DESIGN FOR LIVING in de pers
 

mei 1989

Een schepje bovenop de
ironie van Coward


door Marian Buijs

Design for living van Noël Coward door het Onafhankelijk Toneel en De Mug met de Gouden Tand
Regie: Mirjam Koen
Rotterdam, St. Jobsweg 3, t/m 28 mei.
Amsterdam: 2 t/m 11 juni
Utrecht: 16 t/m 25 juni

Het Londense publiek hield meer van de stukken van Noël Coward dan de critici. Zijn vlotte komedies moeten het ook eerder hebben van scherpe dialogen dan van diepgang. Brandstof voor acteurs. Als de motor eenmaal loopt, stapt het publiek wel in. Bij Design for living (uit 1933) in een gezamenlijke uitvoering van De Mug met de Gouden Tand en het Onafhankelijk Toneel, vraag ik me alleen halverwege af waar de rit naar toe gaat.

Regisseuse en spelers beogen net iets meer dan gewoon komediespel, dat is meteen duidelijk. In de sober en smaakvol ingerichte ruimte ligt een acteur in een fluwelen broek languit op een sofa. Een langbenige dame houdt hem een spiegel voor. In het Engels zegt ze zinnen die hij nazegt. 'I am Gilda', gevolgd door aanwijzingen over de situatie van het stuk. 'Ernest is a good friend of mine'. Een originele introductie, waar of niet?.

Cowards salonkomedie voert ons vervolgens langs appartementen en hotelkamers in Parijs, Londen en New York. In een bohémien milieu ontwikkelt zich een ménage à trois tussen twee vrienden en een vrouw, Gilda. Een derde man, Ernest, komt ook aan bod om Gilda's partner te zijn, maar als haar twee vroegere minnaars weer opduiken, is Gilda verloren. Het drietal eindigt giechelend op de bank, terwijl Ernest woedend afgaat.

Hartstocht
het begint allemaal heel luchtig. De toon is vanzelfsprekend, de mimiek af en toe flink aangezet. Snelle teksten met een fraaie ondertoon. Steeds vaker schieten de spelers uit in een golf van drift of hartstocht. Een uitbarsting is hier een orkaan, een conflict ontaardt in een worsteling. Gilda wordt gespeeld door een acteur, haar minnaars door actrices. Van dat geslacht zijn er bij De Mug meer voorhanden. Het geeft de dames bovendien de kans hun komediespel dik aan te zetten. Gekleed in varianten op een mannenkostuum maken ze van de gelegenheid gebruik het masculine gedrag te parodiëren door een plas te doen en zich omzichtig te scheren. Om die momenten krijgt de durf om leuk te zijn een bedenkelijk niveau.

Gaandeweg wordt het spel grover, Danseres Amy Gale komt niet terug als het alter ego van Gilda. Was die rol vastgehouden, dan had haar optreden aan het luchtige verhaaltje misschien een beeldend commentaar kunnen toevoegen. Nu blijft haar optreden beperkt tot een vage vondst. In de korte typeringen als dienstmeisje of bezoekster, schiet ze in elk geval te kort.

Daarnaast zijn er legio momenten waarop het spel zindert. Marcel Musters als Gilda speelt zijn vrouwenrol zelfs heel verdienstelijk, al dreigt er een nichterig toontje.
Ook Joan Nederlof komt als Otto een heel eind, maar Mouna Borgesius is als Leo met wat grove gebaren en een stemmetje snel tevreden. Maureen Teeuwen is de enige die haar personage, Ernest, trefzeker neerzet. Haar timing is onnavolgbaar en aan de hoeveelheid nuances die ze in haar spel legt, lijkt maar geen einde te komen.

Het idee om de ironie van Coward te versterken, levert verrassende momenten op. Maar die poging om het cliché van de komedie te benadrukken door louter overdrijving werkt niet. Juist clichés hebben een originele draai nodig. Wanneer er wordt gegrepen naar makkelijke typetjes verliest het spel aan scherpte. Misschien moet de voorstelling nog groeien om de oorspronkelijkheid te benaderen die we van beide groepen gewend zijn.

 

Design for living in de pers
 

17 en 19 juni 1989

Belangstelling herleeft
voor Noël Coward


door Hana Bobkova

Drie jaar geleden kon nog geconstateerd worden dat Noël Coward (1899-1973) in Nederland zo goed als vergeten was. Door zijn typisch Engelse stijl, die een speciale speltechniek vereist en doordat hij mensen uit een hoger sociaal milieu portretteert wier maatschappelijke verplichtingen tot het geven van party's beperkt lijken te zijn, gaat Coward door voor een acteur van weliswaar amusante, maar toch verouderde komedies. Maar nu worden opeens drie stukken tegelijkertijd van hem gespeeld: Maatschappij Discordia koos 'Private lives'. Voor het eerst in Nederland werd 'Fallen Angels' gespeeld in een tijdsbeeldgetrouwe enscenering van Teuntje Klinkenberg en De Mug Met de Gouden Tand bracht in coproductie met het Onafhankelijk Toneel 'Design for Living'. Wat is er zo interessant aan deze schrijver dat hij kennelijk uit de vergetelheid wordt gehaald? Vooral de laatste voorstelling, mede door de bijzondere aard van de coproductie die een experimenterend karakter deed verwachten, verdient de aandacht. In Engeland wordt Coward beschouwd als één van de meesters die de traditie van het 'well-made-play' hebben voortgezet en daaraan tegelijkertijd hun eigen kwaliteiten hebben toegevoegd. Franse komedieschrijvers als Victorien Sardou (1831-1908) werken met een ingewikkelde en omvangrijke intrige die zij symmetrisch construeren. Zelfs in vergelijking met zijn landgenoten Arthur Pinero (1855-1934) en William Somerset Maugham (1874-1965) bevrijdt Coward zijn stukken van deze zware lading: in zijn eerste werken voor het toneel komt haast geen intrige voor. Hij doet nog een stap verder en koppelt de taal van de dialogen los van de literatuur.

In vergelijking met bijvoorbeeld John Galsworth (1867-1933) is Coward theatraler en minder literair. Lichtheid, epigrammatische beknoptheid en verbale virtuositeit kenmerken zijn society komedies. Een zekere mate van abstractie ten opzichte van de alledaagse taal en concentratie op de vorm beantwoorden aan de reductie van de personages, aan de beperkingen van hun karakters en aan de voor Coward eveneens zo typerende uitdrukking van hun emotionaliteit. IJdel en zelfgenoegzaam, zonder materiële zorgen, hebben zij letterlijk en figuurlijk alle ruimte en tijd voor hun privé-levens.

In 'Fallen Angels' gaat het om twee jonge vrouwen die zich uit de verveling van het burgerlijk huwelijk los proberen te scheuren. Een afspraak met hun beider vroegere Franse minnaar bepaalt hun houding. In 'Private Lives' zien wij een gescheiden paar opnieuw bij elkaar zonder dat een bevredigende oplossing wordt gevonden voor hun leven. 'Design voor Living' toont een waaier van emotionele verhoudingen tussen drie mannen en een vrouw. In alle drie stukken is het basisthema van Coward aanwezig: mensen die onmogelijk met elkaar kunnen leven, maar ook niet alleen kunnen zijn. De relatieproblematiek in optima forma dus en dit verklaart ook de plotseling opduikende belangstelling voor Coward.

De producties van toneelgroep De Mug met De Gouden Tand, die in 1985 op initiatief van regisseur Jan Ritsema werd opgericht met pas afgestudeerde leerlingen van de Toneelschool van Amsterdam, vertonen een duidelijke voorkeur voor het juist niet 'well-made-play'. Bewerkingen van romans als 'Wilhelm Meisters Lehrjahre' van Goethe en 'The Years' van Virginia Woolf, een voorstelling gebaseerd op de levens en werken van de Franse schrijfsters De Beauvoir, Duras en Yourcenar en de productie 'Wederopbouw, onze ouders', over het leven in Nederland in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarvoor Martin van Velhuizen de tekst heeft geschreven, wijken af van de gangbare dramaturgische paden.
De vaste spelerskern Mouna Borgesius, Evert van der Meulen, Marcel Musters, Joan Nederlof en Maureen Teeuwen, wordt vooral door de vrouwen gedomineerd die de groep een eigen gezicht geven.De theatraliteit wordt bepaald door hun speelse en weinig gewichtige benadering, waarin de ironie en afstandelijkheid eerder het resultaat zijn van intuïtieve en geïmproviseerde invallen, dan van intellectueel beredeneerd werk. De actrices zijn trefzeker en hebben elk een eigen komisch talent, hetgeen juist bij Coward goed van pas komt.

'Design for living'
Mirjam Koen van het Onafhankelijk Toneel heeft 'Design voor Living' geregisseerd en de voorstelling draagt de kenmerken van haar onderzoekende werkwijze. Terwijl beweging, in het bijzonder dans en muziek, een ondergeschikte rol speelt, is de ruimte en de vormgeving van belang. De zaal (in het voormalige Werkteater) blijft helder verlicht en de toeschouwers bevinden zich in dezelfde omstandigheden als de spelers. De kleine afstanden tot elkaar, de suggestie van op-bezoek-zijn of een 'kamervoorstelling' te mogen bijwonen, dragen bij tot de ontspannen sfeer die de acteurs goed weten te benutten.

De drie mannen worden door vrouwen gespeeld en de vrouw door een man. Dit reeds overbekende vervreemdingsmiddel werkt in dit geval uitstekend omdat er hierdoor nog meer dubbele betekenissen en emotioneel verwarrende situaties ontstaan dan in de tekst.

De licht aangedikte onverschilligheid en de doorzichtige verleidingsmanoeuvres gaan snel over in ontspannen vrolijkheid of quasi wanhopige poses. De dialoog van Coward krijgt een tegenhanger in de subtiele mimiek en de steeds plotseling opkomende aanvallen van beweeglijkheid, zodat de theatertaal blijft boeien. De personages worden onderuit gehaald door de nonchalante overdrijving van hun uiterlijke, mannelijke kenmerken, maar van karakters is nauwelijks sprake.

Zo verwijst de voorstelling niet naar societyfiguren en ook niet naar mensen die hopeloos verstrikt raken in hun gevoelens, maar als het ware naar zichzelf. De spelers tonen zichzelf in verschillende situaties, waarvoor bedachte relaties aanleiding zijn. Het onderzoek naar welk spelgedrag - en vooral in welke vorm - mogelijk is, lijkt het doel te zijn. Dit maakt 'Design for Living' bij vlagen amusant, maar schept ook zijn beperkingen. Het lijkt wel spel om het spel; alsof men van Coward slechts één laag kiest: de onvolwassenheid van mensen die hun leven als een spel ervaren. De poppenkastmeubeltjes her en der op de vloer wijzen erop dat voor dit concept ook bewust is gekozen.

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder DESIGN FOR LIVING