De poëzie van de breikous
door Minke Muilwijk
Gebeurtenis: Mug met de gouden tand speelt In de lucht
Spel: Marjan Luif en Marcel Musters
Begeleiding: Don Duyns
Techniek: Dirk Kuiper
Gezien: 11 februari in het Grand Theatre, Groningen
Publiek: uitverkocht
Bijzonderheid: ook vanavond
Moeder Pia en zoon Roy definitief tot elkaar veroordeeld. Dat was plat gezegd ongeveer de uitkomst van In de lucht, het laatste deel van de Blanchard-trilogie van het Amsterdamse toneelgezelschap Mug met de gouden tand. Plat gezegd, omdat er heel wat gaande was tussen moeder en zoon Blanchard, terwijl er feitelijk zogezegd niets gebeurde. In de lucht had alle kenmerken van het docudrama, met toetsen van real life soap; en, om het toch ergens mee te vergelijken, eigenlijk had het nog het meeste weg van Jiskefet. Het begon al omineus met de televisiedocumentaire, waarin Pia zich van de maatschappelijk werker moet voorstellen dat ze met een gouden schaar de koorden die haar met Roy verbinden gaat doorknippen. Maar niet allemaal. Daar had je het: de moeder en haar volwassen zoon zitten aan elkaar vast, of ze dat nou willen of niet.
Het gegeven was op zichzelf niet zo bijzonder, maar de uitwerking ervan was zo fraai van ijle sfeertekening, dat het ombeurten komisch, ontroerend, meewarig, schaterachtig flauw en stil-treurig was. Prachtig om te beginnen was al de manier waarop Marjan Luif en Marcel Musters hun publiek binnenvoerden in de intimiteit van hun licht oedipale moeder-zoon relatie: die schutterig gezongen duetten hadden alle kenmerken van een taal, zoals twee geliefden, die onderling spreken. Volgens de absurditeiten die eigenlijk bij nader inzien zo absurd niet waren; de moeder die haar zoon verwijt dat ze heeft gedroomd dat hij in zee verdronk, en die vervolgens dood gaat liggen om voor zichzelf de bevestiging te krijgen hoezeer haar zoon niet zonder haar kan.
Dat was net zo raar en tegelijkertijd alledaags als de trage dromerijen - moeder op de slonzige slaapbank en zoon met zijn domme kop op de leuning - over de ongezelligheid van het tussen de haaien zwemmen en de niet-discriminerende eigenschappen van het zwembad. De inertie, de machtsspelletjes, het zingen en zelfs het praten met moeders Furbie, het telde allemaal op tot de wederzijdse afhankelijkheidsverklaring die niet werd uitgesproken. Want dromen over vliegen, dat doe je het beste wanneer je je er geen rekenschap van geeft dat je je aan elkaar en aan de slaapbank hebt vastgeketend.
We kregen het te zien in al zijn alledaagse eenvoud. In de lucht gaf het broze mensenbestaan zonder meer, en met alle geaarzel, gestotter, schutterig gezang en uitweidingen in het niets werd dat poëzie, ook al was het de poëzie van de breikous. |