
Frank Houtappels op de cover van het decembermagazine van
Theater Frascati in Amsterdam.
Omslagfoto: Sanne van Rooij - S5, vormgeving Maarten Evenhuis.
Mieren met subsidie
door Simone Hogendijk
Schrijver/acteur Frank Houtappels schrijft toneelstukken, televisie- en filmscenario's. Samen met Joan Nederlof was hij verantwoordelijk voor de scenario's van Hertenkamp, TV7 en de Koekoeksclub, alledrie uitgezonden bij VPRO. Zijn meest recente toneelstuk voor de Grote Zaal is de komedie ‘De Gelukkige Mandarijn’. In 2002 schreef hij de speelfilmhit ‘Ja Zuster, Nee Zuster’. In 2003 bewerkte hij i.s.m. Beppie Melissen een aantal voorstellingen van Carver tot de black-comedy ‘Muizen’. Ook is hij een van de schrijvers van de satirische serie ‘Koefnoen’. Frank Houtappels is sinds 2005 een van de vier nieuwe artistieke leiders van mugmetdegoudentand, naast Michiel van Erp, Joan Nederlof en Marcel Musters. Hij schreef de tekst van ‘Brak’, de nieuwste voorstelling van het gezelschap.
Hoe is Brak ontstaan?
‘Brak’ is ontstaan naar aanleiding van de documentaire 'Zusters' (Siostry) uit 1999 van de Pool Paweł Łoziński, een heel mooi, kort filmpje. Wat me er toen in aansprak is de eenvoud van de twee oude vrouwtjes op een bankje die er in figureren. Na afloop dacht ik: hier kan ik wel anderhalf uur naar kijken. Het heeft jaren in de la gelegen, maar toen Michiel van Erp en ik afspraken om samen te werken kwam het opeens weer bovendrijven.
‘Brak’ is echter ook een reactie op mijn vorige stuk, de vrije productie ‘De gelukkige Mandarjn’. In dat stuk vond ik het leuk om er veel plot in te stoppen. Een beetje Agatha Christie; een lijk op het toneel en niemand weet wie de moordenaar is. Zodat het publiek zich de hele tijd afvraagt wie heeft het gedaan? Dat vond ik zelf goed gelukt, maar het was tegelijkertijd ook een voorstelling die niets meer pretendeerde dan het publiek een leuke, spannende avond te geven.
Toen het klaar was had ik zin om ‘Brak’ te schrijven, een stuk zonder plot, waar niks groots in gebeurt en waar het helemaal op het spel en de tekst aankomt, heel klein en subtiel. Met als doel dat je twee geweldige actrices ziet spelen die niets anders hebben dan elkaar en de tekst.
Was het moeilijk om zo anders te schrijven?
Ik vond het heel prettig om weinig te hoeven laten gebeuren. Ik probeerde het heus wel boeiend te houden, maar in ‘Brak’ heb ik niet willen behagen. Het is altijd een gevaar bij het schrijven om niet de hele tijd te bedenken of het publiek het nog wel leuk vindt en het daarom uit alle macht spannend proberen te houden. Je moet zorgen dat je wel dicht bij jezelf blijft.
De uiteindelijke tekst van ‘Brak’ is daardoor wel heel moeilijk te spelen voor de acteurs, ze hebben geen enkele steun, want er is weinig logica. Er zit veel herhaling in de tekst die daardoor moeilijk te onthouden is. Die vorm is in wezen heel herkenbaar en menselijk. Ik ken veel mensen die zo denken en praten. Mijn eigen oma heeft me hier sterk in geïnspireerd. Ze is 97 geworden. Zij is letterlijk overgebleven met haar jongste zus. Ik vond het interessant om eens helemaal in haar leven te graven. Ze heeft de voorstelling helaas niet kunnen zien, want ze is een dag na de première overleden. Als mensen die haar hebben gekend komen kijken zullen ze haar zeker herkennen.
Bij het schrijven dacht ik ook, je kan wel doen alsof we als mensen de hele dag met grote wereldvragen bezig zijn, maar heel veel mensen die ik ken - die gewoon een baan hebben en niet toevallig in de kunst werken - denken gewoon: wat zal ik vanavond eens eten? Als je geluk hebt kijken ze eens in de krant. Wij zijn als kunstenaar zo gewend om alles te duiden wat we om eens heen zien, om overal een mening over te hebben, en na te denken over hoe we ons tot alles verhouden. Om onszelf constant de vraag te stellen: moet ik er iets mee, of juist niet? Daar word ik soms erg moe van. In die zin vond ik het in ‘Brak’ een verademing om gewoon twee mensen neer te zetten die een leven hebben dat zo groot is als hun eigen tafelblad en dat al 80/ 90 jaar lang. Je hoeft die mensen niets nieuws meer te vertellen.
Je bent sinds kort een van de vier artistieke leiders van mugmetdegoudentand, hoe werkt dat?
We doen met z’n vieren de artistieke leiding omdat niemand zich geroepen voelt om dat in z’n eentje te doen. We waren natuurlijk al een tijd met z’n vieren aan het werk, ik kwam steeds weer terug. Vooral voor de televisie series ‘Hertenkamp’ en ‘TV7’. Op een gegeven moment besloten we het met z’n vieren te gaan doen! Er liepen alleen al wat projecten. ‘Smoeder’, ‘Brünnhilde 40+’, en Brak’ stonden al gepland. Daarom wilden we kijken of we na deze voorstelling iets met z’n vieren konden gaan maken.
Met het hele artistiek team zitten we nu regelmatig bij elkaar, verzamelen dingen en geven elkaar opdrachten. Een perfecte manier om elkaar te leren kennen, om te kijken hoe het is om met z’n vieren onder één dak iets te maken. Het wordt in eerste instantie geen voorstelling, maar meer het verzamelen en onderzoeken van materiaal. We gaan het wel 3 zondagen presenteren voor publiek in onze studio, onder de naam ‘Mug Inn’. De voorstelling die uit dit onderzoek komt gaan we volgend jaar maken. Voor de Mug Inn hebben we schrijver/columnist Bas Heijne erbij gehaald. Hij kijkt en luistert naar ons. Hij vat samen wat we zeggen, duidt het. Een soort maatschappelijk geweten. De onderwerpen waar we over discussiëren gaan vooralsnog veel over onszelf. Bas zet het heel snel in een maatschappelijke context, omdat hij dat als columnist gewend is om te doen. Daardoor wordt het groter dan alleen maar ons persoonlijke verhaal. Dat is wel wat ik wil in mijn werk: van mezelf uitgaan maar het universeel maken. Daarom houd ik denk ik ook zo van het van tevoren bedenken van een verhaal en personages omdat het me dwingt om het persoonlijke universeler te maken.
Wat bindt jullie als artistieke leiding aan elkaar?
Wat ons bindt is een gedeelde levenshouding; ons vallen dezelfde dingen op in de kranten. Onze fascinaties en kijk op de dingen zijn dezelfde. Daarbij zijn we allemaal homo. Dat kleurt wel een bepaalde kijk op het leven. We hebben allemaal alternatieve gezinsvormen thuis.
Sowieso is wat ons de komende vier jaar bindt dat we allemaal tegen de veertig lopen en denken okay en nu? Met z’n vieren een gezelschap leiden is voor ons anders dan wanneer je net van school komt, een groepje begint en denkt dat iedereen op je zit te wachten. Wij hebben allemaal al van alles uitgeprobeerd binnen het theater. Ik weet nu dat sommige dingen me niet interesseren, of niet werken voor mij. Dus ik ben opnieuw aan het uitvinden wat wel voor me werkt. Zo ben ik nu sinds lange tijd weer aan het spelen, ik heb me de laatste tijd toch vooral geconcentreerd op schrijven.
Ook in het schrijven wil ik me vernieuwen. ik ben gewend om een af stuk in te leveren voordat de repetitieperiode begint. Dat vind ik ook het leukste om te doen, maar ik vind het nu de komende tijd –zeker na ‘Brak’- heel spannend om te kijken hoe het is om geen af stuk in te leveren, hoe het fragmentarischer kan, of hoe ik er meer van mezelf in kwijt kan. Joan en Marcel werken al langer op die manier. Zij gaan nu juist proberen om wel te starten met een uitgeschreven tekst. Zo heeft Joan al een stuk geschreven wat hierna komt: ‘Quality Time’. Op die manier proberen we van elkaar te leren, onszelf fris te houden en vooral om ons te blijven ontwikkelen.
Het is heel spannend om de gebaande paden te verlaten. Ik weet nog niet wat het op gaat leveren, op het moment staat niets vast, iets dat fijn is, maar ook onveilig. Je kan dit nergens anders doen dan bij een gezelschap dat structurele subsidie heeft. In het vrije circuit moet je gewoon afleveren, daar is geen ruimte voor onderzoek. Dan is het heel moeilijk om jezelf de ruimte te geven om wel te blijven groeien in plaats van, steeds maar te doen wat de producent leuk van je vindt en wat je al van jezelf kent.
Vandaag hebben we de hele dag gewerkt aan de Mug Inns. Op een gegeven moment liepen de gemoederen weer eens hoog op en toen verzuchtte iemand: ‘Jezus! Waar hebben we het over! We zijn allemaal maar mieren!’ Waarop iemand anders zij, ‘Ja, maar wel mieren met subsidie.’ Ik vond het heel treffend. En het tekent ons, geloof ik.
Ga je in de toekomst vooral werk ontwikkelen bij mugmetdegoudentand?
Het salaris van de artistiek leider is in vieren gedeeld, dat heeft de consequentie dat iedereen er bij werkt. Maar dat is ook een wens en daarbij goed en afwisselend. Het houdt het speciaal wat we bij de Mug doen, het wordt als het goed is een soort vrijplaats voor ons. |