mugmetdegoudentand
(about the company, Arbeitsweise)  
 
mugmetdegoudentand actueel projecten | werkwijze | mugweb | te koop | reacties | contact
niks

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder De Staat van het Theater  

13 september 2010

Voorpaginatoneel voldoet niet meer


Nieuwsanalyse
Het Theaterfestival was een pleidooi voor toneel over eigentijdse noden. Maar kan klassiek repertoire niet even actueel zijn?


door onze redacteur Wilfred Takken


Het Theaterfestival werd gisteravond feestelijk afgesloten met een prijzengala waarbij actrice Maria Kraakman (Orlando) naar huis vertrok met de Theo d’Or en acteur Kees Hulst (Tirza) met de Louis d’Or. De start van het festival, tien dagen geleden, was nog streng, toen het klassiek repertoire bij het oud vuil werd gezet.

In haar toespraak ‘De staat van het theater’, eiste theatermaker Joan Nederlof van haar collega’s dat zij snel betekenis en noodzaak zouden tonen. Dat was van levensbelang nu het rechtse kabinet-in-oprichting dreigt om diep in de kunstsubsidies te snijden. Het hedendaags theater overziend blijkt dat theatermakers echter allang enorm bezig zijn met het onderstrepen van hun relevantie voor de maatschappij. Dat vertaalt zich in veel voorpaginatoneel: opiniërend theater over actuele kwesties. Theater waarover je in het populaire nagesprek kunt door discussiëren.

Nederlof wil echter theater dat boven het straatrumoer staat en een moreel kompas biedt, dat ons vertelt wat goed en kwaad is, en hoe we de samenleving inrichten. Klassiek repertoire van „mannelijke westerse witte meesters uit een lang vervlogen hiërarchische tijd” (Shakespeare, Tsjechov, de oude Grieken, etc,) was daarvoor ongeschikt. Dat had volgens haar te weinig met deze tijd te maken.

Klassiek repertoire kan echter bij uitstek bieden waar Nederlof naar zoekt. Juist omdat die toneelstukken dit tijdperk overstijgen en het eeuwige van de menselijke worstelingen tonen. Arthur Millers Vanaf de brug gezien, de enige klassieker die voor het Theaterfestival werd geselecteerd, bewijst het. In dit 55 jaar oude stuk voelt een gevestigde migrant zich bedreigd door de komst van nieuwe migranten. Vertaald naar deze tijd: de Indische Nederlander voelt zich bedreigd en wil de Marokkanen eruit gooien.

De top 10 op het Theaterfestival weerspiegelde de dominantie van het voorpaginatoneel. Vrouwenhandel en prostitutie, de Afrikaanse oorlogen, Congo, antisemitisme, illegale migranten. Dat een mislukte voorstelling als Elfriede Jelineks Underground werd geselecteerd kan alleen maar aan het thema hebben gelegen: kredietcrisis. Gelukkig werden de andere kwesties wel behandeld in sterke toneelstukken die niet plat of pamflettistisch waren. In die zin was het een mooie, afgewogen selectie.

De nadruk op voorpaginatoneel, en afkeer van de klassiekers, zorgde ervoor dat hoogtepunten uit het seizoen die weinig actuele geldigheid hadden, niet konden doordringen tot de selectie.

Stukken die de selectie niet haalden waren onder meer de feestelijke komedie Snorro van Pieter Kramer, of de twee solo’s waarmee twee grote actrices hun kunne lieten zien: La voix humaine door Halina Reijn en Fräulein Else door Katja Herbers. Terwijl die laatste nog onder de thema’s vrouwenhandel en kredietcrisis had kunnen vallen: vader vraagt aan dochter om zich aan een oude vriend te geven om een persoonlijke kredietcrisis op te lossen.

Joan Nederlof en de jury van het festival hanteren een te nauwe definitie van goed theater, waardoor ander theater dan voorpaginatoneel of Nederlofs moderne moraliteiten, op de tweede plaats dreigt te komen.

De meeste toneelstukken, ook de niet-actuele, hebben een humanistische boodschap, en dat wordt als een deugd gezien. Maar daar gaat het niet om. Theater drukt altijd een wereldbeeld uit, niet om van nut te zijn, maar om theater te kunnen te zijn. Net als dat theater gestileerd is, en een ontroering teweeg brengt. Dat theater een beter mens van je maakt is een praatje voor subsidiegevers en andere lieden die overal het praktische nut van willen inzien.

Theater kan ook juist zo open zijn in zijn morele uitspraken dat het bijna amoreel wordt, opdat de toeschouwer enigszins losgeweekt van zijn dagelijkse moraal, even vrijer, anders naar zijn leven en de wereld kijkt.

Met zijn allen kijken we naar een verhaal dat ons raakt, daar gaat het om. Op wat voor manier maakt niet zoveel uit.

In de toneelversie van Grunbergs Tirza, waarvoor Kees Hulst de Louis d’Or kreeg, kun je geraakt worden door het lot van de bange burger die zich vastklampt aan vreemdelingenhaat, en je kunt geraakt worden door het lot van de dienende vader die geen afscheid kan nemen van zijn lievelingsdochter. Het een is niet beter dan het andere.

Toneelprijzen 2009-2010
Theo d’Or, vrouwelijke hoofdrol: Maria Kraakman (Orlando)
Louis d’Or, mannelijke hoofdrol: Kees Hulst (Tirza)
Prosceniumprijs, wezenlijke bijdrage: Wunderbaum
Arlecchino, mannelijke bijrol: Stefan de Walle (De kersentuin)
Colombina, vrouwelijke bijrol: Nanette Edens (Amora)
Mimeprijs: Nicole Beutler (1: Songs)
Gouden Krekels, jeugdtheater: Woeste Hoogten (Artemis) en Eva Zwart (Spoonface)
AVRO Toneelpublieksprijs: Oog om oog.
Erik Vos Prijs, regietalent: Susanne Kennedy.
Gouden Bouwmeester, beste voorstelling: The New Electric Ballroom (Susanne Kennedy)
Glazen Stage, beste stagiair: Nik van den Berg (Texel Texas)
Het Gouden Oortje, beste souffleur: Marcel Maas (Berm.)

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder De Staat van het Theater  

do 02 sep 2010, 19:42
’Staat van het Theater’ door Joan Nederlof:

’Theater moet richting geven’


Van onze kunstredactie
AMSTERDAM - Actrice en artistiek leider van toneelgroep mugmetdegoudentand Joan Nederlof is teleurgesteld in de inhoud van het hedendaagse theater.


Dat zei ze gisteravond in de Stadsschouwburg waar ze de Staat van het Theater uitsprak tijdens de opening van het Nederlands Theater Festival. In haar toespraak riep ze theatermakers op om meer richting te geven aan de samenleving, in plaats van die alleen een spiegel voor te houden. De theaterwereld is volgens haar nog steeds te naar binnen gericht.

Van de zestig voorstellingen die Nederlof het afgelopen jaar bezocht, vond ze de meeste inhoudelijk teleurstellend. „De actuele verwijzingen kunnen je nog zo om de oren vliegen, er kunnen nog zoveel moderniteiten uit het grit op de toneelvloer kletteren, nog zoveel keer het woord Oeroezgan vallen, nog zoveel staande ovaties zijn, nog zo vaak in het programmaboekje staan dat het stuk verwijst naar de hedendaagse graaicultuur, in mijn ogen betekent dat niet automatisch dat het getoonde er wezenlijk toe doet.”

Volgens Nederlof zoeken theatermakers te veel naar wat ’theatraal werkt’ en maken ze te weinig gebruik van de ongekende vrijheid die ze hebben. „Geen netmanager of hoofdredacteur die ons op de vingers kijkt. Geen politiek die ons censureert. Vooralsnog geen publiek dat ons de wet voorschrijft.” Dat komt doordat theatermakers zich de wet laten voorschrijven door de tijdgeest, die ze hebben verinnerlijkt. „De roep om leukheid, om vermaak, om inkomsten, om publiek, om meningen, om afleiding en om geruststelling zit in ons.”

Theater zou volgens Nederlof meer een „zoektocht” moeten zijn naar „wat waardevol is en wat niet” en naar „wat deugt en wat niet deugt”. Ze maakt zich zorgen over te verwachten de bezuinigingen in de kunstensector, maar verwijt het de sector zelf dat het zijn bestaansrecht niet kan verwoorden. „Dus voordat we binnenkort met z’n allen op de bus naar het Malieveld stappen, en dat bedoel ik niet ironisch, moeten we ons misschien afvragen hoe het komt dat we zo slecht weten te verwoorden waarom theater de moeite van het verdedigen waard is.”

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder De Staat van het Theater