Uit het Dagboek van Margriet de Koning, arts in opleiding
Net naar ER gekeken. Normaal gesproken kijken artsen en ziekenhuispersoneel niet naar ziekenhuisseries omdat er volgens hen niets van klopt, maar ik vorm een uitzondering op de regel.
Naar het ziekenhuis. Ik loop stage bij dokter Menno Baars. Ik ben behoorlijk nerveus: vandaag moet ik een "slechtnieuwsgesprek" oefenen. Het is een ernstig geval van boezemvibrileren.
Gelukkig loop ik stage in een kleinschalig ziekenhuis en de afdeling cadiologie is - in tegenstelling tot de hectische eerstehulppost van ER - een oase van rust. Bovendien wordt onze unit ook nog opgefleurd door de schilderijen van dr. Menno zelf: vrolijke Karel Appelachtige volgels in heldere ( primaire ) kleuren.
Eerst even koffie met chocolade bij de receptie en wat bijpraten. Het ziekenhuis gonst van de SARS. Ik ga vandaag ook naar de bijeenkomst van Dr. Jan van Geels, de ziekenhuishygiënist die ons een en ander zal vertellen over SARS.
Ik vraag hem ook of hij tips heeft voor het slechtnieuwsgesprek. Hij zegt dat ik vooral moet vertrouwen op mijn vrouwelijke intuïtie.
Het leven van een arts in opleiding gaat niet over rozen. Tijdens het slechtnieuwsgesprek valt dr. Menno me voortdurend in de rede. Ik word dan steeds bevangen door de twijfel of dit wel het juiste beroep voor me is.
Terug op de gang hoor ik van broeder Pieter dat verpleegster Debbie een teennagel heeft verwijderd bij een patiënt. Volgens mij worstelt Debbie erorm met het sarsprobleem. Het geeft bij haar thuis grote spanningen.
Als ik langs de isolatiekamer loop hoor ik zacht gesnik. Er ligt een kippenboer. Hij heeft het zwaar: z'n hele bedrijf is preventief geruimd i.v.m. de vogelpest.
Dr. Jan ontfert zich over hem. Die man kan zo goed omgaan met patiënten!
Het goednieuwsgesprek waar ik me op had verheugd verloopt heel anders dan ik me had voorgesteld. Gelukkig heb ik veel steun aan Nienke.
Ik ben niet de enige met problemen. Dr. Joop die erom bekend staat dat hij veel aandacht aan z'n patiënten besteedt, kampt met tijdnood en wordt door iedereen teruggefloten.
Op de gang zie ik een betrekkelijk jonge vrouw in een rolstoel. Komt voor contrôle vanwege hartklachten. Soms denk ik wel eens: wat is nou erger: dat ik m'n stage verpruts of dat je al jong met ernstige fysieke klachten te maken krijgt.
Daar ben ik nog niet uit. Ik klok vroeg af. Wat een dag !
|