Lost in Hotel Paradise in de pers
 

Grandioze performance Nederlof in Lost in Hotel Paradise


Oorlog, ouder worden en andere pijnpunten als Carré-spektakel

door Hein Janssen

Lost in Hotel Paradise door Mug met de Gouden Tand
Regie: Hendrien Adams
Spel: Joan Nederlof en Marcel Musters
Toneelschuur Haarlem
Tournee t/m 27 maart


'Hoe oud ben je nou?'
'Bijna dertig.'

Actrice Joan Nederlof voert dit dialoogje met zichzelf in Lost in Hotel Paradise, de nieuwe voorstelling van theatergroep Mug met de Gouden Tand. Bijna dertig, dat betekent dat de jeugd voorbij is, de idealen nagenoeg verdwenen en de twijfels ervoor in de plaats gekomen zijn. Dertig jaar, de eerste grijze haar, dus welkom in Hotel Paradise, waar de zoektocht naar de zin van het bestaan kan beginnen.

Joan Nederlof, Marcel Musters en de jonge regisseur Hendrien Adams maakten van die zoektocht een enerverende collage. De openingsscène is meteen al raak. Nederlof en Musters dansen in hun mooie zwarte kleding een wals, een tango en een klassieke pas-de-deux, maar niet zoals het hoort. Alsof het maar geen feest wil worden. Hun gezichten staan op ernstig.

'We hebben de plekken verlaten waar het leven zwaar was, want we hebben warmte nodig,' zegt Joan onder het dansen door. Terwijl die dans steeds grilliger wordt, smijt zij verbeten dat soort teksten de zaal in. 'We zijn kamp, we weten alles al, dus moeten we weer van onszelf gaan houden.' De EO? New Age? Nee, Mug met de Gouden Tand is behalve bij zichzelf ook te rade gegaan bij Christa Wolf (Kassandra), Francis Fukuyama en Nietzche. Vooral Fukuyama lijkt een inspiratiebron. Nu de ideologieën opgelost zijn, houdt de geschiedenis op te bestaan. Een mooi moment om even terug te kijken, vooral als je bijna dertig bent.

Na dat betekenisvolle begin stort Joan Nederlof zich vol overgave op het hart van de voorstelling: de Trojaanse oorlog, maar dan opgevoerd als groot Carré-spektakel. Alle zorgen en pijn gaan voor even aan de kant voor het verhaal van de eerste mens. Zelf speelt ze Kassandra ('een denkertje, een ambitieus tiepje'), en in een conference die ze vlijmscherp en rechtstreeks tot haar publiek richt tovert ze de hele cast bij elkaar: André Hazes als Agamemnon, Gordon als Achilles, Liesbeth List als Helena en verder ook Willeke Alberti, Ben Cramer, Danny de Munk, noem ze maar op, de sterren van Een Lach & Een Traan. De oorlog als amusement, maar wel een oorlog waarvan men tenminste wist waarom hij gevoerd werd.

Nederlof bouwt die scène in haar eentje uit tot een grandioze performance, waarin ze af en toe gas terug neemt voor een bespiegeling. 'Ach ja, ik leef slechts voorlopig, ik laat de werkelijkheid voorbij gaan.' Na de gekte van Carré, trekt ze zich terug in een grot, net als destijds Kassandra om daar tussen de zelf verbouwde groente tot afstand te komen, afstand tussen haar en de oorlog, tussen haar en de dood. Onverschilligheid, jezelf afsluiten, is dat dan de oplossing? Nee, dat ook weer niet, dus aan het slot galoppeert Nederlof als een amazone van de Spaanse rijschool uitputtend over het podium. Totdat ze hijgend neervalt op de grote spiegel die op de grond ligt en ze zichzelf letterlijk tegenkomt. 'Geloof je nog ergens in? Nee, niet nadenken meer over de oude vragen van goed en kwaad.' Marcel Musters staat haar voortdurend bij, draait muziek en zingt Sinatra's 'My Way'. Een onstellend cliché, maar het werkt.

De finale is voor Lou Reeds 'Magic and Loss', passende muziek voor deze bijzonder epiloog. 'Ze zeggen dat je alles moet kunnen en dat wil je ook, maar het lukt niet altijd. Na dit vuur komt er weer een nieuw vuur.' Verlegen zwaaiend drentelen de twee spelers het podium af. Niet verslagen, maar wel in de war.

Lost in Hotel Paradise is een prachtige voorstelling, explosief haast en in die zin nogal anders dan de vorige, introverte en literaire produkties van de Mug. Hendrien Adams die dit allemaal bij elkaar geregisseerd heeft, moet wel een groot talent zijn. En Joan Nederlof is de ster van de avond, een cabaretière die tegen wil en dank haar kunstjes moet vertonen.

Wat een lef! Wat een mooie actrice!

 

Lost in Hotel Paradise in de pers
 

27 februari 1993

De dolle vrijheid van actrice Joan Nederlof


door Gerben Hellinga


Volgens een recent onderzoek leven veel acteurs op een sociaal minimum. Wie voor het toneel kiest, moet wel gemotiveerd zijn. Rijk kun je er niet van worden, op de enkeling na die zich overgeeft aan de commercie. Maar dan ben je niet meer met toneelspelen bezig, moet je spelletjes en televisiequizzen doen, bekend Nederlandertje spelen. En daarvoor ga je niet aan het toneel dat een vluchtplaats is voor jonge mensen die hopen te ontsnappen aan de voorspelbaarheid van een leven in de consumptiemaatschappij. Vier toneelacademies en ook andere opleidingen zorgen voor een gestage instroom. De concurrentie is groot, al vinden velen werk in het florerende kindertoneel en is de televisie uitgegroeid tot een industrie die steeds weer nieuwe gezichten nodig heeft. Maar bij de gesubsidieerde gezelschappen, daar waar het in het toneel eigenlijk om draait, is maar beperkt plaats. Dus moeten jonge acteurs zelf initiatieven ontplooien. Daardoor ontstaan er voortdurend nieuwe combinaties en formaties op zoek naar een eigen toneelvorm. Uit die onderbouw rijzen talenten omhoog die dan weer doorstoten naar een volgend circuit.

Populistische politici en geborneerde journalisten twijfelen nogal eens aan het bestaansrecht van wat vaak grensverleggend toneel wordt genoemd, omdat dit te elitair zou zijn; maar als morgen de toneelsubsidies in hun totaliteit opgeheven zouden worden en het marktprincipe rigoureus ingevoerd zou worden, zou dat zogenaamde grensverleggende, elitaire toneel alleen maar toenemen. Want het is in feite toneel dat gemaakt wordt met weinig, heel weinig of geen geld. Daarom moeten de makers wel op zoek gaan naar eigen opvoerings- en produktiemethoden. Toneel dat zich afzet tegen het schouwburgtoneel, of dat nou gesubsidieerd of commercieel is, zal er altijd zijn. Het toneel en in het verlengde daarvan de televisie en zelfs de film kunnen niet meer zonder, want die onderstroom is al lang de broedplaats geworden waarin nieuwe talenten zich kunnen ontplooien.

Voor het eerst zag ik Joan Nederlof in de rol van Varvara in Zomergasten van Gorki, geregisseerd door Guy Joosten bij Het Zuidelijk Toneel. Dat was een mooie, 'traditionele' voorstelling waarin zij een sterke rol speelde van de vrouw die op haar echtgenoot is uitgekeken, maar hardnekkig haar best doet om dit niet toe te geven. Vervolgens zag ik haar terug in de voorstellingen van De Mug met de Gouden tand waarin zij een groot aandeel had, maar niet domineerde. Daarin toonde zij een andere kant van haar talent. Joan Nederlof is een veelzijdige toneelpersoonlijkheid. Ze danst en zingt, imiteert en persifleert. Ze is frêle, maar met een stem als een klok, energiek, komisch en ongegeneerd sarcastisch. In de voorstellingen van De Mug met de Gouden Tand werd op basis van verzamelde teksten op een associative wijze toneel gemaakt. Inhoudelijk ging het om een plaatsbepaling in de hedendaagse wereld. Je zou kunnen zeggen dat De Mug voorop liep in het zoeken naar een politieke identiteit. Dat leidde tot voorstellingen die integer waren, maar topzwaar in hun hang het leven te doorgronden. Wie die voorstellingen heeft gevolgd, voelde wel aankomen dat er een keer een voorstelling zou komen waar Joan Nederlof centraal staat. Lost in Hotel Paradise is in feite een monoloog waarin Nederlof geassisteerd wordt door Marcel Musters die voornamelijk bescheiden in de achtergrond klaar staat om te zorgen dat de boel niet in de soep loopt. Want Nederlof laat zich in haar monoloog gaan, in de goede zin des woords.

Het programma opent met een amusant ballet, maar komt daarna aarzelend op gang. Je begrijpt niet waar het naar toe gaat, tot het plotseling in de juiste groef schiet en dan ontstaat er iets fascinerends. Nederlof vertelt het verhaal van de Trojaanse Oorlog. Ze situeert de handeling op het toneel van Carré en haalt de personages uit de stal van Van den Ende. Dat leidt tot een krankzinnig en virtuoos cabaretnummer. Nederlof heeft Freek de Jonge verwerkt. Wat ze doet is geen imitatie, ze is zelfs niet door hem beïnvloed. Ze heeft de Jonge als het ware verteerd en weer afgescheiden. Het nummer waar ze mee komt is van haarzelf, maar staat in de traditie van het verhaal in het verhaal in het verhaal. Op een bepaalde manier is ze misschien zelfs sterker dan Freek, ze kan meer als danser, zanger en toneelspeler; in haar sarcasme evenaart ze hem en ze is geen moralist, dat maakt haar van dit moment. Ze is ook geen cabaretière, maar een actrice in wie, net als in Freek, een clown schuilgaat. Deze clown, die gewoonlijk door de actrice in beheersing wordt gehouden, krijgt in die monoloog de volle vrijheid. 'Een zoektocht naar de breekbaarheid van het bestaan,' fluisterde het programma. Ik zag er meer een uiting in van diepe minachting voor het banale in onze cultuur, gepaard aan het vermogen dat banale in een parodie zelfs te overtreffen. Mooi is ook de scène waarin zij als een hogeschoolruiter langs galoppeert. Maar dat wordt dan weer onderbroken door teksten waarvan de betekenis mij ontging. Ze eindigt weer als actrice, met lange stiltes en betekenisvolle pauzes, spelend met klei in een teil. Ongetwijfeld is het allemaal allegorisch en wordt er verwezen naar andere voorstellingen en andere bronnen. Mij ontgaat dat, maar het kan me niet schelen als ik maar overtuigd wordt door wat ik te zien krijg.

Deze voorstelling stáát en dat verhaal over Troje is van grote klasse.

 

Lost in Hotel Paradise in de pers
 

Zoveelste klacht over verloren idealen


Door Anneriek de Jong

Voorstelling: Lost in Hotel Paradise door Mug met de Gouden Tand
Regie: Hendrien Adams
Spel: Joan Nederlof en Marcel Musters
Toneelbeeld: Hans Klasema
Gezien: 20/2 Toneelschuur, Haarlem
Tournee t/m 27/3 (25/2 en 26/2 in De Lantaren, Rotterdam, en 17/3 t/m 27/3 in De Brakke Grond, Amsterdam)

"Dat wil ik dus niet, dat jullie zo nors naar mij zitten te staren."
Actrice Joan Nederlof kijkt het publiek op de tribune getergd aan. Ze ziet er breekbaar uit, bleek en ongeschminkt, met blonde manen die tot aan haar dunne taille reiken. "Ik bedoel ook u, mevrouw!" bijt zij een geschrokken dame toe. Anderhalf uur lang poseert de dertigjarige Nederlof als een prikkelbare kunstenares, die er als het ware toe gedwongen wordt haar talent aan stompzinnig amusement te verspillen. In die rol van tegenstribbelende entertainer trekt zij van leer tegen de vermaaksindustrie, die zelfs munt slaat uit zoiets walgelijks als de oorlog in het voormalige Joegoslavië.

De hoofdmoot van Lost in Hotel Paradise bestaat uit een conference waarin Nederlof uitlegt hoe je van Homerus' Ilias, het epos over de ondergang van Troje, een spetterende musical kunt maken. Volgens de actrice is dat heel eenvoudig: je huurt wat mooie jongens van een fitnessclub voor de soldatenrollen en je laat Ben Cramer, in de rol van de Griekse opperbevelhebber Agamemnon, voortdurend 'Hij was maar een clown' zingen. De klapper is André Hazes, die als de toornige held Achilles onder het zingen van 'Een beetje verliefd' de Trojaanse koningsdochter Polyxena zal overweldigen. Dat de Griekse belegeraars in deze parabel voor de Servische aggressors staan en de onteerde dochters van Troje voor de verkrachte moslim-vrouwen in Bosnië, kan een kind begrijpen.

Nederlof ontwikkelt zich steeds meer tot een rasechte cabaretière, compleet met de bijbehorende verontwaardiging. Het valt mij alleen tegen dat deze actrice, die altijd zo hoog van de toren blaast over de noodzaak tot persoonlijke stellingname, haar statements voor een groot deel uit pretentieuze literaire teksten haalt in plaats van ze zelf te formuleren. En nog iets: waar blijft de inbreng van Marcel Musters? In deze voorstelling fungeert hij slechts als aangever. Pas wanneer Joan uitgeteld op de grond ligt doet hij schuchter een stapje naar voren om dan, klungelig naar de tekst zoekend, een lied van Elvis Presley te verknallen. Het lijkt wel of Nederlof, die zich hevig door Christa Wolfs roman Kassandra liet inspireren, haar partner zo lang mogelijk op non-actief zet, als straf voor het simpele feit dat hij een man is. Christa Wolf zegt immers dat het altijd de mannen zijn die oorlogen beginnen, die moorden en verkrachten en de waarschuwingen van vrouwen als Kassandra in de wind slaan.

Nederlof, die naast diverse andere rollen ook die van Kassandra speelt, neemt geen enkele rol echt serieus. Het meest hilarische is wel de scène waarin zij, slechts gekleed in hemd en onderbroek, in een plastic teil zit te knoeien met water, stro en klei. "Ik zit hier dus in een grot te boetseren", licht zij welwillend toe, daarbij doelend op de vrouwen die bij Wolf idyllisch samenleven in een commune op het platteland. Bemodderd stapt ze de teil weer uit. Ze moet nu de onbespoten groenten water geven, zegt ze. Zo maakt zij ook het enige utopische moment uit Wolfs roman belachelijk. Is het dan toch waar dat de jongere generatie theatermakers geen utopie meer heeft?

Lost in Hotel Paradise is niet meer dan de zoveelste klaagzang over het verlies van idealen. Het enige dat dit verlies enigszins compenseert is Joan Nederlofs tomeloze energie, die haar door de piste jaagt als was ze een schichtig en o zo ijdel circuspaard.

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder Lost in Hotel Paradise