Uit het " GEHEIM Dagboek van M. d. K., gastvrouw"
Ik ben verliefd !
Ik geeft me er aan over. Waarom zou ik het ontkennen. ( Niemand leest dit)
Ik zweef de hele week al naar mijn werk. Het is druk maar het lijkt wel of ik alles aankan. En ik kan ook alles aan want deze week zie ik X in levende lijve !
Ik moet me zelfs inhouden. Af en toe heb ik zomaar de neiging om tegen de meiden te zeggen : Ik ben verliefd op........X !
Het is natuurlijk wel oppassen geblazen; voor je het weet praat je je mond voorbij.
Gek eigenlijk, die tegenstrijdigheid. Aan de ene kant zou ik het wel van de daken willen schreeuwen - stel je voor dat ik dat echt zou doen op het dak, zo alles over het plein heen schreeuwen - en aan de andere kant denk ik: nee, niet doen, niet doen, hou het lekker voor jezelf.
Blijft alles ook lekker spannend.
Dirk weet van niets. Het is gewoon alleen van mij.
Het is allemaal wel heel anders dan anders.
Soms denk ik ook dat het niet mag. Niet vanwege Dirk, maar omdat X een vrouw is.
Ik krijg gewoon zweethanden terwijl ik dit opschrijf.
Vandaag voorzichtig bij de collega's gepolst hoe ze denken over homo's. Dat klonk wel goed. Misschien kan ik het ze ooit vertellen. Maar nu nog niet.
Heb trouwens weer vreselijke zin om zaterdag naar het songfestival te kijken. ( heeft ook met dat lichte gevoel te maken, denk ik )
Voor Rusland treedt dus Tatu op. Twee meisjes die elkaar echt zoenen tijdens het lied. God, als ik zaterdag maar geen dienst heb.
Wat ik nou heb gehoord ! J. heeft J. ten huwelijk gevraagd. Gewoon tijdens het werk ! Wat hebben die jongens een lef. En ze houden receptie in een van de zalen hier. Ik wil er niets van missen.
Ik heb het dus voor elkaar gekregen dat ik de bloemen mag geven aan X.
Volgens mij vermoedt E. nu iets maar dat zet ik nu van me af.
Dit is de kans van m'n leven !
( donderdagavond laat )
M'n hart gaat nog als een gek te keer !
't Was ook even heel spannend. Om 7 uur naar de kleedkamers met J. om de broodjes te brengen en toen waren ze er nog niet !
Ze zaten in de file. Ik was zo bang dat het allemaal opeens niet door zou gaan, of dat er iets met ze zou gebeuren. En dan vooral met X.
En toen eindelijk dat grote moment. Ik weet helemaal niet meer wat ik tegen X heb gezegd. En nu denk ik: ik heb toch niet iets ongelofelijk stoms gezegd ?
Ik moet heel erg huilen nu. En ook ben ik heel erg gelukkig.
|