Uit het Dagboek van Margriet de Koning, kunstmanager
Lief dagboek.
Het is nacht. Het is warm.
Ik kan niet slapen om allerlei redenen. Ik moet schrijven.
Debbie slaapt. Het maanlicht strijkt over haar blonde lokken.
Ik denk dat we in een nieuwe fase van onze relatie zijn beland. Misschien kan ik beter "ik " schrijven in plaats van "we."
Ik dwing mezelf om eerlijk te zijn. Voor mijn part schrijf ik de hele nacht door. Ik wil zwart op wit zien wat ik voel en denk.
Deze week is er iets heel bijzonders gebeurd.
Iets verschrikkelijks en iets bijzonders.
't Is moeilijk concentreren. De hele organisatie van die tentoonstelling zit nog in m'n hoofd.
't Heeft ook alles met de tentoonstelling te maken.
Alles is ooit begonnen met de roddel dat Debbie iets zou hebben met Gemma Willems. Ruim een jaar terug.
Ik weet niet meer wat mijn reactie was. Ik nam het destijds niet serieus.
Eigenlijk op het moment dat ik helemaal niet meer aan die roddel dacht, kwam Debbie met het voorstel om een blow-up van Gemma op de tentoonstelling te plaatsen.
En daar stond ze dan. Gemma Willems keek me strak aan op de foto. Groots, monumentaal, sterk. Ik voelde met de seconde nietiger worden.
M'n rust was weg. En ik heb iets gedaan waarvan ik nooit gedacht had dat ik het ooit zou doen. Ik weet niet waarom ik het gedaan heb. Ik was doodsbang en onzeker. Maar ik heb het gedaan.
De volgende dag ben ik gewoon naar m'n werk gegaan. De opening van de tentoonstelling nam me al weer helemaal in beslag.
En toen zag ik ze. En ik wist het. Die glimlach. Die manier van elkaar terloops aanraken.
Debbie's bekentenis gaf geen opluchting of voldoening. Ik dacht aan echtscheiding en emigratie.. Maar er gebeurde ook iets anders.
Tijdens de rondleiding op het Lange Voorhout werd ik me er steeds meer van bewust dat ik het al die tijd heb geweten. Steeds als die roddel de kop opstak, stak ik m'n kop in het zand. En al die tijd voelde ik me zwaar klote !
En nu wist ik het. Ik stond niet meer bezijden de werkelijkheid door het niet te willen weten, maar ik stond er middenin.
De leugen was weg en ik voelde me merkwaardig kalm worden.
Misschien moest ik ook aan alles toegeven omdat die pumps zo gingen knellen.
Aan het eind van de wandeling op het Voorhout keek Gemma Willems heel anders naar me dan de dag daarvoor.
Ik dacht: ja, daar staat een mooie vrouw.
De vogels beginnen al te zingen.
Debbie ligt nu op haar andere zij en snurkt een beetje.
Het is goed.
Het is goed zo.
|