Sterke vrouwen
tekst: Koen Kleijn, fotografie: Marc Deurloo


In de zesentwintig jaar van zijn bestaan is mugmetdegoudentand uitgegroeid tot een invloedrijke en succesvolle toneelgroep, met een zeer breed scala aan activiteiten, maar het is altijd een heel kleine organisatie gebleven. De naam kwam van een raadseltje dat Marcel Musters' moeder hem ooit opgaf: "Het vliegt door de lucht en het blinkt." De drie leiders. Joan Nederlof. Lineke Rijxman en Marcel Musters. schrijven, regisseren en spelen zelf. En ze werken zelf veel buiten de deur. Nederlof schreef een groot deel van Gooische Vrouwen. Musters speelde in vele tientallen films en tv-series.
Als Winq Marcel Musters (19591 spreekt ap een late vrijdagmiddag in augustus, in de oefenruimte, een verbouwde snijzaal van het oude Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, is hij net klaar met een repetitie voor Meepesaant ITilburgs voor 'en passant'!, een lunchvoorstelling met Marc-Marie Huijbregts. Huijbregts geeft een handje en neemt schielijk afscheid. Die houdt niet zo van interviews. Musters heeft er geen moeite mee. Alles voor de goede zaak, de Mug. Hij is een gretige open prater, Brabants-gemakkelijk, een tikje fors. een gezonde kop, hartelijk. Voor hem is de variatie en de uitwisseling met andere theatermakers de kern van het werk.
"De kracht van mensen die echt goed zijn, regisseurs als Johan Simons, bijvoorbeeld, is dat ze een goede bundeling van mensen kunnen maken. De goede acteurs voor de juiste stukken met de juiste dramaturgen, mensen die net óp de tijd zitten, zeg maar. Dat doen wij ook. in het klein. Wij hebben geld voor anderhalve productie per jaar. meer niet. We hebben alle drie hele andere interesses, dus we vinden het allemaal leuk dat de Mug wat breder is en heel andere dingen kan doen. Zoals nu met Marc-Marie, en eerder met Maria Goos, Hanneke Groenteman, Michiel van Erp of Frank Houtappels." Musters heeft dit jaar niet te klagen over werk. Naast van de voorstelling met Huijbregts is hij dit najaar op tv zien in Geen Probleem van Wim Helsen en Theo Maassen en eind september in de speelfilm De Bende van Oss. Hij heeft ook een grote rol in Lijn 32, een veelbelovende serie van KRO/NCRV, geregisseerd door Maarten Treurniet.
Musters: "Ik heb veel goeie dingen Ie doen. Ik krijg ontzettend veel aanbiedingen. Ik vind het leuk om te filmen, maar de meeste dingen kan ik niet doen, omdat ik al vol zit. Soms vind ik iets zó leuk. dat ik het tóch doe. maar dat betekent dan dat ik 's avonds speel, 's nachts om 2 uur thuis kom, om 6 uur word opgehaald voor een serie of een film, de hele dag werk, en dan weer de bus in naar waar ik 's avonds moet spelen. Het is zwaar, hoor. Dat is het nadeel van een kleine groep, op tournee - datje altijd een ontregeld leven hebt. Als je speelt ga je élke avond uit eten in de stad waar je speelt, en als je terugrijdt heb je nog zo veel energie dat we stoppen bij elke benzinepomp. Niet alleen om te plassen, maar ook voor de marsen en de chips. Dan lig je dus altijd met een volle maag in bed."
Je bent nu heel erg fit, volgens mij. "Ja, ik ben nu heel erg fit."
Je was toch erg dik? "Ik ben 25 kilo afgevallen."
25 kilo?! Hoe is dat gegaan? "Nou. gewoon, eigenlijk vrij makkelijk. Ik had een halfjaar vrijgenomen. Toen ben ik naar New York geweest. Ik heb gewoon
minder gegeten en gesport. Ik wilde per se niet zon crashdieet doen, met pillen en zo; ik wilde het gezond doen, en dat is gelukt. Het gaat goed."
BORSTEN EN PRUIKEN
Het nieuwe stuk is eind augustus nog lang niet af, ook al zijn de voorstellingen op voorhand al bijna uitverkocht. Op tafel in de repetitieruimte liggen pakken met speelkaarten, een bh met nepborsten, schriftjes, volgeschreven vellen papier, pakjes Marlboro (van Musters), een ongebruikte videocamera. Er staat een half dozijn vrouwenpruiken op etalagekoppen.
Zijn dit jouw borsten? "Deze zijn nog niet de goeie, we krijgen echte borsten, waar je, zeg maar, deining in krijgt. Geen siliconen, maar gewoon een ballon met water er in. Met een heel goede beugel-BH, dan krijg je wel goede deining zoals…"
Nou, goh. Hoe kwam je aan Marc-Marie Huijbregts? "Nou, eigenlijk is hij aan mij gekomen. Ik heb een voorstelling gemaakt met Maria Goos over onze Brabantse moeders. Die had Marc-Marie gezien. Toen zijn we een paar keer op het terras gaan zitten praten, op z'n Brabants - want meteen worden we dan weer Brabander - en toen bleek dat we eigenlijk hetzelfde soort leventje hadden gehad, daar in Tilburg. Dat onze families heel erg veel op elkaar leken, en elkaar ook kenden. Die gesprekken gingen meteen over onze tantes en onze moeders. Marc-Marie is een moederskindje, eigenlijk, ik had ook een heel goede band met mijn moeder. De moeder van Marc-Marie kaartte vaak met haar broer en zus. Mijn moeder had zes zussen, geloof ik, en die kaartten altijd op dinsdagmiddag. Die zussen kwamen dan al om elf uur 's ochtends. Het eerste kwartier hadden ze het over de kwaaltjes die ze allemaal hadden, en daarna gingen ze kaarten. Daar gingen ze de hele middag mee door. Dan hadden ze het over hun kinderen, over hun mannen, over de ellende, over het nieuws, de wereld en zo. Die vrouwen, die moeders en die tantes, dat waren voor ons vrouwen die heel sterk waren, wel echt huisvrouwen, maar simpele, krachtige vrouwen."
Dat spelen jullie in het Brabants? "Het gekke is: toen ik naar Amsterdam ging had ik heel veel last van mijn Brabants. Dat wilde je een beetje achter je laten en ABN praten - tenminste, bij mij was dat zo, Marc-Marie is altijd wel een echte Brabander gebleven. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik de kracht zie van zo'n dialect, en de liefde ervoor wordt steeds groter."
Wat is de kracht ervan? "Ik kan 't niet precies omschrijven, maar je kan met Brabants op een ándere manier over dingen praten dan als je ABN praat. De gesprekken vroeger bij ons thuis met die tantes, dat waren nooit echt diepzinnige gesprekken, maar ze hadden het wél over alle levensvragen. Ik denk dat mijn moeder en mijn tantes, als ze nog geleefd hadden, absoluut heel slimme dingen over de geldcrisis zouden hebben gezegd. En heel goede oplossingen hadden bedacht. Diepzinnig maar op een hele alledaagse manier. Heel direct. En heel charmant, eigenlijk."
Marc-Marie Huijbregts in een jurk, dat wordt lachen, dus? "We streven ernaar dat het een serieuze voorstelling wordt waar je ook om moet lachen, een beetje tragikomisch. Zoals het leven is, eigenlijk. Een voorstelling met verschillende lagen, die gewoon ook goed is. Het werk dat de Mug maakt, of wat Frank Houtappels en Michiel van Erp maken, dat heeft allemaal met gewone mensen te maken. Het heeft een soort simpelheid, of quasi-simpelheid. Het is nooit eenduidig. Je wilt tóch ook die andere kant laten zien. Dat is best lastig, met Marc-Marie, omdat mensen zo gewend zijn om meteen om hem te lachen."
"Ik houd ervan als acteurs ook de andere kant laten zien. Ik zou het bijvoorbeeld met leuk vinden om een held te spelen, in een film. Vind ik niks aan. Ik zou wel een held willen spelen met een duistere kant, of een duister iemand met een heldenkant, zoiets. Daar ben ik altijd naar op zoek: kan ik meer laten zien dan alleen wat er in de tekst staat? We proberen hier niet twee jongens te zijn die travestieten spelen, we proberen echt die vrouwen te zíjn - mensen die gewoon proberen het beste ervan te maken. Het leven is toch vooral: reageren op alle ellende die op je afkomt, merk ik. Hoe ouder ik word. Al die zieken en dooien en dan krijg je zelf iets en dan... Vroeger dacht ik echt dat het leven maakbaar was, en dat is nog wel zo, maar eigenlijk maar voor een heel klein gedeelte."
Hebben je ouders moeite gehad met je homoseksualiteit? "Ik heb nooit een coming-out gehad. Het ging vanzelf, eigenlijk. Mijn ouders hadden er nooit problemen mee, want de beste vriend van mijn vader was homo. Toen mijn vader mij vroeg 'En. heb je al een vriendin?' zie die vriend: 'Ja, maar eentje met een snor.' Mijn vader: 'Oh, breng 'm een keer mee, leuk'. Verder is er nooit ingewikkeld over gedaan, ook door mijn broers niet. Maar toen ik erachterkwam wat acteren was, toen dacht ik: ik moet hier weg. Ik wil toch gewoon mensen ontmoeten die ik leuk vind."
Maar dat ging niet vanzelf? "Ik wilde wel acteur worden, maar ik had nog nooit geacteerd, dat was alleen maar een idee! Ik durfde het gewoon niet. Dáár moest ik overheen. Ik heb eerst vijf jaar in de psychiatrie gewerkt. Pas op mijn 23=,c kreeg ik het echt op mijn heupen, toen moest ik het proberen, en toen ben ik godzijdank in één keer op de toneelschool aangenomen."
In Amsterdam. "Ik wilde per se naar Amsterdam. Ik had altijd een fantasie dat ik daar naartoe moest. Je denkt overigens dat die toneelschool vol zit met homo's, maar in mijn klas - in mijn jaar, op de hele school... [Hij denkt na]... ik denk dat ik in die tijd de enige homo was."
Je staat niet met de Gay Pride op een boot? "Nee. Ik vind die Gay Pride wel leuk, maar ik vind het jammer dat de kans niet wordt genomen om op die boten meer statements te maken, en dan ook goed, dus niet met alleen met ballonnetjes. Het zou wat meer waardigheid kunnen hebben. Ik heb me er nooit zo mee bemoeid, maar de laatste jaren, nu het klimaat zo verandert, word ik heel strijdbaar, merk ik. Als dingen echt worden teruggedraaid, als homo's ineens weer anders' worden, of 'minder', dan ga ik echt op de barricaden! Weigerambtenaren, bijvoorbeeld, dat vind ik bizar! Dat zoiets mogelijk is, dat vind ik écht niet kunnen!"
Toon je dat engagement ook op het toneel? "In zekere zin wel. Niet altijd. Kijk, Meepesaant is 'geëngageerd in het klein'. Je laat gewone mensen zien, gewone slimme mensen die in het leven staan. Maar een voorstelling als Verlichtinglight - die we vorig jaar hebben opgevoerd en die gaat over de historische Verlichting, maar dan vooral om ¡ets over déze tijd te kunnen zeggen - die vind ik wel geëngageerd. Wilders misbruikt de term verlichting zo vaak, die pakt er uit wat hij kan gebruiken. Hij heeft het over 'vrijheid', maar eigenlijk vind ik dat hij die vrijheid ziet als allemaal kleine gevangenisjes - want hij sluit allemaal dingen uit, en af. Ik vind het heel irritant dat tegenwoordig alles zeker moet zijn. Alles wat je zegt moet zekerheid uitstralen. Ten tijde van de Verlichting zeiden mensen vaak: je moet kunnen twijfelen. Wilders en dat soort mensen zeggen nu: 'Dit! Is! Mijn! Mening!' Maar een mening, tja. een mening is ook maar een mening, en die heb je ook maar ergens gehoord. Twijfelen is heel goed. Ook al word je er soms helemaal gek van."
"Stel je voor: wij zitten hier zes weken met z'n tweeën in deze ruimte te repeteren. Dan weet ik: straks komt die fase dat je denkt: dit wordt he-le-maal niks. dit wordt een verschrikkelijke mislukking. Je wéét datje daar doorheen komt, en je wéét datje uiteindelijk doorwerkt tot het goed wordt. Dan denk ik: god, dan ben je nou zó ervaren, dan doe je dat al 25 jaar, dan zou je toch denken: die fase kun je wel overslaan. Maar ik hoor van iedereen die met zo'n creatief proces bezig is: dat hoort erbij. Zwaar hoor."
Je gaat elk jaar een tijdje naar New York om te ontspannen, nietwaar? "Je zegt het alsof je denkt: dat kán niet! Maar ik hoef daar niks te doen. ik kan uren op een bankje zitten kijken naar die ratrace, naar die mensen. Ik word juist rustig, omdat ik denk: doen jullie het maar. Gek genoeg ontstaan bij mij veel meer ideeën als ik dáár zit, op dat bankje, dan als ik in de natuur zit. In de natuur word ik heel onrustig. In New York niet."
Dat klinkt als een gelukkig leven. "Nou, ik ben niet ongelukkig. Gelukkig vind ik zo'n moeilijke term."
Maar dit is wat je wilde, toch? Toen je wegging uit Tilburg? "Ja. Ja. Het is zelfs nog beter geworden dan wat ik wilde."
|