slecht, noch middelmatig was, een volgend keer beter of slechter kon zijn. |
|
Het zondagmiddag gevoel.
|
Een mening. Want ondanks bovenstaande vond ik de eerste Mug Inn beter. En ik vond ook dat er nu te veel geplaybackt werd waardoor ook het gay-gehalte hoger en platter werd (playbacken associeer ik nou eenmaal met heren die van heren houden en zich in jurken met parels en veren hijsen). |
|
De verdwenen familie Kas (in de voorstelling)
|
De familie Kas (in het echte leven; ze zijn namelijk terecht) |
|
Joke Smulders (in het echte leven)
|
De verdwenen Joke Smulders (in de voorstelling) |
|
Bas Heijne in de hoofden van zijn ouders, tien minuten nadat hij als jongetje van acht (?) in het water was gevallen.
|
Mijn ontroering als Bas vertelt hoe hij als kleine jongen, hangend aan een reddingsboei in het water, door zijn ouders wordt vergeten en een beetje sterft. ‘Als je dood bent,’ zegt hij, ‘verdwijn je langzaam uit de hoofden van de mensen.’ |
|
Yolanda Entius |