vrij_nederland
6 januari 2004

Ingewandenrestaurant

Door: H.M. van Den Brink

Het ligt voor de hand dat het leven sneller gaat wanneer je ouder wordt, maar persoonlijk krijg ik er ook steeds meer honger van. Als kind lustte ik bijna niets. Nu eet ik alles, nu wil ik niets meer missen. Zo kwam het dat ik vorige maand in Madrid een bezoek bracht aan het ingewandenrestaurant. Het knipsel uit El País was van 1993 en had sindsdien op onduidelijke stapeltjes gelegen, het had door laden en kasten gezworven en een tijd in een map doorgebracht, het was ook vrij lang zoek geweest maar bleek, eenmaal teruggevonden, precies te vertellen wat ik me herinnerde: er bestaat, niet ver van het station Atocha, een klein restaurant met groezelige muren dat uitsluitend slachtafval serveert. Maag en darmen, klieren en uiers, niet in olijfolie gefrituurd maar in het eigen vet. Het is het laatste in zijn soort. Vijftig jaar geleden waren er nog tientallen van zulke penserijen, waar mensen die wisten wat honger was voor een kwartje hun buik konden vullen. Nu is er allang geen honger meer en ook in Spanje doen ze aan de lijn. Toch bleek het restaurant nog te bestaan. Achter de voordeur was een open keuken waar in twee enorme pannen het blanke vet pruttelde en over de tegelwanden in de eetzaal lag inderdaad een waas. De andere bezoekers waren oude mensen met bontmantels en permanenten of in pakken met wilde dassen, die achter grote schalen met een berg bruin spul hadden plaatsgenomen. De bediening was nors. Een enkel echtpaar at zelfs ronduit grimmig. De wijn kostte drie euro per liter. Gevarieerde ingewanden met sla: vijf. Soms zie je aan een stuk vlees nog wel dat het een stuk geweest is van een dier, bijvoorbeeld wanneer er een bot aan zit. Maar wat op mijn schaal was neergemikt, dat bleken geen onderdelen, dat waren functies, dingen met zachte raderranden, tubes en slangen, geen carrosserie maar mechaniek. Gesloopt levend wezen dat zich soms moeizaam liet vermalen. Maar ik eet altijd mijn bordje leeg.

De nieuwste aflevering van Re-Magazine, het leukste tijdschrift van Europa, is helemaal gewijd aan eten. Niet aan gastronomie, al speelt die onvermijdelijk een rol, maar aan dat wat voedsel met je lichaam en met het idee van je lichaam doet. Net als in het vorige nummer heeft het blad een hoofdpersoon: 'Marcel, een 44 jaar oude vertegenwoordiger uit Wavrin, een klein dorp in de buurt van Lille.' Ik zet de gegevens tussen aanhalingstekens want Marcel is een verzonnen karakter, gebaseerd op echte verhalen en gespeeld door Marcel Musters, acteur van De Mug met de Gouden Tand. 'Marcel' en Marcel wegen beiden meer dan honderd kilo, dat is te zien in fotoreportages van onder anderen Viviane Sassen, Inez van Lamsweerde en Anuschka Blommers. Hij heeft jaren geprobeerd om af te vallen met de hulp van alle mogelijke diëten, maar wanneer hij in de spiegel kijkt, ziet hij toch een ander dan de drieëntwintigjarige atleet die hij in het diepst van zijn gedachten nog altijd is. Ook dat geloof ik graag van allebei. 'Een jaar geleden nam hij de radicale beslissing om geen slachtoffer meer te zijn van alle tegenstrijdigheden omtrent eten, maar ze te omarmen. Nu gebruikt Marcel zijn lichaam als een arena waarin hij de confrontatie met die tegenstrijdigheden ensceneert. Hij wil het allemaal.'

Tot zover de inleiding. De rest van het blad bestaat uit die confrontatie, in drie monologen die Proeven, Eten en Kotsen zijn genoemd en gelardeerd worden met recepten en wetenswaardigheden. En met die foto's dus, van een zowel aantrekkelijke als etende als derhalve tamelijk mollige man. 'Eten' volgt het proces van het zien van een stuk koe tot het produceren van mensenpoep alsof het een rit over een achtbaan is. In 'Kotsen' worden aangename en riskante experimenten uitgevoerd zoals het innemen van een overdosis zout en het doorslikken van hele aardappels. Ook de volgende tip vond ik behartenswaardig. Gebruik zoveel mogelijk diëten tegelijkertijd, bijvoorbeeld 's ochtends Dr. Atkins, zonder koolhydraten, dan wat brooddieet, Montignac bij de lunch, Fit voor Life 's avonds en wat SlimFast-repen tussendoor. 'Of gewone repen. Je raakt snel het spoor bijster. De ene hap die je neemt is ultra-gezond; de volgende van het zelfde bord puur vergif.' Zo is het. De monologen zijn fascinerende literatuur, volgens het principe dat De Mug (op toneel en televisie) en Re-Magazine (op papier) vaker hanteren: ze werken van buiten naar binnen toe, van beeld naar woord, van mond naar maag. Of, zoals 'Marcel' het uitdrukt: 'Ik heb meer belangstelling voor de ervaringen van mijn zintuigen dan voor psychologische achtergronden.' Dat is een uitstekend uitgangspunt. Van mij mogen de achtergronden altijd op de achtergrond blijven als er een fysieke sensatie tegenover staat. Goed dus dat Marcel Musters vanaf eind deze maand de monologen ook in het theater speelt, onder de titel FOOD COMA. Een maaltijd is de ultieme cross-over. Maar het zou toch ook interessant zijn om te achterhalen waarom er juist in deze jaren zo ongelooflijk veel, en vooral zo ongelooflijk oppervlakkig, over culinaire zaken aan de ene kant en over dunne lichamen anderzijds geschreven wordt, maar vrijwel nooit als confrontatie. Kiosken en boekhandels zijn bulimisch van de kookboeken en restaurantgidsen aan de ene wand, terwijl de dieetadviezen uit de kast ertegenover puilen. Er zou meer tussen moeten over genieten en doodgaan. Over leven zonder win-winsituaties. Om uit de overvloed de honger te verklaren.

Of het nu de wijn geweest is of het waas, de smaak van de ingewanden of de manier waarop ze kleefden aan mijn kaken, daar kom ik niet meer achter. Maar al terwijl ik in de koele buitenlucht door de arbeiderswijk liep waar het ingewandenrestaurant was gevestigd, begon er iets, of misschien wel iemand, aan een poging om wraak te nemen in mijn maag. Het was niet aangenaam. De volgende dag bracht ik voornamelijk in bed door, op mijn hotelkamer. Toch zou ik het zo weer doen, dat bord leeg eten. Liever ziek dan beroofd van de ervaring.

 

© H.M. van Den Brink 2004, Weekbladpers Tijdschriften

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder FOOD COMA