DE 14 RODE HUTJES in de pers
 

2 juni 1990

'14 rode hutjes' is bizar en van een vreemde, wrede schoonheid


Door Gerben Hellinga

(Van 5 tot en met 9 juni in De Balie in Amsterdam. Vanaf 15 september te zien in theaters in het hele land).

Droevige ondertoon
Andrej Platonov was een vrome gelovige, die zijn leven lang worstelde. Zijn religie was klassenstrijd, zijn probleem was de werkelijkheid. Hoe hij ook zijn best deed, het lukte hem maar niet zijn verhalen en romans aan te passen aan de voorgeschreven partijlijn, ze werden dan ook afgekeurd door de vanzelfsprekende censuur. Aanvankelijk werd hij alleen in het buitenland uitgegeven, later ook in Rusland. Na zijn dood in 1955 werden er stapels manuscripten gevonden. Ook het toneelstuk 14 rode hutjes, dat hij schreef tijdens een depressie nadat hij door Gorki en consorten in een hoek was getrapt. Hij had zelfs niet geprobeerd het ergens aan te bieden. Heel verstandig, want tijdens de stalinistische terreur aan het eind van de jaren dertig zou hij er vanzelfsprekend de kogel voor hebben gekregen. Nu het socialistische experiment in de geschiedenis wegzakt, begint Platonovs ster te rijzen, juist omdat hij, worstelend met zijn geloof, niet kon zien wat ze wilden dat hij zag en opschreef wat hij zelf waarnam en voelde. Platonov was beslist geen dissident, hij voelde zich communist, maar hij zag niet alleen de schoonheid van het socialisme maar ook het drama van de mislukking. Daarom kan zijn werk op allerlei manieren gelezen worden. Als een bijdrage aan de geschiedenis van de revolutie, maar ook als een bijna mystieke omschrijving van de vergankelijkheid van het leven op aarde.


14 rode huisjes is een toneelvertelling, geschreven als satire, met een intens droevige ondertoon, zoals een zigeuner zijn viool tegelijkertijd kan laten lachen en huilen. In de satire laat Platonov het onmaakbare van de samenleving zien, het wetenschappelijk socialisme blijkt een illusie; in de ondertoon klinkt zijn wanhoop door over de onmogelijkheid van zoiets prachtigs. Het stuk speelt zich af in een kolchoze aan de Kaspische Zee waar hongersnood heerst omdat de voorraden en de oogst gestolen zijn door witte contra's. Het enige dat de boeren, die socialistisch hebben leren denken, hier tegenover kunnen stellen zijn slogans en bureaucratie. De honger leidt tot wanhoop, de wanhoop tot repressie, de dorpelingen vermoorden elkaar of stoppen elkaar in de gevangenis. Dit is ingebed in de fabel van Edward Johann Louis Choz, geleerde van wereldfaam, voorzitter van de Commissie van de Volkerenbond ter Oplossing van Wereld-Economische en Overige Vraagstukken.

Deze westerling bezoekt samen met zijn jonge vriendin de Sovjetunie om het socialistische experiment ter plekke te bestuderen. Meteen al op het station raakt hij verslingerd aan Soejenita, de voorzitster van het veeteeltcollectief De Rode hutjes, die namens de kolchoze in de stad naar de bibliotheek is geweest. Hij volgt haar naar de kolchoze waar hij zich met de boekhouding belast en voorzitter wordt, terwijl Soejenita met een langskomend landbouwvliegtuig de contra's gaat achtervolgen die haar kind hebben meegenomen. (De contraleider blijkt een vroegere minnaar van haar te zijn). Later doodt Soejenita een modelarbeider die zij als een klassenvijand beschouwt. Nu komt ze zelf in de gevangenis, maar op last van hogerhand wordt ze vrijgelaten. ('Ze is een fatsoenlijk mens en doodt iemand niet voor niets'). Haar man keert terug uit het Rode Leger, iedereen heeft honger. ('Wat ben je mager. Ik kan je hart horen, het zit zowat aan de oppervlakte.') Als ze bijna verhongerd zijn, komt de vriendin van Choz op met een tas met voedsel maar Choz wurgt haar en verlaat de kolchoze met de belofte terug te zullen komen als Soejenita oud is. In 1932 was Soejenita nog jong.

Choz is een absolute cynicus voor wie alles in het leven belachelijk is. Zijn belofte terug te komen, lijkt op een versleutelde, maar juiste voorspelling over de levensduur van de Sovjetstaat. Kenners van de Sovjetgeschiedenis lezen dit stuk dan ook als een allegorie. De namen van de personages hebben symbolische betekenissen, maar ook de gebeurtenissen en onderwerpen zijn symbolisch. Melk speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol. De Rode Hutjes is een veehouderskolchoze. Choz voedt zich met melk (en drugs). Zijn westerse vriendin komt uit Holland en heeft een koffer met melk bij zich. Soejenita geeft, bij ontstentenis van haar kind, haar moedermelk aan andere baby's uiteindelijk voedt het dorp zich met moedermelk. Het stuk is bizar en van een vreemde, wrede schoonheid. E&eacutee;n van Platonovs kenmerken is de vanzelfsprekendheid van de dood. Misschien kun je dit stuk zien als de beschrijving van een sterfproces. De stervende is dan het socialisme. Zijn laatste woorden: 'Op naar de vooruitgang!' Op de dag van de première kondigde premier Ryzjkov een verdubbeling van de prijzen aan. Op naar de vrije-markt-economie!

De voorstelling die de mug met de gouden tand van dit stuk brengt, lijkt bedoeld als een kennismaking. Het speelvlak in Haarlem had de sfeer van een gymnastieklokaal; de rolbezetting is nogal onevenwichtig, enkele buitenlandse muzikanten vervullen ook speelrollen, niet altijd verstaanbaar, maar de tekst is geanalyseerd en wordt proper gebracht. Zolang je het maar als didactisch toneel beschouwt, is er niets aan de hand. Ik zie het liever zo, dan helemaal niet.

De regie beperkte zich alleen tot de mise-en-scène, er was geen eenheid in het spel. Helmert Woudenberg speelde Choz als een buitelende clown, maar waar was zijn wijsheid en de macht die Choz over mensen heeft? Mijs Heesen als Soejenita deed denken aan een brechtiaans personage. Ze had mooie momenten, al vraag ik me af of haar rolopvatting juist is. Rob Poncin zette zijn rollen cabaratesk en raak neer. Naarmate de voorstelling vorderde, begon ik te verlangen naar een stevige aanpak, naar decors, kostuums, effecten, geluiden. Naar het 'Russische', naar theater, naar een regie met een visie. Die voorstelling komt er ook wel een keer, want dit stuk zal blijven intrigeren. Goede toneelstukken geven met elke interpretatie iets van hun geheimen prijs en elke voorstelling is in dialoog met de vorige en de volgende interpretaties. Voor liefhebbers van Platonov is deze introductie in ieder geval interessant.

 

DE 14 RODE HUTJES in de pers
 

25 mei 1990

Aanklacht misstanden blijft bij stijloefening


Door Pieter Kottman

Voorstelling: De 14 Rode Hutjes van Andrej Platonov door Mug met de Gouden Tand
Regie: Evert van der Meulen
Decor/kostuums: Emo Verkerk
Muziek: Michael Moore
Spel: Hemert Woudenberg, Mijs Heesen, Maureen Teeuwen, Renske van der Zee, Koen Franse e.a.
Gezien 24 mei, Toneelschuur, Haarlem
Nog te zien aldaar t/m 30 mei, 5 t/m 9 juni De Balie, Amsterdam

Hoewel hij een hartstochtelijke idealist was en geloofde in het socialisme stierf de Russische schrijver Andrej Platonov (1899-1951) als persona non grata. Hij was een onwelgevallig criticus, tegen wil en dank. Hoezeer hij zijn hart ook verpandde aan collectivisatie en meerjarenplannen, zijn hoofd wilde er niet aan. Intuïtief, leek het, schreef hij een door Maksim Gorki wel 'lyrisch-satirisch' genoemd oeuvre tegen de bureaucratie, tegen de pennenlikkers, tegen het gereglementeerde bestaan: tegen de praktijk van het communisme kortom. Hij dankte aan zijn inzicht niet alleen talloze aanvallen in de pers en publicatieverboden, maar ook de dood, na een verblijf in een strafkamp, van zijn 'staatsvijandige' vijftienjarige zoon en zijn eigen, door ontberingen bespoedigde dood.

Geen wonder dat het werk van deze 'volksvijand' pas sinds 1986 in grote oplagen wordt uitgegeven in de Sovjet-Unie. Met reden bleven onder Brezjnev romans als Tsjevengoer, De Bouwput en De zee der jeugd verboden: ze worden nu druk bestudeerd als pleidooien voor perestrojka. Het satirische toneelstuk De 14 rode hutjes (1937) werd onlangs zelfs voor het eerst opgevoerd - niet in het westen, maar in de Sovjet-Unie. Het Toneelgroepje Mug Met De Gouden Tand heeft het voorbeeld nagevolgd en brengt het stuk nu als 'muziektheater-productie' uit.

De 14 rode hutjes is een nogal ontoegankelijk relaas vol bureaucratisch jargon over de teloorgang van een kolchoze. De leden van het veeteeltcollectief streven weliswaar een gezamenlijk ideaal na, maar over de realisering ervan blijkt ieder zo zijn eigen ideeën te hebben. De gevolgen zijn onderlinge arrestaties, ex-communicatie, lastercampagnes en alle andere onder Stalin zo beproefde methoden om tegenstanders uit de weg te ruimen.. Anderzijds toont Platonov oprecht geloof in het socialisme: zijn pleidooien voor maatschappelijke en economische rechtvaardigheid bij monde van de kolchoze-voorzitster Soejenita, zijn vurig en doortrokken van naïef idealisme.

Anders dan men zou verwachten maken de gebeurtenissen in het Oostblok de thematiek van De 14 rode hutjes eerder achterhaald dan actueel. Platonov stelt op een verholen, zwaar-symbolische manier misstanden aan de kaak die dagelijks open en bloot en en détail in de krant staan uitgemeten. Waar de misdaad erkend wordt, verliest de aanklacht haar kracht.
De collectivisatie hekelen terwijl de Sovjet-Unie uiteenvalt, lijkt een niet geheel adequate bezigheid.

Misschien zou een andere enscenering de vrijblijvendheid hebben weggenomen; het regiedebuut van Evert van der Meulen doet dat in elk geval niet. Conform Platonovs satirische toon heeft Van der Meulen een enigszins groteske stijl nagestreefd, waarvan de binnenstebuiten gekeerde kostuums van Emo Verkerk een visueel bewijs leveren. De bedoeling blijft echter steken in een stijloefening: alleen de leegte van het toneelbeeld is consequent. Terwijl Helmert Woudenberg als de 101-jarige ideoloog Choz zich uitput in slapstick-achtige capriolen, staat Mijs Heesen als de kolchoze-voorzitster Soejenita in een tragedie. Zij slaat zich als een Electra op haar borsten en haar voorhoofd, getergd door een noodlot dat ten ene male ontbreekt in Platonovs stuk.

Regisseur Van der Meulen heeft alleen het eerste bedrijf naar zijn hand weten te zetten: dan wordt er inderdaad muziek gemaakt door de spelers en zijn er enkele komische botsingen en valpartijen. Daarna verstommen de instrumenten op een enkel uit de lucht vallend moment na en namen de ernst en, vooral het gemis aan regie, de overhand. De ruim twee uur durende voorstelling verzandt na dertig minuten al in braaf en integraal oplepelen van een tekst die schreeuwt om rigoureuze keuzen en felle accenten. Zelfs de curiositeitswaarde die deze opvoering, als eerste in het Westen, heeft, wordt door de logheid van spel en regie teniet gedaan. Amateuristisch zou ik zeggen, als het niet zo onvriendelijk klonk.

 

pijltje links terug  pijltje naar boven  ga verder DE 14 RODE HUTJES