| DE 14 RODE HUTJES in de pers |
| DE 14 RODE HUTJES in de pers |
25 mei 1990 |
Aanklacht misstanden blijft bij stijloefeningDoor Pieter Kottman Voorstelling: De 14 Rode Hutjes van Andrej Platonov door Mug met de Gouden Tand Regie: Evert van der Meulen Decor/kostuums: Emo Verkerk Muziek: Michael Moore Spel: Hemert Woudenberg, Mijs Heesen, Maureen Teeuwen, Renske van der Zee, Koen Franse e.a. Gezien 24 mei, Toneelschuur, Haarlem Nog te zien aldaar t/m 30 mei, 5 t/m 9 juni De Balie, Amsterdam Hoewel hij een hartstochtelijke idealist was en geloofde in het socialisme stierf de Russische schrijver Andrej Platonov (1899-1951) als persona non grata. Hij was een onwelgevallig criticus, tegen wil en dank. Hoezeer hij zijn hart ook verpandde aan collectivisatie en meerjarenplannen, zijn hoofd wilde er niet aan. Intuïtief, leek het, schreef hij een door Maksim Gorki wel 'lyrisch-satirisch' genoemd oeuvre tegen de bureaucratie, tegen de pennenlikkers, tegen het gereglementeerde bestaan: tegen de praktijk van het communisme kortom. Hij dankte aan zijn inzicht niet alleen talloze aanvallen in de pers en publicatieverboden, maar ook de dood, na een verblijf in een strafkamp, van zijn 'staatsvijandige' vijftienjarige zoon en zijn eigen, door ontberingen bespoedigde dood. Geen wonder dat het werk van deze 'volksvijand' pas sinds 1986 in grote oplagen wordt uitgegeven in de Sovjet-Unie. Met reden bleven onder Brezjnev romans als Tsjevengoer, De Bouwput en De zee der jeugd verboden: ze worden nu druk bestudeerd als pleidooien voor perestrojka. Het satirische toneelstuk De 14 rode hutjes (1937) werd onlangs zelfs voor het eerst opgevoerd - niet in het westen, maar in de Sovjet-Unie. Het Toneelgroepje Mug Met De Gouden Tand heeft het voorbeeld nagevolgd en brengt het stuk nu als 'muziektheater-productie' uit. De 14 rode hutjes is een nogal ontoegankelijk relaas vol bureaucratisch jargon over de teloorgang van een kolchoze. De leden van het veeteeltcollectief streven weliswaar een gezamenlijk ideaal na, maar over de realisering ervan blijkt ieder zo zijn eigen ideeën te hebben. De gevolgen zijn onderlinge arrestaties, ex-communicatie, lastercampagnes en alle andere onder Stalin zo beproefde methoden om tegenstanders uit de weg te ruimen.. Anderzijds toont Platonov oprecht geloof in het socialisme: zijn pleidooien voor maatschappelijke en economische rechtvaardigheid bij monde van de kolchoze-voorzitster Soejenita, zijn vurig en doortrokken van naïef idealisme. Anders dan men zou verwachten maken de gebeurtenissen in het Oostblok de thematiek van De 14 rode hutjes eerder achterhaald dan actueel. Platonov stelt op een verholen, zwaar-symbolische manier misstanden aan de kaak die dagelijks open en bloot en en détail in de krant staan uitgemeten. Waar de misdaad erkend wordt, verliest de aanklacht haar kracht. De collectivisatie hekelen terwijl de Sovjet-Unie uiteenvalt, lijkt een niet geheel adequate bezigheid. Misschien zou een andere enscenering de vrijblijvendheid hebben weggenomen; het regiedebuut van Evert van der Meulen doet dat in elk geval niet. Conform Platonovs satirische toon heeft Van der Meulen een enigszins groteske stijl nagestreefd, waarvan de binnenstebuiten gekeerde kostuums van Emo Verkerk een visueel bewijs leveren. De bedoeling blijft echter steken in een stijloefening: alleen de leegte van het toneelbeeld is consequent. Terwijl Helmert Woudenberg als de 101-jarige ideoloog Choz zich uitput in slapstick-achtige capriolen, staat Mijs Heesen als de kolchoze-voorzitster Soejenita in een tragedie. Zij slaat zich als een Electra op haar borsten en haar voorhoofd, getergd door een noodlot dat ten ene male ontbreekt in Platonovs stuk. Regisseur Van der Meulen heeft alleen het eerste bedrijf naar zijn hand weten te zetten: dan wordt er inderdaad muziek gemaakt door de spelers en zijn er enkele komische botsingen en valpartijen. Daarna verstommen de instrumenten op een enkel uit de lucht vallend moment na en namen de ernst en, vooral het gemis aan regie, de overhand. De ruim twee uur durende voorstelling verzandt na dertig minuten al in braaf en integraal oplepelen van een tekst die schreeuwt om rigoureuze keuzen en felle accenten. Zelfs de curiositeitswaarde die deze opvoering, als eerste in het Westen, heeft, wordt door de logheid van spel en regie teniet gedaan. Amateuristisch zou ik zeggen, als het niet zo onvriendelijk klonk. |
|
|
|
|
|
|